Jeepers Creepers 2




Aan onze serie “horrorfilms waarvan we hoopten dat het geen
serie zou worden, maar helaas”, kunnen we vanaf heden de titel
‘Jeepers Creepers’ toevoegen. Het
origineel was een redelijk horrorfilmpje dat evenwel als een
soufflé in elkaar zakte zodra het gevreesde monster effectief in
beeld kwam. Dit vervolg, typisch een sequel waar niemand om
gevraagd had, toont ons het monster vrijwel vanaf het begin, dus u
weet wat dat wil zeggen: dertigjarigen die tieners spelen en
gillend over het scherm hotsen, terwijl ze steeds dommere dingen
doen en zeggen. Bloed dat regelmatig van het scherm afstroomt (het
is nog niet zo erg als ‘Texas Chainsaw
Massacre’
, maar doe toch maar uw waterdichte schoenen aan) en
ledematen die plots van locatie veranderen. Ik zou zeggen: dat
wordt weer smullen voor de fans, maar de fans zijn doorgaans niet
oud genoeg om de zaal binnen te mogen.

Deel twee begint enkele dagen na de gebeurtenissen uit de eerste
film. Een titel aan het begin informeert ons dat elke 23 jaar dit
mysterieus, vleermuisachtig monster wakker wordt om zich 23 dagen
lang te voeden met mensenvlees. Op dag 22 pikt hij een jongetje van
een jaar of tien mee dat in een korenveld vogelverschrikkers aan
het ophangen is. Op dag 23 valt hij een schoolbus aan, waarin een
basketballteam wordt vervoerd na een belangrijke wedstrijd. Een
stel jongens dat zo uit de laatste editie van ‘Joepie’ zou kunnen
komen en een drietal cheerleaders, stranden in het midden van een
verlaten weg waar de hele film lang geen enkele andere wagen
passeert – twee banden van de bus liggen volledig aan flarden,
zodat het ding onbestuurbaar is geworden en om de zoveel tijd
(wanneer de regisseur denkt dat het publiek het niet verwacht),
krijgen ze af te rekenen met een volgende aanval van deze
gevleugelde moordenaar met zware huidproblemen.

En daarmee zijn we dan vertrokken voor een aftelsommetje waarin
de basketballspelers en cheerleaders één voor één worden weggeplukt
door het monster, onderbroken door scènes waarin ze dingen zeggen
zoals: “We hebben hem al een uur niet meer gezien. Volgens mij is
de kust veilig.” Uiteraard gevolgd door een harde bonk op het dak
van de bus die niet voldoende is om hen op andere gedachten te
brengen. Aangezien ze zich overduidelijk niet met hun intelligentie
uit hun situatie zullen redden, rust hun enige hoop bij de moedige
vader van het tienjarige jongetje dat de dag tevoren werd
meegenomen door de creeper. Deze man, het leukste personage van de
hele film omdat hij net gesjeesd genoeg is om amusant te zijn, zit
het creatuur nu achterna met een zelfgebouwd systeem dat stalen
speren afschiet. Een mens zou zich afvragen wanneer hij dat ding
gemààkt heeft, maar dat dient een mens zich hier niet af te vragen.
Die vader wordt overigens gespeeld door Ray Wise, ooit de vader van
Laura Palmer in ‘Twin Peaks’. Zelden
een man gezien die zoveel pech had met z’n kinderen.

En zo gaat dat dan. We hebben films in dit genre al minstens
honderd keer gezien, en regisseur en scenarist Victor Salva voegt
hier niets toe dat u al niet kende. De film is niet zo ergerlijk
als ‘Texas Chainsaw Massacre’,
aangezien Salva op z’n minst slim genoeg om alles met een knipoog
te serveren, tongue firmly in cheek, maar laten we even
eerlijk zijn: wie zat hier in vredesnaam op te wachten?

Waar de eerste film nog een beetje spanning wist te persen uit
de afwezigheid van het monster tijdens het eerste uur (wat we niet
zien is altijd veel griezeliger dan wat we wél zien), geeft de
regisseur ons hier van begin tot eind een duidelijk zicht op de
creeper, waarmee hij z’n film helemaal uit het rijk van de
suggestieve griezel haalt en hem vierkant in het land van de
boe-effecten en grand guignol parkeert. U krijgt over de
loop van dik anderhalf uur het ene schrikeffect na het andere –
sommige werken, velen ook niet – en tussendoor bijvoorbeeld beelden
van een onthoofd lichaam dat nog enkele seconden maaiend met de
armen rondloopt voordat het dood neervalt, en de creeper zelf die
z’n eigen kop eraf rukt om meteen een nieuw te laten aangroeien. Je
kijkt ernaar en je verveelt je niet – maar spannend is het ook
niet.

Salva, een bewonderaar van Steven Spielberg, kan het niet laten
om een aantal referenties in z’n film te stoppen naar zijn grote
voorbeeld. Bepaalde scènes lijken zo uit ‘Duel’ te komen,
Spielbergs weinig geziene debuutfilm, en ook ‘Jaws’ wordt hier en
daar aangehaald. Alleen jammer dat hij gaandeweg het soort cinema
heeft gemaakt dat Spielberg nog niet met een tang zou willen
aanraken, omdat het zo’n zielloos bandwerk is.

Bovendien bàrst deze film op een vreemde manier van de
homo-erotiek. We zien de stoere sportmannen (allemaal véél te oud
om nog voor tieners te kunnen doorgaan, trouwens), aan het begin
van de film hun hemden uittrekken alsof ze een gastrolletje op
‘Baywatch’ vertolken, en broederlijk staan de jongens zij aan zij
een plasje te maken in een wijd open veld, waar nochtans meer dan
genoeg ruimte is om een beetje privacy op te eisen. Eén van de
personages wordt ervan verdacht homo te zijn en bijgevolg door een
ander genadeloos hiermee om de oren geslagen, tot je maar twee
mogelijke conclusies kan trekken: of die kerel is zélf voor de
venten, of hij heeft een minuscule penis. En wanneer de creeper
zijn slachtoffer uitkiest, knipoogt hij naar de jongens en likt
zelfs aan het glas van de busraampjes. Heb ik gewoon een vieze
geest, of is er hier wel degelijk een subtext aanwezig? Niet dat
het er echt toe doet, maar in dit soort film zorgt dat voor een
vreemde ondertoon. Ik zat al volop te denken aan een remake, waarin
ik die bus zou volstouwen met jeanetten uit de Gamma. Maar dat ben
ik dan weer.

Hoe het ook zij, dit is en blijft een zoveelste ongeïnspireerde
thriller. Wel enigszins adequaat gemaakt, maar ogenblikkelijk te
vergeten eens de lichten weer aangaan. Next!

http://www.jeeperscreepers2.net/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − 14 =