Super Size Me




De documentaires doen het goed dit jaar – Michael Moore heeft met
‘Bowling For Columbine’ schijnbaar
een trend gezet voor onderhoudende, op feiten gebaseerde films die
de droge, didactische stijl van wat we ‘s avonds laat al wel eens
op Canvas of VPRO kunnen vinden, links laten liggen, om in de
plaats daarvan te kiezen voor al die typische trucs die van een
fictiefilm een boeiende prent maken. Humor, slimme
montagetechnieken, een sluw gebruik van muziek, een fascinerende
narratieve structuur (denk maar aan de ‘Rasohomon’-stijl van ‘Capturing The Friedmans’, die de vraag
“deed-ie-het-of-deed-ie-het-niet” doelbewust onbeantwoord liet) en
een knappe fotografie (‘Touching The
Void’
was fenomenaal op dat gebied). Al die dingen die we
doorgaans associëren met normale dramatische films, worden hoe
langer hoe meer toegepast op de documentaire vorm, en het gevolg is
dat er steeds meer volk naar gaat kijken.

Morgan Spurlock is een kerngezonde, 33-jarige New Yorker wanneer
hij in 2003 leest over een rechtzaak die twee gevaarlijk dikke
tienermeisjes hebben aangespannen tegen McDonald’s. De meisjes
beweren dat de fast food-gigant verantwoordelijk is voor hun
overgewicht en gezondheidsproblemen, maar de rechter verwerpt hun
zaak: het kan volgens hem niet bewezen worden dat het voedsel van
McDonald’s rechtstreeks verantwoordelijk is voor hun problemen. De
uitspraak stipuleert echter, dat de zaak anders zou liggen indien
het onomstotelijk bewezen zou kunnen worden dat een diëet van
McDonald’s-producten een ernstige, nadelige impact op de gezondheid
zou hebben. Spurlock besluit de proef op de som te nemen: dertig
dagen lang zal hij niets anders eten dan McDonald’s: drie keer per
dag, geen excuses. Alles wat hij eet, moet er gewoon over de
toonbank verkrijgbaar zijn en aan het einde van de maand moet hij
alles van de menukaart minstens éénmaal gegeten hebben. Wanneer een
bediende hem vraagt of hij een “super size”-menu wilt (een
maxi-menu, dus), moet hij ja zeggen.

Spurlock laat zich hierbij begeleiden door vier artsen en een
diëtiste, die vanzelfsprekend vanaf het begin bepaalde problemen
voorzien: hij zal meer vet aankweken, hij zal sneller vermoeid
raken, zijn cholesterol zal stijgen enzovoort. Maar de ware
resultaten zijn verbijsterend, zelfs voor hen: de filmmaker krijgt
elke dag ongeveer dubbel zoveel calorieën binnen als zijn lichaam
kan verwerken. Zijn bloeddruk swingt de pan uit, zijn hart en lever
beginnen te verzwakken. Tegen de tijd dat hij twee weken bezig is,
begint Spurlock, die bij een check-up vóór z’n experiment “in
uitstekende gezondheid” verkeerde, te zweten bij de minste
inspanning. Hij is buiten adem nadat hij de trap naar z’n flat
beklimt. Zijn seksleven gaat erop achteruit en hij wordt ‘s nachts
wakker met hartkloppingen. Zijn dokters smeken hem praktisch om
ermee op te houden.

U denkt nu vast hetzelfde als ik toen ik de zaal binnenging:
niemand eet elke dag drie keer per dag bij McDonald’s. Natuurlijk
is dat eten ongezond, maar hey, we zijn toch vrije mensen? Niemand
verplicht ons toch om dat spul te vreten? Persoonlijke
verantwoordelijkheid moet toch ergens voor tellen? Maar Spurlock
toont aan dat het allemaal zo simpel niet ligt – hij bezoekt een
aantal scholen om te controleren wat er wordt geserveerd in de
cafetaria: frieten, frisdrank met industriële hoeveelheden suiker
en verder diepvriesvoer zonder ook maar de minste voedingswaarde.
Wanneer hij aan één van de leerlingen vraagt of die portie friet
alles is dat ze gaat eten die middag, antwoordt ze nee. Ook nog
ketchup.

Zonder dat er enige reële inspanning wordt gedaan op de scholen om
gezond voedsel te promoten, blijft er de situatie thuis: er wordt
steeds minder thuis gekookt in de VS en wanneer ze uit gaan eten,
waar gaan ze dan naartoe? Wel, in Manhattan alleen zijn er al 83
McDonald’s, om nog maar te zwijgen van al die andere fast
food-ketens. Junk food is zo massaal verkrijgbaar, dat het in veel
gevallen simpelweg gegeten wordt omdat het het makkelijkste
verkrijgbaar is. Je wilt toch geen vijf straten verder moeten lopen
om dan méér te betalen om iets gezonds te eten, dat dan gewoonlijk
nog niet eens zo lekker smaakt?

En dan is er ook nog eens de reclame. Er worden statistieken
gegeven van verschillende fast foodketens en snoepfabrikanten – elk
van hen spendeert jaarlijks minstens een miljard dollar aan
reclame. Alle bedrijven die groenten en fruit verhandelen samen
komen nog niet eens aan twee miljoen. Spurlock toont aan een stel
kinderen van zes à zeven jaar een tekening van George Washington –
een paar van hen herkennen hem. Geen enkele onder hen herkent een
tekening van Jezus Christus, hoewel er ééntje een goeie gok doet:
‘George Bush, misschien?’ Maar toon hen een tekening van Ronald
McDonald en bingo: niet ééntje die ook maar even twijfelt.

Het plaatje dat Spurlock hier tekent is meer dan duidelijk: fast
food is big business. Ze gooien er immens veel geld tegenaan om
zichzelf het imago van kindvriendelijk restaurant voor de hele
familie aan te meten, waar je een goed uitgebalanceerde maaltijd
kunt eten, en ondertussen geven ze je het soort van troep waar je
op termijn steendood van kunt neervallen. Wanneer je op tv niets
anders ziet dan publiciteit voor dat soort plekken, wanneer ze op
de hoek van elke straat aanwezig zijn, wanneer je vanaf je
schooltijd al dat soort voedsel door je strot geramd krijgt én
wanneer dan ook nog eens blijkt dat McDonald’s’ producten een
verslavende werking hebben – waar sta je dan nog met je vrije
keuze? Is het dan niet fair om aan te nemen dat die grote bedrijven
hun verantwoordelijkheid moeten opnemen?

Spurlock volgt min of meer in de voetstappen van Michael Moore, in
die zin dat hij een persoonlijke, satirische twist aan zijn film
geeft: hij stelt zichzelf en de stunt die hij uithaalt centraal,
levert continu een sarcastisch commentaar over de beelden die we
krijgen én gebruikt hier en daar een goed gekozen stukje muziek –
zeer notenswaardig ‘Fat Bottomed Girls’ van Queen. Maar waar hij
afwijkt van Moore’s methodes, is in de manier waarop hij geen
rechtstreekse confrontatie opzoekt. Moore had waarschijnlijk de
grote baas van McDonald’s opgezocht en hém verplicht om een maand
lang alleen z’n eigen spul te vreten. Wat ook wel leuke cinema had
opgeleverd, veronderstel ik. Spurlock blijft echter rechtlijniger
met z’n film: hij viseert niemand persoonlijk, maar keert zich
tegen een industrie als geheel. Dat zorgt ervoor dat zijn film
minder spectaculair of memorabel is als pakweg ‘Fahrenheit 9/11’, maar wél eerlijker,
genuanceerder.

Ook hier in Europa wordt het probleem van zwaarlijvigheid steeds
groter want dammit, een goeie hamburger kan toch zó lekker zijn.
Uiteindelijk denk ik dat het toch een kwestie van zelfbeheersing
zal zijn – er bewust voor kiezen om die McDonald’s niét binnen te
stappen. Na het zien van ‘Super Size Me’ zal dat alvast weer iets
makkelijker zijn.

http://www.supersizeme.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + vier =