Open Range




Nadat de monumentale flop ‘The Postman’ voor een carrièredip
zorgde waar zelfs Christopher Walken na ‘Kangaroo Jack’ van zou opkijken, probeert
Kevin Costner zijn geloofwaardigheid te herstellen met ‘Open
Range’. Net als zijn debuut ‘Dances With Wolves’ een western die
onbeschaamd de lof zingt van het Amerikaanse landschap zoals het er
ooit uitzag, bevolkt door mannen die liever in een zadel zaten dan
op een stoel, en ongetwijfeld continu naar verse mest stonken.

Boss Spearman (Robert Duvall) en Charley Waite (Costner zelf),
zijn twee wildgrazers, cowboys die met hun kudde rondtrekken om hen
te laten eten van de open vlaktes. Samen met hun maats Mose en
Button arriveren ze aan een klein dorpje, waar de sheriff, Poole
(James Russo), orders aanneemt van landeigenaar Denton Baxter
(Michael Gambon), en de wildgrazers zeer duidelijk maakt dat ze
niet gewenst zijn. Het conflict tussen de cowboys en de corrupte
autoriteitsfiguren van het stadje escaleert, en nog voor u een
Marlboro kunt opsteken en uw favoriete jeans aantrekken, spelen de
beide partijen een subtiel kat- en muisspelletje met elkaar, dat
enkel kan resulteren in een bloedbad. Tussen de bedrijven door
begint Charley ook nog eens speciale gevoelens te koesteren voor
Sue (Annette Bening), de zus van de dokter.

Costner heeft met ‘Open Range’ op een bepaalde manier op veilig
gespeeld, door een oerconventionele film te maken, in de traditie
van de westerns die u elke zaterdagmiddag wel ergens op tv kunt
meepikken. De regisseur steekt hier opnieuw een onvervalst stukje
Americana in elkaar, waarin de graslanden rijp zijn, de paarden
grazen, de regen onvoorstelbaar fotogeniek neervalt en de hemel
meedogenloos blauw is. De indruk die je krijgt, na zowel deze
nieuwe film als ‘Dances With Wolves’ te bekijken, is dat Costner
gewoon erg graag in die tijd geleefd had, en hier zijn fantasieën
uitleeft. Het resultaat daarvan is, dat er een soort van
oprechtheid van de film uitstraalt, het idee dat Costner deze film
écht wilde maken, dat hij liefde voelde voor het project.

Het verhaal is op zichzelf weinig bijzonders – er wordt een
poging gedaan om de hoofdpersonages een zekere psychologische
achtergrond mee te geven, maar die is summier, en voegt goed
beschouwd weinig diepgang toe aan de film. En de slechteriken…
Tja, die zijn gewoon slecht. Waarom wil Baxter eigenlijk niet dat
de paarden van Duvall en Costner grazen op zijn land? Zo hebzuchtig
is hij nu eenmaal, daar hoort geen verdere uitleg bij. Net zoals we
die uitleg ook niet zouden krijgen in een ouderwetse western uit de
jaren zestig. Hoewel ‘Open Range’ hier en daar duidelijk refereert
aan ‘Unforgiven’ (vooral met de scènes in de ondergeregende
hoofdstraat van het stadje), zijn het dat soort films waar Costner
en co voornamelijk de mosterd hebben gehaald. Waar ‘Unforgiven’ een
doodswals was die nergens anders kon eindigen dan in het graf, is
‘Open Range’ een liefdeslied aan heldhaftigheid en de kracht van
het goede.

Dat alles maakt van ‘Open Range’ een oppervlakkige film, die
weinig te melden zal hebben dat u nog niet eerder hebt gehoord,
maar daarom nog geen slechte. Costner neemt, naar goede gewoonte,
rustig zijn tijd om z’n verhaal te vertellen, en hoewel dat trage
tempo in ‘The Postman’ eenvoudigweg voor langdradigheid zorgde,
wekt het hier een zeer specifieke sfeer op. Meer dan anderhalf uur
lang wordt er zorgvuldig opgebouwd naar een climactisch vuurgevecht
dat bijna twintig minuten in beslag neemt, en dat door de
ingetogenheid van het voorgaande, eens zo goed uit de verf komt.
Sommige verhalen hebben het schijnbaar nodig om langzaam verteld te
worden – ‘Open Range’ is er zo eentje. De film kwam nooit
langdradig over.

Komt daar nog bij dat Costner kan profiteren van een magnifieke
fotografie (met dank aan James Muro), die het landschap en de
mensen erin prachtig in beeld zet. Let bijvoorbeeld op de eerste
scène waarin Charley en Boss geconfronteerd worden met de sheriff
en zijn mannen. Costner en Muro spelen daar met één streep fel wit
licht dat binnenvalt, en weten op die manier als het ware de lucht
uit die kamer weg te zuigen. Dàt is wat je noemt sfeerschepping. En
zo’n shots krijgen we nog – krachtige beeldconstructies waarin de
clou van de scène in feite al verpakt zit. Kijk naar de éne streep
licht en je wéét wat de sfeer is in die kamer, de rest van de scène
dient eigenlijk enkel om dat idee te versterken en te vertalen in
een relevant moment voor de plot.

Robert Duvall stelt z’n gebeitelde gezicht ter beschikking en
steelt in één moeite de show, als een oude man die te veel heeft
gezien, en overduidelijk moet leven met de herinneringen aan een
verleden waar hij spijt van heeft. Na ‘Secondhand Lions’ krijgt hij hier voor de
tweede keer in korte tijd nog eens een dragende rol in een film –
hij krijgt er te weinig tegenwoordig – en hij bewijst hier dat hij
het nog steeds in zich heeft. Liever hem dan Costner, die zich hier
een beter regisseur dan acteur toont – zijn vertolking is
grotendeels ééndimensioneel, alsof hij met z’n gedachten nog altijd
achter de camera vertoeft.

‘Open Range’ profileert zich als een knap in elkaar gestoken,
hoewel weinig memorabele western van de oude stempel, zoals Costner
ze graag ziet en maakt. Het enige dat echt jammer is, is dat de
regisseur zich aan het einde toch niet kon inhouden, en er op het
laatste moment nog een volslagen ongeloofwaardige liefdesaffaire
aan vast moest knopen. De laatste tien minuten kunt u net zo goed
overslaan, aangezien ze niet eens lijken te passen bij de rest van
de film. Voor het overige is dit degelijke cinema, zonder meer.

http://video.movies.go.com/openrange/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × een =