Reconstruction




Niemand heeft ooit gezegd dat de liefde iets eenvoudigs is –
literatuur, muziek en film waarschuwen ons al jaren dat al wie zich
erdoor laat verleiden dat doet op z’n eigen risico. Regisseur
Christoffer Boe biedt z’n eigen, uitzonderlijk bizarre blik op dat
mysterieus concept van de liefde met ‘Reconstruction’, een film die
zowel drama, komedie als filosofisch traktaat verenigt. Het
resultaat is een eigenaardige, strikt persoonlijke prent, die
regelmatig doet denken aan het werk van David Lynch in het door
elkaar haspelen van de tijdslijnen, de identiteit van de personages
en de wisselende vertelstandpunten.

De plot, voor zover die te ontwarren valt, bevat vier
personages: Alex (Nikolaj Lie Kaas) heeft een relatie met Simone
(Maria Bonnevie), maar ontmoet in een café toevallig Aimée (opnieuw
Bonnevie, die hier een zeer sterke dubbelrol speelt). Aimée is
getrouwd met schrijver August (Krister Henriksson), die ze
vergezelt in Kopenhagen tijdens een publiciteitstournee voor zijn
laatste roman. Alex en Aimée brengen samen een nacht door, maar
wanneer Alex de volgende dag opnieuw naar huis gaat, blijkt dat
niemand in zijn familie of vriendenkring hem nog kent – hij is
plots een volslagen vreemde voor hen geworden. Ook Simone beweert
hem nog nooit eerder gezien te hebben.

Alex besluit er samen met Aimée vandoor te gaan, maar dan knoopt
hij in een café een gesprek aan met Simone – ze leren elkaar
opnieuw voor de eerste keer kennen. En die ontmoeting zou wel eens
roet in het eten kunnen strooien.

Christoffer Boe heeft met ‘Reconstruction’ één van de meest
geaffecteerde films van de laatste jaren gemaakt. Het eerste dat we
horen, is de stem van August, die ons verwelkomt in het verhaal
door te zeggen: “We beginnen bij het begin. Alleen is het niet zo
duidelijk wat het begin is.” Waarna we inderdaad beginnen bij een
begin dat eigenlijk helemaal het begin niet is. Hij zegt ons ook
nog dat alles wat we te zien zullen krijgen, geconstrueerd is, het
is enkel maar film. In plaats van de kijker te doen vergeten dat
hij naar een film aan het kijken is, wat het doel is van de meeste
regisseurs, wrijft Boe ons er met onze neus in. Hij neemt het
oudste romantische cliché ter wereld (man en vrouw laten hun
wederhelften zitten om er met elkaar vandoor te gaan), en buigt dat
vervolgens om tot iets helemaal anders, iets dat we nog niet eerder
hebben gezien. Hij belaadt zijn banale, dertien-in-een-dozijn
verhaaltje met bizarre plotwendingen, scènes die herhaald worden
met kleine variaties, dialogen die duidelijk enkel symbolisch te
interpreteren zijn en beelden die nergens in de voornaamste
verhaallijn thuishoren, maar schijnbaar enkel dienen als
visualisatie van wat er zich in de gedachten van de personages
afspeelt – zo krijgen we bijvoorbeeld een motiefje van een steeds
dieper vallende Alex, wild spartelend met z’n armen en benen.
Belangrijke gebeurtenissen worden nooit verklaard en de personages
blijven grotendeels mysteries voor ons. Enfin, u merkt het al: dit
is kunst. Of in ieder geval iets dat moeilijk en ontoegankelijk
genoeg is om daarvoor door te kunnen gaan. Een liefdesverhaal, maar
een symbolisch liefdesverhaal. Een metaforisch liefdesverhaal. Een
surrealistisch liefdesverhaal. Neem al die termen waar filmsnobs
graag mee rondstrooien (ik beken!) en gebruik ze maar voor
‘Reconstruction’, ze zullen gegarandeerd van toepassing zijn.

Dergelijke eigenzinnige filmische puzzels vereisen zeer delicaat
balanceerwerk van de regisseur en schrijver – het is maar al te
makkelijk om simpelweg te vervallen in nietszeggende gimmicks, in
onuitstaanbaar pretentieuze cinema. Mensen als David Lynch en – in
mindere mate – Lars Von Trier (beiden duidelijk voorbeelden voor
Boe), kunnen die balans doorgaans wél bewaren (hoewel Von Trier ook
al wel eens languit op z’n gezicht is gedonderd – risico van het
vak). Voor hetzelfde geld waarmee je een uitdagend, raadselachtig
maar intrigerend scenario verfilmt à la ‘Mulholland Drive’, kun je ook helemaal de
richting kwijtraken en eindigen met een film die weinig meer blijkt
te zijn dan de intellectuele zelfbevrediging van de regisseur. En
dat is, vrees ik, wat er hier is gebeurd. Niemand zal Boe kunnen
verwijten dat hij niet ambitieus genoeg is en tot op bepaalde
hoogte wist hij me wel te fascineren met z’n raadselachtig
gestructureerd verhaal, maar hij weet nergens een emotionele link
te leggen met het publiek. En dàt is iets dat zijn roemrijke
voorgangers Lynch en Von Trier wél kunnen. Bij Lynch weet je vaak
van geen kanten wat er precies gaande is, maar je emotionele
reactie op bijvoorbeeld de verkrachtingsscène uit ‘Blue Velvet’ of de ‘Crying’-scène uit
‘Mulholland Drive’ kan onmogelijk
uitblijven. En Von Trier is vaak schaamteloos in het afpersen van
tranen uit z’n publiek. In ‘Reconstruction’ lijkt Boe van begin tot
eind te mikken op een gelijkaardige emotionele band – August zegt
aan het begin van de film: “Het is allemaal maar een constructie.
Maar het zal tóch pijn doen.” – zonder dat het hem lukt. Het doet
misschien wel pijn, maar niet voor ons. Je kijkt naar
‘Reconstruction’ als een stijloefening, als een min of meer
interessant experiment met narratieve structuur en bovenal als een
film met veel pretentie. Maar je kijkt er niét naar als een
emotionele ervaring.

Wat wilde Boe nu eigenlijk zeggen? Het zal wel iets te maken
hebben met de manier waarop de liefde ons kan veranderen, ons hele
leven kan herstructuren en herconstrueren. Met de manier waarop we
elke dag opnieuw verliefd kunnen worden op dezelfde persoon, als
was het voor de eerste keer. En met ons ultieme onvermogen om
onszelf, laat staan iemand anders, ooit écht te kennen. Dat zijn
dus allemaal geen thema’s die we voor de eerste keer tegenkomen. En
alle gegoochel met structuur, identiteitsverwarring en weet ik veel
wat nog allemaal kan dat niet verbergen.

Bovendien vindt de regisseur het ook nodig om de hele boel te
filmen in een zeer korrelig 16 mm-formaat, later overgezet naar 35
mm, zodat we de helft van de tijd niet eens zeker zijn waar we naar
kijken. Dat soort van visuele spielerei kàn werken indien het een
functie heeft binnen de plot, maar hier leek het me opnieuw een
zoveelste zelfbewuste stijlgreep met weinig nut, behalve dan om het
publiek alweer een knipoog te geven dat ze naar kunst aan het
kijken waren.

‘Reconstruction’ is een experiment en ik veronderstel dat het
toe te juichen is dat er op z’n minst nog mensen bestaan die het
risico durven nemen om dat soort van experimenten uit te voeren.
Maar niet elke film die vaarwel zegt aan de traditie, niet elke
film die zichzelf radicaal afscheidt van de mainstream, is
ook automatisch een goeie film. Daar is meer voor nodig. Misschien
dat Boe ons dat de volgende keer wel kan geven.

Win tickets voor deze film !.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 5 =