In The Cut




Jane Campion, ooit nog regisseur van ‘The Piano’, kreeg het
braafste meisje van Hollywood, Meg Ryan, zover dat ze haar kleren
uittrok voor haar nieuwste film, ‘In The Cut’. De consensus was dat
dit een moedige zet was van Ryan, nadat ze jarenlang de dartele
freule heeft uitgehangen in dozijnen middelmatige, o zo lieve
romantische komedietjes, maar je kijkt naar de film en je vraagt je
af of dit het nu was waarvoor de actrice dan toch die stap wilde
wagen. ‘In The Cut’ is namelijk niet alleen de trotse eigenaar van
de pijnlijkst gekozen titel van het jaar, maar ook een ronduit
bespottelijke thriller, die geen moment steekhoudt.

Ryan speelt Frannie Thorstin, een seksueel gefrustreerde lerares
Engels en schrijfster, die op een dag getuige is van een potje
orale seks tussen twee schaduwachtige figuren in een duistere gang.
Leuk voor haar, zou je denken, maar een dag later staat inspecteur
Malloy (Mark Ruffalo) voor haar deur – hij onderzoekt de moord op
twee vrouwen die in stukken werden gehakt, en één van de ledematen
dook schijnbaar op in de tuin van Frannie’s flatgebouw. Frannie
weet van niets, maar voelt zich aangetrokken tot de fotogeniek
besnorde flik en voor u het weet, bent u vertrokken voor bijna twee
uur frenetiek gerampetamp, met tussendoor een thrillerplotje dat
maar niet van de grond wil komen.

Jane Campion is er niet de cineaste naar om zich tevreden te
stellen met enkel het introduceren van een misdaadverhaal en het
logisch afwerken daarvan. Naar goede gewoonte voelt ze zich ook
geroepen om een pamflet op te stellen over vrouwelijke
seksualiteit, bekeken door de ogen van een vrouw. Dat vertaalt zich
hier voornamelijk in het feit dat Frannie lesgeeft over Virginia
Woolfs ‘To The Lighthouse’, in conversaties met haar halfzus
Pauline (Jennifer Jason Leigh, die hier, tegen haar gewoonte in,
haar kleren aanhoudt), in seksscènes waarin het genot van de vrouw
eerst komt (right on!), en in één hilarische dialoog waarin
Ruffalo meent te weten dat bij een goede vrouw bij het masturberen,
de clitoris netjes tevoorschijn springt in de handpalm. Ik zou
zeggen: dames, doe de test. Nog een geluk dat we Jane Campion
hebben om ernstige feministische standpunten duidelijk te
maken.

Wanneer de regisseur echter niet bezig is om aldus en alsnog de
seksuele liberatie van de vrouw te bewerkstelligen, zit ze nog
steeds met dat moordgegeven in haar maag, en alle pretentie ter
wereld kan niet verhullen dat heel die verhaallijn op het randje
van het absurde balanceert. Iedereen met een beetje ervaring in
thrillers kan vanaf het begin de identiteit van de dader raden,
volgens het aloude principe: geen enkele film bevat overbodige
personages. Wanneer één van de karakters vroeg in de prent wordt
geïntroduceerd en vervolgens weinig te doen heeft, dan is hij de
moordenaar. Nog apart gezien van die voorspelbaarheid, worden de
motieven van de dader, wanneer Ryan er een uur na de kijker
achterkomt wie dat is, nauwelijks uitgelegd. Hij is gek, wat wil je
nog meer? Een climactische confrontatie tussen onze heldin en de
moordenaar wordt verbazingwekkend snel en routineus afgeraffeld,
alsof Campion er niet eens in geïnteresseerd is. Maar ja, tegen die
tijd hebben we dan ook al zoveel climaxen gezien.

Het is eigenaardig dat Ryan haar topless-debuut maakt in een
film die haar visueel zo stiefmoederlijk behandelt. De actrice
heeft er nog nooit zo afgeleefd uitgezien als hier, alsof ze al
dagenlang niet meer geslapen heeft, en gaat bovendien schuil onder
een afzichtelijke bruine pruik en kleren die eruitzien alsof ze van
spullenhulp afkomstig zijn. Misschien was dat wel de bedoeling,
wilde Campion haar ster ontdoen van alle Hollywood-gloss en haar
tonen als een gewone vrouw. Maar dan had ze ofwel een andere
actrice moeten uitkiezen, ééntje die haar hele carrière niet heeft
opgebouwd op haar schattige, knuffelbare imago, of anders dat soort
van realisme moeten doortrekken tot in haar plot, zodat we erin
konden geloven. Het enige dat je bij ‘In The Cut’ voelt, is een
vaag soort van medelijden dat Ryan zich zo kwetsbaar opstelt met
een groot aantal onflatterende naaktscènes, en dat de film haar zo
weinig kan bieden om haar te belonen.

Campion drijft haar artistieke pretenties door in de visuele
vormgeving van de film – over het hele gebeuren ligt een
geforceerde flou artistique, met scènes die wazig zijn aan de
randen van het scherm, lelijke gele kleuren en een bibberachtige
cameravoering. Ergens halverwege moest ik plots denken aan een
uitspraak van de legendarische regisseur Billy Wilder, tegen zijn
chef camera: ‘Put the camera out of focus, will you. I want to
win the Oscar for best foreign film.’
Campions visuele
spielereien gaan na een tijdje enkel behoorlijk op de zenuwen
werken.

Als thriller is dit een belachelijk verhaal en als feministisch
pamflet is het een slag in de lucht (om een goeie film met
feministische inslag te zien, kan ik u nog steeds ‘Personal Velocity’ aanraden). Het lijkt wel
dat Campion er zo druk mee bezig is “kunst” te produceren, dat ze
gaandeweg vergeet om een film te maken die mensen zouden willen
zien. De regisseur gebruikt de vorm van de thriller om haar eigen
ding te doen, haar persoonlijke ideeën naar voren te brengen, en
dat mag best. Maar dan moet je wel respect opbrengen voor de regels
van het genre waarin je werkt. Hier lijkt het wel alsof Campion
neerkijkt op die spelregels – zij is een kunstfilmer, zij heeft
geen waterdichte plot nodig, geen verrassende wendingen, geen
suspensevolle climax en geen geloofwaardige motivatie voor de
moordenaar, ben je gek? Daar staat ze ver boven.

Niet dus. Die dingen heb je nodig, en als je er niet genoeg
aandacht aan besteed, dan krijg je films zoals deze: pretentieus,
onsamenhangend en af en toe zelfs ronduit lachwekkend.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + negen =