Jah Wobble :: I Could Have Been a Contender

Toen John Lydon in 1978 aankondigde dat hij met een nieuwe band
voor de dag ging komen, dacht menig muziekliefhebber: “Jaja, ‘t zal
wat worden!” “Maar da is !” riep Lydon, “en deze keer gaan we ne
keer echt werk maken van de muziek!” Hij hield woord: Public Image
Ltd. was inderdaad een groep die er ook muzikaal toe deed, maar dat
niet zozeer door de inbreng van de heer Lydon. Dé blikvanger van
PIL was niemand minder dan de bassist, de man die werd geboren als
John Wardle, maar zich na enkele intensieve reggaetrips liever Jah
Wobble liet noemen. Nu waren Wardle en Lydon (of Wobble en Rotten,
zo u wil) niet de enige (ex-)punks die flirtten met reggae, onze
Jah was wel één van de eerste blanken die erin slaagde meer met het
genre te doen alleen dan het naspelen van zijn Jamaicaanse
voorbeelden. Wobble was helemaal into reggae en dub, en
slaagde er zelfs in een eigen touch te geven aan het
genre.
Al gauw werd duidelijk dat het spelen in een band veel te beperkend
was voor Wobble. In 1980 was hij dan ook de eerste om PIL te
verlaten en een unieke carrière als (semi)soloartiest uit te
bouwen. Vandaag, 26 jaar na zijn debuut bij Public Image Ltd., ligt
er een driedelig overzicht in de winkels. Dat is geen overbodige
luxe, want de man heeft niet alleen één van de indrukwekkendste
maar ook meest onoverzichtelijke oeuvres bijeen gebast. Niet alleen
maakte hij nog deel uit van tal van andere groepen en werkte hij
met ‘s werelds interessantste muzikanten, ook het aantal genres
waarop hij zich stortte, zijn niet meer te tellen op de vingers van
één hand. Reggae, dub, wereldmuziek, postpunk, oosters muziek,
folk, ambient, pop, jazz, elektronica, experimental… Het enige wat
ze met elkaar gemeen hebben is het feit dat Wobble zich eraan
waagde nog vóór deze stijlen wereldwijd werden geëxploiteerd.
De eerste twee delen van ‘I Could Have Been a Contender’ beginnen
elk met een song uit zijn PIL-periode: ‘Public Image’ en
‘Poptones’, even verderop vinden we ook nog ‘Swan Lake (Death
Disco)’ terug. Wat natuurlijk ook niet mocht ontbreken is ‘How Much
Are They?’, het nummer dat verscheen op ‘Full Circle’, de plaat die
hij in ’81 opnam met Can-leden Czukay en Liebezeit.
Ongeveer een derde van de 37 tracks op deze verzamelaar (beter
gezegd: smulbox) nam hij op met zijn bekendste band, The Invaders
of the Heart. De andere band waarmee hij even de boer opging,
Temple of Sound, is hier vertegenwoordigd met twee tracks, waarvan
één met gastvocalen van Natacha
Atlas
. Andere artiesten met wie Wobble ooit de studio indook
(en bijgevolg op deze compilatie figureren) zijn Sinéad O’Connor,
de Oezbeekse diva Yulduz Usmanova, The Edge, Brian Eno, Pharao
Sanders, Evan Parker, Bill Laswell en Harold Budd. Men zou kunnen
vermoeden dat Wobble alleen maar groot(s) kan zijn aan de zijde van
andere vedetten, maar niks is minder waar. Luister bijvoorbeeld
naar ‘Funeral March’, ‘Betrayal Dub’ of ‘Song of Innocence’ en het
wordt duidelijk dat die grote namen evenzeer wel varen bij een
samenwerking met Wobble. Aan de mensen die muziek begonnen te
volgen vanaf de late jaren zeventig, kunnen we alleen nog dit
zeggen: Jah Wobble is de vader van drie vierde van uw platenkast;
‘I Could Have Been a Contender ‘ is dan ook geen aanrader, het is
een must have

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × twee =