The Prince and Me




Vreemd, hoe elke zomer in de bioscoop z’n eigen overheersend thema
lijkt te hebben. Verleden jaar werden we overweldigd met (sequels
op) actiefilms en verfilmingen van stripverhalen, deze keer richt
Hollywood z’n grof geschut op tienermeisjes. ‘The Prince and Me’,
een schadeloos maar tegelijk onvoorstelbaar suf romantisch
sprookje, is slechts de eerste in een lange reeks komedietjes
gericht op meisjes van 15 of jonger. Staan ons nog te wachten:
‘Mean Girls’ met Lindsey Lohan, ‘New York Minute’ met de gevreesde
Olsen Twins, ‘A Cinderella Story’ met Hillary Duff en ‘Confessions
of a Teenage Drama Queen’ met opnieuw Lindsey Lohan. Het wordt een
lange, zware zomer voor pubermeisjes en oude snoepers, zoveel is
duidelijk.

Maar goed, ter zake. ‘The Prince and Me’ vertelt het niet bijster
originele verhaal van de Deense prins Edvar (‘Eddie’) Dangaar, die
in z’n thuisland wordt achterna gezeten door paparazzi en continu
van z’n ouders (koning James Fox en koningin Miranda Richardson) te
horen krijgt hoe hij zich moet voorbereiden op de
verantwoordelijkheden die hij binnenkort op z’n schouders zal
krijgen. Om te ontsnappen aan de stress van het leven als
troonopvolger, besluit Eddie om een tijdje naar Amerika te
verkassen. Hij schrijft zich incognito in aan de universiteit van
Wisconsin, op de hielen gevolgd door z’n persoonlijke assistent
Soren (Ben Miller).

Eens hij daar is aangekomen, maakt Eddie kennis met de charmante
verschijning Paige (Julia Stiles, ooit nog in de veel betere film
‘O’) – Paige is een hard werkende
boerendochter die in haar thuisstadje bekend staat als de laatste
ambitieuze vrouw, die haar dromen op een zinvol leven als dokter
nog niet heeft opgegeven voor een huwelijk en kinderen. We weten
dat Paige ambitieus is omdat ze én op al haar examens spetterende
cijfers behaalt, én twee jobs doet om zich haar studies te kunnen
permitteren, én er niettemin ten alle tijden uitziet alsof ze net
naar de kapper en de visagiste is geweest. Je wéét dat je naar een
romantisch fantasietje aan het kijken bent wanneer het
hoofdpersonage erin slaagt om een hele avond bier te staan tappen
in een druk café en achteraf glimlachend het pand verlaat zonder
dat er een haar van z’n plaats is gedwaald. Maar goed, dat is dan
ook één van de redenen waarom films dikwijls leuker zijn dan het
echte leven, veronderstel ik.

Vult u de rest van het verhaaltje zelf maar aan: Eddie en Paige
ontmoeten elkaar, eerst kunnen ze elkaar niet uitstaan, daarna
worden ze verliefd, zij komt erachter wie hij werkelijk is, er
volgt een ruzie, ze vallen opnieuw in elkaars armen, Paige wordt
geïntroduceerd aan het hofleven waaraan ze niet gewend is en de
uiteindelijke keuze zal neerkomen op haar droomleven van arts of
een veilig, saai leventje als koningin. Zo gaat dat nu eenmaal: de
elementen van dit verhaaltje zijn zo vertrouwd dat het lijkt alsof
de scenaristen een check-list naast hun tekstverwerker
hadden liggen van obligatoire scènes die ze nu eenmaal niet konden
overslaan. De schattige ontmoeting van onze twee romantische helden
(Eddie vraagt Paige onomwonden om haar T-shirt op te heffen,
aangezien hij ervan overtuigd is dat àlle Amerikaanse studentes dat
op simpel verzoek doen), de langzame toenadering (via bijlessen
over de liefdessonnetten van Shakespeare), de crisis (de paparazzi
duiken plotseling op) enzovoort… U ként dit. ‘The Prince and Me’
is een formulefilm die bijna trots lijkt op z’n voorspelbaarheid en
banaliteit.

Zoals het hoort in dit soort prent, worden een aantal voor de hand
liggende werkelijkheden vrolijk genegeerd – zo spreekt iedereen in
Denemarken uiteraard Engels, ook onderling. In Amerikaanse films is
heel Europa in essentie een culturele kolonie van de VS, waar
heimelijk al jarenlang Engels gesproken wordt, behàlve wanneer er
Amerikanen in de buurt zijn – dan gebruiken ze uit pure moedwil hun
moedertaal. Bovendien is het personage van Eddie nogal inconsistent
in z’n wereldvreemdheid – we zien hem voor het eerst tijdens een
autorace, maar bij z’n aankomst in Wisconsin moeten we geloven dat
hij niet weet wat een X-Box is. Hij citeert losweg Shakespeare,
maar in een broodjeszaak heeft hij niet voldoende intelligentie om
een broodje kalkoen te maken. Het hangt er maar van af wat de plot
nodig heeft om verder in de buurt van z’n onvermijdelijke conclusie
te komen.

Enige frisheid of originaliteit hoeft u hier dus niet te zoeken. De
film waar ‘The Prince and Me’ nog het meeste aan te danken heeft,
is het Eddie Murphy-vehikel ‘Coming To America’, dat in feite een
identieke plot had. Ik veronderstel dat het doelpubliek niet echt
wakker zal liggen van het terminale gebrek aan inspiratie dat de
voornaamste oorzaak is van de totale verlamming van dit project –
wat kan het die 14-jarige meisjes tenslotte schelen, zolang ze maar
iets hebben om popcorn bij te knabbelen? Een groter probleem is,
dat we onderweg zo weinig echt geslaagde grappen krijgen. De
leukste one-liner geef ik u graag even mee: ‘You speak Flemish?
I didn’t even know there was a country called Phlegm.’
Benieuwd
of de jeugdige dames in het publiek ‘m zullen snappen. Voor het
overige is het maar al te vaak huilen met de pet op – de
medestudenten van Paige en Eddie worden opgevoerd als een zootje
ongeregeld dat schijnbaar voor een komische noot dient te zorgen,
maar veel meer dan “dude!” horen we niet uit hun mond komen. Soren,
de bediende van Eddie, werd in het script geschreven met de
overduidelijke bedoeling om van hem een typisch komische sidekick
te maken, maar waar blijven zijn spitse replieken dan? Zelfs
Arsenio Hall, die in ‘Coming To America’ krék dezelfde rol speelde,
was meer memorabel dan Ben Miller hier. Niet dat het de fout is van
de acteur – de tekst is er gewoon niet.

Julia Stiles en Luke Mably doen hun best in de hoofdrollen, en
tijdens hun beste momenten meende ik zelfs een paar kleine vonkjes
tussen hen te zien – met een beter script hadden de spetters er pas
écht vanaf kunnen vliegen. Je ziet wel dat ze chemistry hebben,
maar hun personages volgen zo slaafs de vereisten van de lamlendige
plot, dat ze praktisch gepredetermineerd zijn om alles te doen wat
ze doen. Voorspelbare karakters zijn saaie karakters, en hoezeer
Stiles en Mably ook fotogeniek in mekaars ogen staan te kijken, het
blijft een duffe bedoening. Niet in het minst omdat ‘The Prince and
Me’ niet alleen gemikt is op een publiek van tieners, als wel
specifiek op een publiek van Amerikaanse tieners, wat wil
zeggen dat ze nauwelijks verder raken dan handjes vasthouden en een
zedige kus. Na een tijdje gaat dat behoorlijk flauw lijken – niet
dat je hardcore seksscènes in dit soort film kunt verwachten, maar
dit lijkt ronduit abnormaal.

‘The Prince and Me’ is niet slecht of goed genoeg om extreme
reacties uit te lokken in eender welke richting. Dit soort van
flutfilmpjes wordt nu eenmaal af en toe gemaakt – over enkele
maanden ligt dit stof te verzamelen in de videotheek, na een
jaartje speelt dit op VT4 en geen haan die ernaar kraait. Er is
geen enkele reden om ernaar te gaan kijken, net zoals er geen
enkele reden is om er een uitgesproken hekel aan te hebben. Voor
dit soort film werd de term ‘verwaarloosbaar’ uitgevonden.

http://www.princeandme.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 8 =