Empire of the Sun

‘t Is gek hoe de filmindustrie soms de meest uiteenlopende
mensen bij elkaar kan brengen. Ondanks de release van ‘The Color
Purple’ twee jaar eerder, stond Steven Spielberg in 1987 nog steeds
voornamelijk gekend als de ultieme grossier in Hollywoodfantasieën,
met knuffelbare aliens en sympathieke avonturiers als zijn
voornaamste personages. Brits auteur J.G. Ballard bevond zich zo
ver aan het andere uiteinde van het culturele spectrum als je maar
zou kunnen denken. Hij was doorgebroken in de jaren zestig en
zeventig met enkele bizarre science fiction romans, die een soms
choquerend seksuele en gewelddadige blik wierpen op de maatschappij
– denk maar aan ‘Crash’, in 1996 verfilmd door David Cronenberg, of
‘The Atrocity Exhibition’. Ballards boeken waren ongeveer even
moeilijk, ontoegankelijk en somber als Spielbergs films
publieksvriendelijk en opgewekt waren. Maar met ‘Empire of the Sun’
kwam dit onwaarschijnlijke duo, bien étonné de se trouver
ensemble,
toch samen.

Ballard groeide op in de internationale vestiging in Shanghai in
de jaren dertig, als zoon van de baas van een groot textielbedrijf.
In 1943 werd hij, samen met zijn ouders en zusje, ondergebracht in
een gevangenenkamp, waar hij de rest van de oorlog zou uitzitten.
In 1984 romantiseerde hij die ervaringen in zijn roman ‘Empire of
the Sun’, een boek dat zich nog het best laat omschrijven als een
uitgebreide dagdroom van zijn jeugd. Een versie van zijn jaren in
het kamp, maar dan spannender en dramatischer. In het boek, en dus
ook in de film, raakt de jonge Jamie (gespeeld door een piepjonge
Christian ‘Batman’ Bale) gescheiden van zijn ouders tijdens de
chaos in Shanghai na de inval van de Japanners. Hij klampt zich
vast aan Basie (John Malkovich), een sympathieke Amerikaanse
bandiet die de indruk wekt dat hij alles kan overleven. Samen met
hem belandt Jamie in een Jappenkamp, waar hij de volgende vier jaar
moet zien te overleven.

Voor Spielberg was ‘Empire of the Sun’ een tweede poging om
zichzelf te profileren als ernstig filmmaker. ‘The Color Purple’
werd – ondanks zijn vernederende afgang bij de oscars – relatief
goed ontvangen, en dit tweede drama op rij moest definitief
bevestigen dat Spielberg geen kind meer was. Ballards boek leek in
ieder geval typisch Spielberg-materiaal: ‘Empire of the Sun’ was
Ballards eerste uitstapje in de mainstream literatuur,
zonder personages die geil worden van auto-ongelukken, of Marilyn
Monroe die last heeft van radio-actieve straling (ik verzin niets).
In essentie had hij een coming of age-verhaal geschreven,
tegen de achtergrond van het grootste conflict van de
20ste eeuw. En wie beter om een film te maken over de
tragedie van het volwassen worden dan Steven Spielberg? Pers en
publiek vonden er alvast niet veel aan: de film kreeg zwaar te
lijden aan een backlash, die misschien zelfs nog een
beetje revanche was voor ‘The Color Purple’. (Onder het motto: “we
vonden je eerste drama al goed, je moet nu ook niet gaan
overdrijven, hè makker. Ga maar gauw weer Indiana Jones maken”.) De
tijd is echter goed geweest voor ‘Empire of the Sun’ – de film
wordt tegenwoordig veel positiever besproken dan destijds, en heeft
wat mij betreft veel meer emotionele slagkracht dan ‘The Color
Purple’.

Niet dat Spielberg inhoudelijk echt complexe punten duidelijk
maakt: Jamie begint als een verwend kind in de internationale
vestiging, die zijn leven voor een groot deel in zijn fantasie
leidt: fantasieën over de eer van het Japanse leger, en vooral
fantasieën over piloten en vliegtuigen, die hij verafgoodt. Door
zijn ouders te verliezen en daarna in het kamp terecht te komen,
wordt hij uiteraard verplicht om enorm snel volwassen te worden,
maar het zijn z’n kinderlijke fantasieën die hem er doorheen
helpen. Hij salueert enkele Japanse piloten die op het punt staan
te vertrekken op een kamikaze-missie: hij beseft waarschijnlijk
niet wat die mannen precies gaan doen of waarom, maar hij is gewoon
gefascineerd door de rituelen, door het uiterlijk vertoon van die
geüniformeerde mannen die samen met hun superieuren een kom saké
drinken, het lied ‘Umi Yukaba’ zingen en dan vertrekken. Wanneer
Amerikaanse gevechtpiloten de luchtmachtbasis vlak naast het
gevangenenkamp bombarderen, beeldt Jamie zich in dat één van de
piloten naar hem wuift. Hij springt op en neer, en gilt: “P-51,
Cadillac of the sky!”
Het is pas tegen het einde van de film
dat Jamie al zijn laatste kinderlijke illusies overboord gooit, en
wanneer dat gebeurt – via de dood van een Japanner – is dat een
tragisch moment. Op die manier wordt ‘Empire of the Sun’ een
tragedie over het verlies van de kindertijd.

Een tragedie die voor mij beter werkt dan ‘The Color Purple’,
juist omdat het om thema’s gaat waar Spielberg zich meer in thuis
voelt. Hij snàpt dit verhaal, hij snapt de emoties van Jamie veel
beter dan die van Celie in zijn vorige film. Het gevolg is dat hij
veel minder vaak zijn toevlucht moet zoeken tot goedkoop sentiment
en voor de hand liggende symbolen – oké, het speelgoedvliegtuigje
waar Jamie de hele film lang mee rondloopt heeft een wel érg
duidelijke thematische betekenis en ja, zijn bekentenis dat hij
zich niet meer herinnert hoe zijn ouders er uitzagen, neigt naar de
tranentrekkerij. Maar veel vaker vindt Spielberg een mooi evenwicht
tussen poëzie (die slow motionshots van de vertrekkende
kamikazepiloten!) en rauwe werkelijkheid (Jamie’s obsessie met de
dood en hoe je de doden weer tot leven moet wekken). ‘Empire of the
Sun’ dreigt soms sentimenteel te worden, maar is voor het overgrote
deel juist erg meeslepend en zelfs ontroerend.

Spielberg weet ditmaal ook veel beter het tempo in zijn film te
houden. Waar ‘The Color Purple’ soms wat al te lang aansleepte, is
‘Empire of the Sun’, die nochtans even lang duurt, veel beter
getimed. De ruwe versie duurde naar verluidt meer dan vier uur, wat
betekent dat heelder plotlijnen rond verschillende nevenpersonages,
zoals Miranda Richardson, zo goed als volledig geschrapt werden.
Enerzijds is dat jammer, omdat je aanvoelt dat die personages
interessanter zijn dan ze hier lijken – ‘Empire of the Sun’ is één
van de weinige films waarvan ik wel eens een director’s
cut
zou willen zien. Anderzijds zorgt dat er wel voor dat het
tempo er goed in blijft zitten, en dat de focus niet verloren gaat
– die blijft stevig gevestigd op Jamie en zijn coming of
age.

Christian Bale is tegenwoordig natuurlijk één van de hotste
acteurs in Hollywood, maar hij was nog maar 13 toen ‘Empire of the
Sun’ uitkwam. Voor zijn debuut moest hij meteen al de hele film
dragen, maar de kleine Bale zet twee en een half uur lang geen stap
verkeerd. De intensiteit waarvoor hij later bekend zou worden, is
hier al volop aanwezig, in een energieke, doorleefde vertolking die
echt indrukwekkend is. John Malkovich heeft de voornaamste bijrol
als Basie en doet dat, naar aloude gewoonte, weer erg goed. Wie
niet met de ogen knippert, kan trouwens heel even Ben Stiller zien
passeren in één van zijn eerste rollen.

Samen met Spielbergs gebruikelijke visuele vernuft – er zit geen
enkele scène in de film die niet opvalt door z’n knappe kadreringen
en camerabewegingen – en één van de betere scores van John
Williams, maakt dat van ‘Empire of the Sun’ één van Spielbergs
meest onderschatte films. Eentje om te herontdekken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 3 =