Probot :: Probot

Wie de laatste weken nog niet van Dave Grohls metalproject gehoord heeft, moet wel ergens in Lubumbashi gezeten hebben. ’Probot’ is de naam, het gestel is van ’zwaar metaal’, ’u doen headbangen’ is de missie. En dat laatste lukt best aardig.

Het was te denken dat manusje-van-alles Grohl tussen zijn collectie zijprojecten en gastoptredens naast de muzikale thuisbasis van de Foo Fighters ook nog ergens een terugkeer naar zijn roots in zijn achterzak had steken. En die wortels liggen dus in de metalscene van de jaren ’80: voor een zekere Kurt Cobain hem kwam wegsnoepen, was de man met de breedste glimlach in de muziekbizz immers al flink aan het meppen bij hardcore cultgroep Scream.

Met Probot deed drummer Dave zichzelf en zijn publiek het plezier enkele ’duischtere meeschters’ van die periode op te vissen voor een (hoofdzakelijk vocale) bijdrage aan zijn metalalbum. Verschillende — hoewel niet alle — stijlen van de metalische architectuur komen aan de beurt, wat voor de aangename variatie en frisheid van een verzamelalbumgevoel zorgt.

Ze hebben het nog steeds, de oude goden, en dat legt Cronos (Venom) er met de openingstrack "Centuries of Sin" onmiddellijk vingerdik op. "Centuries of Sin" is een toffe thrasher waarbij Cronos’ grom wonderwel zijn beste momenten laat horen. Op het lijf of de strot geschreven dus, en dat geldt eigenlijk voor alle nummers van het album. Zo ook voor nummer twee "Red War" dat brulboei van dienst Max Cavalera (ex-Sepultura, met Soulfly binnenkort een verse plaat) zelf aan zijn eigen "Territory" deed denken.

De samenwerking met Lemmy op "Shake Your Blood" is Motörhead zoals we ze op hun laatste album niet vaak genoeg te horen kregen: soppende rock ’n’ roll, maar ook niet écht metal dus. "Acces Babylon" met Mike Dean van C.O.C. (en extra gitaarwerk van Bubba Dupree van Void) en "Silent Spring" waarin Kurt Brecht van D.R.I. de vervuiling van moeder aarde beklaagt, komen beide dan weer uit de hardcore-punk-metal crossover.

Onze favoriet van de plaat is de old school doom metal van "Ice Cold Man" die Grohl met Lee Dorian (Cathedral, Napalm Death) brengt. Tergend trage gitaarlijnen die hun verfijning vinden in de harmonieën die Kim Thayil (Soundgarden) er rond weet te weven, en de melodieuze klaagzang van Dorian blijven dágen rond ons hoofd zoemen. "The Emerald Law" met Wino van The Obsessed moet daar maar net voor onderdoen.

Na de verdienstelijke nummers "Big Sky" (met Tom G. Warrior van Celtic Frost) en "Dictatosaurus" (met Snake van Voïvod) eindigt het album met twee bloeddoorlopen toppers. "My Tortured Soul" is een nummer van de Foo Fighters op metaalsche wijze, en dat dan vooral door de strakke zang van Eric Wagner (Trouble) die zijn stembanden in bochten kan wringen waar Dave Grohl zelf alleen maar van kan dromen.

De magistrale afsluiter is voor de king of metal zelve: King Diamond (Mercyful Fate, maar ook solo heel goed). "Sweet Dreams" is een trage sleper waarbij King zijn vocale mogelijkheden ten volle kan benutten, met als gekend effect de schijnbaarheid van verschillende personages die al zingend en krijsend met elkaar converseren, hoewel dat vaak niet het geval is. Kim Thayil levert overigens een solo af die ons doet beseffen waarom we hem zo vaak gemist hebben de laatste jaren.

Probot is voor ’die hard’ metalheads die de albums van de passerende sterren al in de collectie hebben waarschijnlijk niet ’metal’ genoeg, daar is – bijvoorbeeld – het gitaargeluid nog niet zwaar en strak genoeg voor, maar het is wel een uitgelezen kans om de oude helden nog eens gedreven bezig te horen. Voor de onbelegen luisteraar zou dit album net daarom de weg naar meer kunnen opengooien en kan het als een soort mini-geschiedenisboek van de oudere metal dienen. In ieder geval worden pseudo-metalacts in het nu-metal genre door meneer Grohl nog maar eens met forse snokken op hun plaats gezet, en daarvoor zeggen wij met een vrolijke grom: merci!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht + 7 =