The Dresden Dolls :: The Dresden Dolls

Het zijn harde tijden voor bassisten. In het zog van de White Stripes is het aantal basloze duo’s almaar toegenomen, en sindsdien worden alle mogelijke combinaties vrijelijk uitgetest. Het is nog even wachten op het eerste mondharmonica-gammelan-duo, ondertussen beperken The Dresden Dolls zich tot piano en drums. En dat is meer dan voldoende, getuige hun debuut.

Alleen al voor hun imago en de vormgeving van hun wereld zou je The Dresden Dolls tien op tien willen geven: geïnspireerd door punk, cabaret uit de Duitse Weimarrepubliek en het theater van Bertolt Brecht krijg je een geweldig poppenhuis from hell. "Een theatraal totaalconcept", zou de hippe kunstnicht in onszelf (ja, we treffen er soms rare snuiters aan) besluiten, en dan in elk geval één met een geweldige klankband.

Piano en drum: meer hebben The Dolls niet nodig voor hun muzikale vaudeville. Stel u een Duits cabaretgezelschap anno 1932 voor dat zich hondsdol door zijn set werkt in een gebouw dat een halve ruïne is. Onderwerpen: de pijn van het hermafrodiet-zijn, zelfverminking, mentale stoornissen en ander fraais. Van ingetogen tot uitzinnig, de poppetjes uit Dresden moeten het niet van vrolijkheid hebben, al kun je je op het eerste zicht nog even vergissen als het speeldoosmelodietje van "Coin-Operated Boy" inzet of het Spectoriaans meidengroepachtige "The Jeep Song" weerklinkt.

De prachtige Opener "Good Day" zet ons op een mooie manier nog even op het verkeerde been. Hier doet zangeres-pianiste Amanda Palmer aan An Pierlé denken maar die indruk zet ze al snel recht met het rammelende "Girl Anachronism": dit snokt aan de ketting, bijt, blaft, schreeuwt afstoting uit maar is net daarom eigenlijk één lange schreeuw om affectie.

En dat komt wel vaker terug op The Dresden Dolls, als in "Bad Habit" waarin de hoofdpersoon haar eigen sarcastische visie op haar tendens tot het betere kerf- en snijwerk toelicht: "you might say it’s self-destructive/but you see it’s more productive/then if I were to be healthy." Waarna Palmer besluit: "and sappy songs about sex and cheating/bland accounts of two lovers meeting/make me want to give mankind a beating." Eat that, Céline Dion.

In "Coin-Operated Boy" komt de geest van Kurt Weil opzetten. Hier verdienen The Dolls hun cabaretsporen in een nummer dat aanvankelijk lijkt te gaan over een sterke vrouw, maar halverwege in een prachtige brug volledig kantelt. Waarna blijkt dat juffrouw maar al te goed beseft dat het allemaal wel eens aan haar onmogelijk karakter zou kunnen liggen.

"The Jeep Song" doet het op zijn Ronettes en mét een flard "Paint It Black" van The Rolling Stones. Sterk, noemen wij dat. Het hartverscheurend mooie "Half Jack" brengt ons de innerlijke worsteling van een tweeslachtige. "It’s half biology/and half corrective surgery gone wrong" vertelt ze. Een kleine tragedie, vanuit de ik-persoon gezongen, en voor één keer raken The Dresden Dolls midscheeps doel.

Dat doen ze niet altijd: in de zwakkere momenten kijken we effectief naar een arty poppenkast, waar we niet onmiddellijk contact mee vinden. Maar laat dat vooral de pret niet bederven: deze groep heeft een plaatsje in ons hart veroverd. Dik spijt dat we niet op het concert in de AB Club zijn geraakt, maar dat maken we wel eens goed op een festival deze zomer. Ondertussen hebben we nog een lange, warme winter voor de boeg met dit plaatje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + veertien =