Troy




Voor wie na drie ‘Lord of the
Rings’
-films nog steeds niet genoeg heeft van epische
veldslagen, pompeuze dialogen en uit graniet gehouen helden – dat
soort mensen bestaan, heb ik mij laten vertellen – komt Wolfgang
Petersen nu met ‘Troy’, een losse verfilming van de Ilias. Homerus’
heroische gedicht ging over het noodlot zoals het werd gedicteerd
door de goden en over een passie die zo sterk was dat hele werelden
ervoor mochten afbranden. Deze filmversie gaat over het afgetrainde
en met vaseline ingesmeerde corpus van Brad Pitt dat we over de
loop van bijna drie uur zo vaak mogelijk dienen te bewonderen.
Verschil moet er nu eenmaal wezen.

We schrijven 1193 voor Christus. Koning Agamemnon, gespeeld door
Brian Cox, is erin geslaagd om de verschillende Griekse
koninkrijken onder zich te verenigen. Zijn broer Menelaus (Brendan
Gleeson) sluit bovendien een moeizaam verworven vrede met Troje,
via onderhandelingen met de twee prinsen van die staat: Hector
(Eric Bana) en Paris (Orlando Bloom). Paris heeft het ondertussen
echter aangelegd met de goed van oren en poten voorziene echtgenote
van Menelaus – Helena (Diane Kruger), die hier weinig te doen
krijgt behalve haar door L’Oréal goedgekeurde meeëtersvrije huid
tentoon te stellen. Paris smokkelt Helena mee naar Troje, Menelaus
is begrijpelijkerwijs enigszins van zijn melk door dit verraad en
roept de hulp van zijn broer Agamemnon in om wraak te nemen. Het
gevolg: duizend Griekse schepen varen af naar Troje opdat één
hoorndrager toch maar zijn mannelijke eer zou kunnen redden. Onder
de krijgers bevinden zich zulke namen als Odysseus (Sean Bean) en
vooral Achilles (Brad Pitt), een huurling die het bloed van
Agamemnon wel kan drinken en eigenlijk enkel vecht omdat hij er
zelf eer uit haalt. Of zoiets.

Het bronmateriaal is zo groots, zo bigger than life, dat
het eigenlijk vreemd is dat er niet méér films over werden gemaakt.
Het valt niet moeilijk om je een ouderwets Hollywoodepos uit de
jaren vijftig voor te stellen, met Charlton Heston in de hoofdrol
en misschien – waarom niet? – zelfs Cecil B. DeMille achter de
camera. Zeg maar over Heston wat je wil, maar die kerel zag er
tenminste goed uit in een tuniek, hij kon een rokje dragen zonder
dat het publiek spontaan in de lach schoot, hij kon helden
neerzetten die alle realiteit honderd maal overstegen zonder dat
hij verdwaalde in het rijk van het absurde. In ‘Troy’ daarentegen,
heeft Petersen het moeilijk om een held te vinden waar we in kunnen
geloven. Russell Crowe zette een geloofwaardig exemplaar neer in
‘Gladiator’, maar schijnbaar is er
een zeer specifiek soort van acteertalent nodig om dat soort van
rollen te kunnen verkopen aan een publiek. Het soort van
acteertalent waar we Brad Pitt vooralsnog niet van kunnen
verdenken.

Pitt is een goed acteur, getuige daarvan z’n prestaties in
‘Seven’, ‘Fight Club’ en ‘Twelve Monkeys’, maar hier krijgt hij de
weinig benijdenswaardige opgave om zich te kleden in lakens en
rokjes, om zich een Brits accent aan te meten, om lange monologen
af te steken over eer tijdens het oorlogsvoeren (met pareltjes
zoals: I shall look down upon your corpse and smile!), én toch om
er ook nog geloofwaardig uit te blijven zien als onoverwinnelijke
krijger. Het resultaat is dat Pitt er ten alle tijden uit blijft
zien als een filmster van de 21ste eeuw die z’n uiterste best doet
om toch maar een held uit de antieke wereld neer te zetten. Voor de
rol van Achilles moet hij simpelweg teveel dingen doen die een
normale rol nooit van hem zou vereisen – de fysieke aspecten, de
gestileerde dialogen, de verhoogde emoties die inherent zijn aan
het verhaal… Het is niet evident om dat met een zeker gevoel van
naturel aan de man te brengen, en het lukt Pitt ook niet. Je
ziet hem proberen, maar hij geraakt er niet.

De voornaamste drive achter het verhaal, en dé toetssteen
voor de geloofwaardigheid ervan, is natuurlijk de relatie tussen
Paris en Helena. Kun je geloven dat deze vrouw alles zou riskeren,
ook haar leven, om bij die man te kunnen zijn? En dan casten ze in
de rol van die man een melkmuil als Orlando Bloom (waar hàlen ze
het vandaan?). Bloom werd bekend door zijn rol van Legolas in de
‘Lord of the Rings’-trilogie, en als
we Peter Jackson niets anders te verwijten hebben, dan is het wel
dat hij deze levensgrote mossel op een onvermoedend publiek heeft
losgelaten. Bloom kan niet acteren, zo simpel ligt het. Had Helena
nu gekozen voor Eric Bana als Hector, ja dàn… Maar je ziet Kruger
en Bloom samen, en de indruk die je krijgt is die van een volwassen
vrouw die een puberjongetje verleidt. Where have you gone, Mrs.
Robinson?
Naar het oude Griekenland, dat is waar ze naartoe
is.

Voeg daar nog aan toe dat beide kanten van die oorlog nogal
twijfelachtig overkomen. Aan de ene kant heb je een ettertje dat
andermans vrouw heeft afgepakt, aan de andere kant heb je een
koning (Agamemnon), die weinig minder dan crimineel is in z’n
oorlogszucht – de George W. Bush van zijn tijd, zeg maar, die elk
excuus aanneemt om vreemde gebieden aan z’n gezag te onderwerpen.
Je ziet de legers van die twee figuren op elkaar afstormen, en voor
wie word je verondersteld sympathie te voelen? Voor Achilles? Maar
Achilles is slechts een huurling die er meer op uit is om z’n eigen
legende te voeden dan z’n land te dienen. Uiteindelijk biedt de
film ons toch nog een figuur om met mee te leven: Priamus, de
koning van Troje (Peter O’Toole), een oude man die z’n vredige
koninkrijk ten onder ziet gaan en er niets aan kan doen om het
tegen te houden. O’Toole is zoveel beter dat het materiaal dat hij
te spelen krijgt, dat je zin krijgt om luidop te roepen: “Waar zit
David Lean als je hem nodig hebt?”

Petersen regisseert z’n gevechtscènes vakkundig genoeg – de
belegering van Troje doet vaak denken aan die van Helm’s Deep in
‘The Two Towers’, met dat verschil
dat deze gevechten zich voor het merendeel in vol daglicht
afspelen. De computereffecten zijn dan ook zeer kwetsbaar, elk
foutje staat open en bloot in het licht. Maar dat is het probleem
niet: de effecten zijn geloofwaardig, de CGI-figuurtjes zijn niet
of nauwelijks te onderscheiden van de echte figuranten. Een geestig
detail in deze actiescènes was overigens een moment waarop een duel
tussen Hector en een Griekse soldaat dodelijk afloopt – alle andere
soldaten, Trojaans én Grieks, houden gelijk op met vechten om toe
te kijken en na afloop beslissen ze simpelweg dat het genoeg is
geweest voor die dag. Morgen is er weer een dag om elkaar af te
slachten, laten we nu gewoon even een rustpauze inlassen. Kijk, dàt
was dus een tijd toen oorlog nog een kwestie van eer en respect
was. De actiescènes zijn degelijk, in sé is er niets mis mee…
Maar heimelijk zat ik dan toch ook weer terug te denken aan
vergelijkbare momenten in de ‘Lord of the
Rings’
-trilogie, en aan hoeveel indrukwekkender die momenten
waren. Helm’s Deep. Die finale in ‘Return Of The King’.

Uiteindelijk blijft ‘Troy’ een teleurstellende bedoening, een
oppervlakkig epos over één van de grootste werken in de
wereldliteratuur. Punten gaan naar O’Toole en de effectencrew, voor
het overige hoeft u de door de media geforceerde hype absoluut niet
te geloven.

http://troymovie.warnerbros.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vier =