Wilbur Wants to Kill Himself




Het gebeurt maar zelden dat het gegeven “zelfmoord” een
sprankelende film oplevert. Als er dan toch ééntje opduikt met dit
thema, word je ofwel om de oren geslagen met een zware dobber met
depressievelingen van allerlei slag, ofwel krijg je een dwaze
komedie voorgeschoteld die uitmunt in de clichés. ‘Wilbur Wants to
Kill Himself’ trapt niet in die val, maar bewandelt nauwgezet de
smalle lijn tussen komedie en tragedie, met een flinke dosis
politieke incorrectheid en cynisme. Wat Aaltra deed voor de rolstoelgebruiker, zou
dit kleinood wel eens kunnen doen voor iedereen die vrijwillig uit
het leven wil stappen.

Harbour (Adrian Rawlins) is de eigenaar van een boekenwinkel, die
als eeuwige optimist slechts één ding heeft om zich zorgen over te
maken: zijn broer Wilbur (Jamie Sives). Die is vast van plan een
einde aan zijn leven te maken, maar faalt daar steeds weer in.
Wanneer hij dan ook nog eens uit een zelfhulpgroep wordt
verwijderd, besluit Harbour hem in huis te nemen. Samen met zijn
nieuwe partner Alice (Shirley Henderson), raadt hij Wilbur aan een
vriendin te zoeken. Die vindt hij uiteindelijk, maar dat maakt de
zaak alleen ingewikkelder en om het nog erger te maken, komt
Harbours optimisme onder zware druk te staan.

In de openingsscène zien we Wilbur aan het werk tijdens een van
zijn pogingen. Hij neemt alle mogelijke medicijnen in, steekt zijn
hoofd in de gasoven en ontdekt dan dat er geen gas is. Als hij er
uiteindelijk in slaagt om het gas aan te sluiten, belt hij zijn
broer om afscheid te nemen. Die komt hem uiteraard redden en Wilbur
belandt nog maar eens in een zelfhulpgroep. Wanneer de therapeut
opmerkt dat het met pillen en gas wel eens zou kunnen lukken, kijkt
Wilbur hem nonchalant aan en antwoordt: “Dat was ook ongeveer de
bedoeling”.
Opmerkelijk aan deze eerste scène is dat meteen alle protagonisten
worden voorgesteld. Geen afzonderlijke kennismakingen, neen, in één
enkele vlotte beweging wordt iedereen al geïntroduceerd en heb je
al een zeer accuraat beeld van hen. Harbour, wiens broederliefde
grenzeloos is, Alice en haar dochter, die gefascineerd zijn door
beide broers, de cynische behandelende arts en de geschifte, naar
aandacht hunkerende assistente, allemaal passeren ze de
revue.

Regisseur en scenariste Lone Scherfig verdiende haar adelbrieven al
met de Dogme prent ‘Italian for Beginners’. Voor ‘Wilbur Wants to
Kill Himself’ houdt ze zich niet aan de strakke Dogme-principes,
maar evenmin gooit ze die gebruikt, zijn allemaal zorgvuldig
geselecteerd: ze geven de juiste sfeer mee, bijvoorbeeld de
bedompte omgeving van Harbours winkel – waar je de boeken bijna
kunt ruiken – en laten je zelfs de druilerigheid van het stadje
voelen.
Ook met het sublieme scenario doet Scherfig een behoorlijke duit in
het zakje. Zo krijg je als kijker geen enkele verklaring voor het
gedrag van Wilbur. Alhoewel hij niet écht ongelukkig lijkt,
aanvaard je dit gegeven alsof het de gewoonste zaak van de wereld
is. Je beschouwt het als één van zijn vreemde eigenschappen,
waarvan de meest curieuze is, dat hij constant in zijn wanhopige
zelfmoordpogingen blijft falen.

Natuurlijk is dit allemaal makkelijker te verteren als je geholpen
wordt door puike acteerprestaties. Ieder hoofdpersonage heeft een
eigenzinnige manier om om te gaan met de werkelijkheid. Dat maakt
hen net wat menselijker: het zijn geen stereotiepen die ‘Wilbur
Wants to Kill Himself’ bevolken, maar personen die niet weten hoe
met elkaar om te gaan. Harbour droomt weg van de zachtheid van
Alices haar, terwijl Wilbur een dame vreemd aankijkt als ze aan
zijn oor likt en opmerkt dat, als hij gelikt wil worden, hij wel
een hond zal nemen. Romantisch, niet?

Betekent dit dat ‘Wilbur Wants to Kill Himself’ een perfecte film
is? Neen, daarvoor zijn er te veel schoonheidsfoutjes. Het
personage Alice is een lege doos. Veel kom je over haar niet te
weten, behalve dat de enige reden dat ze bij de twee broers intrekt
is, dat ze gewoon nergens anders terecht kan. Ook de tegenstelling
tussen beide broers is te opzichtig, een beetje nuance in het
portretteren van hunonderlinge verhouding had zeker gemogen.
Waar de beelden uitmunten in alle tonen van grijs, zijn de
personages volledig zwart-wit. En wederom scheert de
voorspelbaarheidfactor hoge toppen: al van zeer vroeg in de film
kan je voorspellen hoe hij gaat aflopen. Durf ik nog te vermelden
dat ik weer eens problemen heb met het einde? Het lijkt wel mijn
stokpaardje te worden, maar ook dit einde plakt naar mijn mening
van de zoeterigheid.

‘Wilbur Wants to Kill Himself’ is één van die kleine films die
gaandeweg zichzelf overstijgen om uiteindelijk groots te worden.
Zolang hij bezig is, sta je niet stil bij de ongerijmdheden, die
slechts beginnen te dagen nadat je de zaal al verlaten hebt. En dat
is op zich al een grote prestatie: de film zelf geeft je geen tijd
om vragen te stellen om het doen en laten van de personages. Dat
alleen al toont aan dat hij knap en boeiend in elkaar is gestoken.
Een aanrader!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + twee =