Starsky & Hutch




Nostalgie is ook niet meer wat het geweest is. ‘Starsky &
Hutch’ was een razend populaire politiereeks tijdens de jaren
zeventig die nu, dankzij de vernieuwde interesse in al wat maar met
kitsch en slechte smaak te maken heeft, aan een herwaardering toe
is. Het gevolg is deze film, een tongue-in-cheek ode aan/parodie op
de serie van toen – de kapsels, de kostuums en het taalgebruik van
de seventies worden liefdevol bespot door hoofdacteurs Ben Stiller
en Owen Wilson, die zich zichtbaar te pletter amuseren. Zij wel, nu
het publiek nog.

Starsky (Stiller), is een nogal bekrompen flik die dik tegen z’n
zin wordt verplicht samen te werken met Hutch (Wilson), een losbol
die de regels wel eens aan z’n laars durft te lappen. Komt de
combinatie good cop-bad cop nog iemand bekend voor, of ligt
dat aan mij? Op een dag vinden de heren een aangespoeld lijk, en in
het daarop volgende onderzoek komen ze een handeltje in cocaïne op
het spoor, geleid door gladde zakenman Reese Feldman (Vince
Vaughn). De coke in kwestie is zodanig behandeld dat drugshonden
het niet meer kunnen opsporen en indien onze helden er niet tijdig
bijzijn, zal Feldman een deal van 35 miljoen kunnen sluiten.

Je zou kunnen klagen dat die plot ongeveer even anorexisch is
als Calista Flockhart kort na haar breuk met Harisson Ford, maar
dat is niet echt het punt. Waar het werkelijk om gaat, is de manier
waarop de film pogingen onderneemt om de dunne lijn te blijven
bewandelen tussen parodie en homage. Regisseur Todd Philips (eerder
al verantwoordelijk voor het lamentabele ‘Road Trip’), heeft er
duidelijk lol in om het tijdperk van de jaren zeventig, en alle
vrolijke wansmaak waarmee die gepaard gingen, weer tot leven te
roepen. We zien Stiller over het scherm paraderen in een pruik van
groezelig uitziend krulhaar en Wilson loopt rond in een sportjasje
dat ongeveer even fout is als de gemiddelde plaat van Abba of The
Jackson Five. De sets zien eruit alsof ze net in een emmer verf
zijn gedoopt, met hun felle kleuren. En uiteraard heeft elk zwart
personage een afro op z’n hersens van zo’n hallucinante omvang dat
je je gaat afvragen hoe ze nog door de deur geraken. Elk cliché van
de jaren zeventig en van de films en tv-reeksen van die tijd, wordt
met een vette knipoog opnieuw opgevoerd. Af en toe deed het me
zelfs denken aan wat de ‘Austin Powers’-films deden met de jaren
zestig – ze namen de meest kenmerkende beelden, de meest iconische
conventies van dat decennium, en ze gingen daar gewoon één stapje
verder mee.

Dat is dus allemaal heel leuk bedoeld, alleen is het niet
voldoende om een film ook consequent grappig mee te houden. Er
zitten een aantal scènes in ‘Starsky & Hutch’ die bijzonder
geestig zijn – niet toevallig juist het soort momenten die in de
originele televisieserie niet gekund hadden, maar wél mogelijk zijn
in een moderne filmversie. Neem een scène waarin Stiller en Wilson
de beruchte homo-erotische ondertoon van de reeks in de verf zetten
door een show op te voeren voor een perverse gevangene. Eentje
waarin Starsky per ongeluk coke in z’n koffie doet in plaats van
suiker. Of – mijn favoriet – een hilarisch moment met een pony. Die
scènes zijn net een beetje te ruw om thuis te horen in het
universum van de tv-reeks, maar voor wie de film nu ziet, zijn ze
wel de grappigste.

Tussen die momenten door krijgen we helaas ook heel wat
materiaal dat niét werkt. De beide hoofdpersonages die zich
vermommen als bikers of als rijke zakenmannen om aan informatie te
komen, bijvoorbeeld – dat soort van situaties leidt wel tot een
kluchtige poppenkast aan accenten en steeds uitzinniger pruiken,
maar echt grappig is het niet. Ook mankeert het een aantal scènes
opvallend aan een punch line. Vroeg in de film zien we
Wilson op bezoek gaan bij zijn informant, de sympathieke schurk
Huggy Bear (Snoop Dogg). Tegen wil en dank sleurt hij Stiller mee,
die natuurlijk de leven-en-laten-leven-filosofie van Hutch en Huggy
Bear niet begrijpt en bijgevolg voor problemen zorgt. Oké, prima…
Maar aan het einde van die scène, en na alle langgerokken, komisch
bedoelde dialogen die we gehoord hebben, verlaten de flikken de
tent… Zonder dat we te weten gekomen zijn waarom Hutch
zijn verklikker nu eigenlijk wilde spreken. Het antwoord is
natuurlijk dat die scène enkel diende om het personage van Huggy
Bear te introduceren voor later in de film, maar dat is geen excuus
om een totaal zinloze vijf minuten in je prent te proppen. Ook in
een hersenloze komedie heb je geen toelating om dat te doen.

Wilson en Stiller zijn onderhand perfect op elkaar ingespeeld –
na The Royal Tenenbaums’,
‘Zoolander’ en ‘Meet The Parents’ hebben die twee een aangenaam
soort van chemistry met elkaar opgebouwd, ze weten een
aardig komisch ritme op te bouwen, waardoor het zeer plezierig
wordt om hen bezig te zien. De bijrollen zijn dan weer minder
indrukwekkend. Vince Vaughn is sporadisch leuk als slechterik, maar
wat Juliette Lewis en Chris Penn (u misschien nog bekend uit
‘Reservoir Dogs’) hier lopen te doen, is mij een raadsel. Ze hebben
nauwelijks werk en wat ze dan toch te doen krijgen, is allebehalve
memorabel. Nuja, voor Lewis is het in ieder geval een stap in de
goede richting na ‘Blueberry’. Maar dat is dan ook niet
moeilijk.

‘Starsky & Hutch’ is niet zo slecht als hij had kunnen zijn,
en bevat een aantal aardige momenten, maar daar blijft het dan ook
wel bij. Nostalgie is niet voldoende om een film te dragen, en Todd
Phillips is er vooralsnog de man niet naar om een middelmatig
scenario op een hoger niveau te tillen. Het had groovy
kunnen zijn, maar ondanks een paar goeie pogingen, kunnen wij deze
homeboy net niet diggen. Shiiiit…

http://starskyandhutchmovie.warnerbros.com/?fromtout=movies_a4#

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + acht =