Serial Mom




Ik veronderstel dat het veilig is om een film “weird” te noemen
wanneer één van de komische hoogtepunten een scène inhoudt waarin
een oud dametje luidop zit mee te zingen met de musical ‘Annie’,
terwijl ze haar voeten laat likken door haar hond. Enkel om
vervolgens doodgeknuppeld te worden met een lamsbout. Regisseur
John Waters is één van de koningen van de slechte smaak, nog altijd
berucht omdat hij in de film ‘Pink Flamingoes’ Divine een echte
hondendrol liet opeten. Zonder Waters zouden we vandaag geen
programma’s hebben à la ‘Jackass’. En dat zeg ik nu zomaar, alsof
dat iets negatiefs zou zijn. Soms kan ik mezelf nog wel eens
verrassen.

In 1994 kwam Waters met één van zijn meer conventionele
projecten – ‘Serial Mom’, een satirische komedie die zowel de
burgerlijke mentaliteit van maar al te veel Amerikanen, als de
nationale fascinatie met seriemoordenaars op de korrel nam. De film
blijft tot op heden één van de zeer weinige van Waters die zich een
aantal keer opnieuw laat bekijken, simpelweg omdat hij niet zó
bizar is dat het publiek er finaal op afknapt.

Kathleen Turner amuseert zich overduidelijk te pletter als
Beverly Sutphin, een onvoorstelbaar brave huismoeder die geen
kauwgom in haar huis toelaat, extatisch reageert op fluitende
vogeltjes en haar tienerkinderen zowaar wil beschermen tegen
woorden als “pussy”. Ze is evenwel ook een psychopate, die zozeer
gesteld is op haar kleine, bekrompen leventje, dat ze iedereen
vermoordt die niet in dat plaatje past. Mensen die niet recycleren.
Die hun tapes uit de videotheek niet terugspoelen. Of die witte
schoenen dragen na “labour day”.

‘Serial Mom’ is in de eerste plaats een rabiate aanval op de
verwrongen waarden van voorstedelijk Amerika, waar wordt gefronst
op vloeken, op horrorfilms en pornografie, maar waar in de kerk wel
gepredikt wordt voor de doodstraf. (Priester tegen zijn
gemeenschap: ‘Jezus zei toch niets tegen de doodstraf toen hij aan
het kruis hing? Als er ooit een tijd was om zich er tegen uit te
spreken, dan was het toen wel. Dus laten we niet meer twijfelen and
let’s just do it!) Heel de gemeenschap waarin ‘Serial Mom’
zich afspeelt, is fake van kop tot teen, hypocriet en kleingeestig.
Eén van de vriendinnen van Beverly verwisselt stiekem de
prijskaartjes van twee poken, zodat ze drie dollar minder moet
betalen – dié mentaliteit.

Waters brengt die hypocrisie in beeld door z’n film alle
stilistische trekken mee te geven van een melige sitcom. De sets
zijn maar al te duidelijk precies dat: sets met kartonnen muren. De
belichting zit er regelmatig net een beetje nààst – let erop hoe in
een bepaalde scène Beverly’s echtgenoot Eugene (Sam Waterston als
hopeloze nerd) het licht uitdoet, en een fel blauw licht
stante pede in de plaats komt. Dat is precies hoe ze het zouden
doen in een slecht televisieprogramma, maar voor een film is dat
ondermaats. En ik vermoed dat Waters dat opzettelijk zo heeft
willen doen.

Vooral omdat je het ook terugvindt in de dialogen en de
acteerprestaties, die allemaal zeer nadrukkelijk geschreven zijn om
de gedachten en gevoelens van de personages toch maar letterlijk
weer te geven. Bijvoorbeeld: Beverly’s dochter die thuiskomt, zucht
en breed glimlachend zegt: “Wat waren we toch stom om te denken dat
onze eigen moeder een seriemoordenares was.” Reactie van haar
broer: “Ja, stel je voor, zeg.” Gevolgd door het obligate infantiel
gelach. De film voelt van begin tot eind fake aan,
geforceerd, omdat dat het leven is dat de personages leiden. En
daar middenin wordt Beverly gegooid, als moordzuchtige
moeder-kloek.

Waters is er nooit de man naar geweest om zich in te houden in
z’n films, en ook hier trekt hij weer alle registers open – Beverly
steekt iemand neer met een pook en de lever van het slachtoffer
blijft eraan hangen. Een jongen begint zich op een wild-atletische
manier te masturberen en wordt betrapt door de binnenstormende
familie van Beverly. Nog een ander slachtoffer wordt in brand
gestoken op een metalconcert, waarna één van de bandleden een teug
van een fles neemt en de drank op het brandende lichaam uitspuugt.
Een gepaste reactie lijkt mij: yahoo.

Dat totale gebrek aan alle vormen van subtiliteit of goede smaak
is tegelijk de kracht en de zwakte van de film. ‘Serial Mom’ is
satire met de voorhamer, wat inhoudt dat je na een half uur wel
stilaan begrepen hebt wat de bedoeling is, terwijl de film nog een
uur vrolijk verdergaat. Langs de andere kant blijft Waters steeds
opnieuw zulke uitzinnige situaties bedenken dat je, willen of niet,
toch wordt meegesleurd in de waanzin die hij toont. Het manische
enthousiasme van Kathleen Turner in de hoofdrol is hier uiteraard
niet vreemd aan, maar ook in de bijrollen vinden we aantal
interessante gezichten terug. Sam Waterston, ooit nog de
hoofdrolspeler in ‘The Killing Fields’, is uitstekend als über-seut
die zelfs terwijl hij z’n vrouw verdenkt van meervoudige moord,
platitudes blijft spuien als: ‘Wat ze ook is, we blijven toch van
jullie moeder houden.’ En als Beverly’s zoon Scott zien we Matthew
Lillard in een opvallende pre-‘Scooby-Doo’ rol.

‘Serial Mom’ valt, net als alle films van Waters, vierkant in
het love it or hate it-departement. Als satirist heeft hij weinig
nieuws te vertellen, maar hij vertelt het op een soms
onweerstaanbaar geestige manier. Tot nu toe heeft de regisseur
niets meer gemaakt dat het niveau van deze komedie benadert.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + twee =