Paycheck




De beste komedie van het jaar is al bekend en het is nog niet
eens maart: ‘Paycheck’ is een verder bewijs – voor zover dat nog
nodig was – dat John Woo nooit naar Amerika had moeten komen.
‘Broken Arrow’ was niet veel bijzonders, maar op z’n minst het
bekijken waard. ‘Face Off’ was vrij leuk. Maar voor de rest is het
één groot tranendal geweest (nog iemand ‘Windtalkers’?) Met ‘Paycheck’ zinkt de
grote actieregisseur definitief weg in het moeras van slecht
geschreven achtervolgingsthrillertjes. Het resultaat is een prent
die regelmatig toppen van hilariteit scheert, maar dat dan zonder
dat het de bedoeling was.

Ben Affleck speelt Michael Jennings, een computerspecialist die
zijn job op een wel zeer eigenaardige manier uitvoert: bedrijven
huren hem in om de technologie van anderen te doorgronden en te
imiteren, maar dan wel met net genoeg vernieuwingen en
veranderingen om achteraf geen proces aan hun been te krijgen. Eens
hij die job gedaan heeft, wordt zijn geheugen simpelweg gewist tot
op een punt voordat hij te horen kreeg wat de klus precies inhield.
Dit is de nabije toekomst waar we het over hebben, dus uiteraard
kan dat allemaal.

Jennings krijgt een aanbod van tientallen miljoenen dollars voor
drie jaar van zijn leven – hij moet meewerken aan een top-secret
project en hoewel dat betekent dat Jennings die drie jaar achteraf
kwijt zal zijn, zal hij daarna nooit meer een andere klus moeten
aannemen. Hij aanvaardt de deal, doet z’n werk en wordt 72 maanden
later wakker – enkel om te merken dat er helemaal geen geld op zijn
rekening staat. Het enige dat hij heeft gekregen, is een enveloppe
met een aantal willekeurige, waardeloze voorwerpen in. Jennings
gaat op zoek naar zijn opdrachtgevers in een poging de ware
toedracht van zijn job te achterhalen. Hierbij wordt hij geholpen
door de mooie Rachel (Uma Thurman), schijnbaar één van zijn
collega’s, en achterna gezeten door zowel de snode booswichten als
het FBI.

‘Paycheck’ werd losjes gebaseerd op een kortverhaal van Philip
K. Dick, de man die ook het bronmateriaal leverde voor de films
‘Total Recall’ en ‘Minority Report’.
Wie die films heeft gezien, zal hier een aantal van dezelfde ideeën
terugvinden, althans in theorie: ‘Paycheck’ wil ons heel graag een
paar dingen wijsmaken over de manier waarop voorkennis over de
toekomst het verloop ervan kan beïnvloeden, over het conflict
tussen vrije wil en het idee van predestinatie, over de subjectieve
aard van het geheugen enzovoort. Dat zijn in ieder geval de
elementen die aanwezig waren bij Dick. In John Woo’s film wordt dat
alles echter volstrekt aan de kant geschoven om plaats te ruimen
voor een clichématige chase movie.

Zó clichématig zelfs, dat ik af en toe begon te vermoeden dat
het hier in feite om een parodie ging. Dat John Woo eigenlijk de
slechte Hollywoodiaanse actiefilms wou bespotten door er zelf één
te maken die zó slecht is, er zó ver over is, dat we niet anders
zouden kunnen dan lachen. Dat is wat ik heel graag zou willen
geloven, maar naarmate ‘Paycheck’ zich van de ene hallucinant
ondermaatse scène naar de andere sleepte, moest ik toch toegeven
dat zelfs dat er niet inzat – dit is allemaal ernstig bedoeld,
vrees ik.

Ik kan dit punt het beste duidelijk maken door een voorbeeld te
geven, denk ik: Affleck regelt een ontmoeting met Thurman in een
restaurant. Aangezien hij zich niets herinnert van de voorbije drie
jaar, weet hij ook niet hoe ze eruit ziet en de slechteriken sturen
een andere dame in haar plaats. Affleck ruikt echter onraad en
vraagt plots: ‘Als je mij dan toch zo goed kent, wat is dan mijn
favoriete baseball-team?’ De vrouw haalt een pistool boven en wil
de trekker overhalen, maar daar duikt de enige Uma Thurman op, die
de bedriegster met één welgemikte mep buiten westen slaat. Zegt
Thurman: ‘De Red Sox, natuurlijk.’ Zelfs een politieprogramma uit
de jaren zeventig, inclusief ‘Starsky & Hutch’ en ‘Knight
Rider’, zou een dergelijke scène niet hebben durven opnemen, zo
flauw en kinderachtig is het, maar dit is wel representatief voor
het niveau van ‘Paycheck’. Deze film hangt aan elkaar van dat soort
momentjes. Elk ouderwets cliché van de slechte actiefilm wordt hier
gebruikt, tot de enige mogelijke reactie uitbundig gelach is.
Vooral de laatste scène (die ik niet zal verraden), is ronduit
hilarisch. Vergéét de haargelscène uit ‘There’s Something About
Mary’: u zult nog nooit zo in een deuk hebben gelegen als aan het
einde van dit misbaksel van een film.

Ben Affleck, toch al niet bepaald een groot acteur, loopt hier
twee uur lang rond met een getormenteerd, intens geconcentreerd
gezicht, alsof hij zich constant de winnende lottonummers van de
vorige avond probeert te herinneren. De man heeft alle uitstraling
en charisme van een zak zout, maar goed, dat wisten we al. Veel
erger is dat Uma Thurman ook niets weet te maken van haar rol als
vrouwelijk aanhangsel van de held. Thurman, nochtans zo goed op
dreef in ‘Kill Bill’, schmiert hier
een end weg en lijkt zich naar het einde toe zichtbaar af te vragen
of het dit dan is, werken met een alom gerespecteerd actieregisseur
als John Woo. De laatste keer dat ik een eitje bakte, heb ik meer
geknetter gezien dan hier tussen Affleck en Thurman – die twee zijn
niet verliefd, vergeet het maar. Waar ze allebei aan staan te
denken, is aan hun eigen paycheck.

Wat wellicht nog erger is, zeker in een John Woofilm, is dat de
actiescènes zo teleurstellen. Je krijgt de indruk dat Woo zich niet
heeft kunnen uitleven, dat hij zich continu heeft moeten inhouden.
Ja, oké, natuurlijk krijgen we alweer twee personages die elkaar
point blank onder schot houden en natuurlijk zien we weer een duif
rondfladderen (hoewel maar ééntje, deze keer). Maar het
gebruikelijke kinetische vuurwerk blijft ditmaal uit. Er zit geen
leven in de achtervolgingen of de stand-offs, alsof Woo gewoon z’n
oud en versleten boekje met trucs nog eens heeft bovengehaald en er
een paar heeft uitgepikt die vroeger ook al eens hebben gewerkt en
ditmaal opnieuw dienst kunnen doen. Als je tijdens een actiescène
van John Woo al bij jezelf zit te denken: “dit héb ik al zo vaak
eerder gezien”, dan weet je dat het allesbehalve goed zit. Toppunt
van absurditeit: Thurman laat iets vallen tijdens een lange,
hardnekkige achtervolging waarin zij en Affleck op een motor
zitten. En wat doet Affleck in het midden van die chase? Hij stopt,
laat haar het voorwerp gaan terughalen en terwijl ze wegloopt roept
hij haar na: “Ik zie je straks wel!” Is dat wat mensen doen terwijl
er gangsters en flikken achter hun kont zitten?

‘Paycheck’ bevalt plotgaten groot genoeg om melkwegstelsels op
te slokken, houterige acteurs, genant lachwekkende en clichématige
scènes en een beeldvoering die de naam Woo niet waardig is. Te
mijden.

http://www.paycheckmovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 2 =