King Arthur




Wie gehoopt dat Jerry Bruckheimer na het bevredigende Pirates of the Caribbean: The Curse of the Black
Pearl
eindelijk eens in een routine van betere actiefilms zou
vervallen, moet ik nu al teleurstellen. Zelfs een uurwerk dat
stilstaat, geeft tweemaal per dag de juiste tijd aan.

Ik kan me levendig voorstellen hoe deze film tot stand is gekomen.
Op een morgen werd Jerry wakker, opende zijn krant en stelde tot
zijn verbazing vast dat historische epossen het weer heel goed doen
bij het publiek. Omdat hij nu eenmaal niet om een origineel project
verlegen zit, ging hij onmiddellijk op zoek naar één of andere
legende om te verfilmen. Uiteindelijk kwam hij uit bij de legende
van Koning Arthur, de mythische Engelse koning die de laatste jaren
volgens steeds meer wetenschappers ten tijde van de val van het
Romeinse Rijk wordt gesitueerd en niet in de Middeleeuwen, zoals
tot voor kort hardnekkig werd volgehouden. Reden genoeg voor Jerry
om “the true story behind the legend” op u los te
laten.

Arthur (Clive Owen) is de zoon van een Romeinse heer en leider van
een groep ridders, die op hun beurt nazaten zijn van de Sarmatische
krijgers. Deze tot slavernij gedwongen woestelingen dienen een 15
jaar durende diensttijd uit te zitten alvorens hun vrijheid terug
te winnen. Uitgerekend op de vooravond van hun afzwaaien, krijgen
ze nog een laatste missie.
Engeland wordt aangevallen door de Saksen. De Romeinen kiezen
eieren voor hun geld en keren terug naar het stabiele Rome.
Probleem is dat het favoriete petekind van de Paus achtergebleven
is in een gebied dat door de Saksen wordt bezet. Arthur en zijn
mannen krijgen de opdracht om hem en zijn familie uit de klauwen
van de barbaren te redden. Om deze taak te volbrengen, moeten de
trouwe ridders door een gebied trekken dat bevolkt wordt door
woads. Deze opstandige bosbewoners, die worden geleid door
Merlijn (Stephen Dillane), weigeren zich te onderwerpen aan de
Romeinse heerser.
Zoals u waarschijnlijk al kon raden, zorgt de nieuwe gezamenlijke
vijand voor een toenadering tussen beide groepen. En wanneer Arthur
ook nog eens de mooie Guinevere (Keira Knightley) uit de klauwen
van de Romeinse heerser redt, is het bondgenootschap helemaal
beklonken. Arthur kan zich vanaf dan richten op het verslaan van de
Saksen én op het koningschap van Engeland.

Van het gekende verhaal van Arthur en de ridders van de Ronde Tafel
blijft niet meer veel over. Heden ten dage mag een held blijkbaar
ook geen persoon uit één stuk meer zijn. Neen, hij moet gebukt gaan
onder twijfel over zijn lotsbestemming. En om de feministen onder
ons tevreden te stellen, mag de frêle Guinevere met een zwaard
staan rondzwaaien alsof het een aardappelmesje betreft (in die tijd
wogen de zwaarden nog tientallen kilo’s).
Het taaltje dat de ridders hanteren, ontbeert eveneens elke vorm
van geloofwaardigheid. Alhoewel de feiten zich omstreeks 500 na
Christus afspelen, bedienen de protagonisten zich van dialogen die
beter op hun plaats waren geweest in een doordeweekse tienerfilm.
Maar in een legende? Naar alle waarschijnlijkheid werden ze er in
geschreven om de toon wat te verlichten, maar meer dan een trilling
van een mondhoek heb ik er alvast niet aan over gehouden.

David Franzoni schreef eerder het scenario van Gladiator, wat ook al niet veel om het lijf
had en leverde zopas zijn volgende project ‘Hannibal’ af (de
Carthaagse generaal, niet de seriemoordenaar). Omdat ‘King Arthur’,
net als Gladiator weer een vlotte
actieprent moest worden, is er dan ook nauwelijks sprake van een
uitdieping van de karakters, laat staan van hun onderlinge
relaties. Antoine Fuqua (Training
Day
, Tears of the Sun), die het
uitkiezen van rammelende scenario’s blijkbaar tot een kunst geeft
verheven, doet nog aardig zijn best om van het gegeven een
aanvaardbaar kijkspektakel te maken en maakte de wijze keuze om
niet alle registers van de CGI open te trekken, maar om alles wat
kleinschaliger te houden. De gevechten spelen zich ofwel in de
mist, ofwel in het schemerduister af, waarbij er veelvuldig gebruik
wordt gemaakt van close-ups en het geweld nooit expliciet in beeld
wordt gebracht.
Reden tot opwinding is er slechts zelden: behalve wat schuchtere
pogingen faalt Fuqua in zijn opdracht om met iets écht bruisends
voor de dag te komen.

Ook de verzamelde cast loopt verloren in het wankele scenario:
Clive Owen tracht in de mate van het mogelijke Arthur een ziel te
geven, maar volledig de meubelen redden kan hij niet. Dan was Eric
Bana toch iets overtuigender als Hector in Troy. De enigen die wat indruk maken zijn
Stellan Skarsgård als Cerdic en Ray Winstone als Bors, deze laatste
vooral door het enthousiasme dat hij in zijn rol legt. Keira
Knightley doet ook meer dan haar best, maar haar rol is te
onbeduidend om een deftig oordeel te vellen. En Ioan Gruffudd is
een miskleun als Lancelo: hij lijkt gewoon te zijn weggeplukt van
zijn boot, nog steeds denkend dat hij Hornblower is.

King Arthur is een typische Jerry Bruckheimer productie geworden:
veel geblaat en weinig wol, volstrekt inhoudsloos en daardoor
inspelend op een publiek dat vooral niet te veel wil nadenken. Wil
je toch een film over de legende van de Ronde Tafel zien, haal dan
‘Monty Python and the Holy Grail’ of ‘Excalibur’ in huis, daar zal
je langer plezier aan beleven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + zestien =