Love Actually




U was het in deze tijden van terrorisme, oorlog, racisme,
extreem rechts en – nog erger – de terugkeer van Nena in de
hitparade misschien vergeten, maar eigenlijk wil een mens niets
anders dan graag gezien worden. Een ferme knuffel, een vriendelijk
woordje, en een kop warme chocomelk. Dat is tenminste wat Richard
Curtis, schrijver en regisseur van ‘Love Actually’ u wil doen
geloven. Volgend jaar rond de kerstdagen krijgt u de dvd van deze
film wellicht gratis bij een doosje Ferrero Rocher (mét een grote
rode strik errond), maar voorlopig nestelt dit filmische equivalent
van die o zo schattige Mickey Mouse-sloffen die u op de kerstmarkt
hebt zien staan, zich nog in de warmste, van een ondraaglijke (en
ik ril wanneer ik het woord schrijf) gezelligheid voorziene zaal in
de multiplex.

Curtis, ooit nog schrijver van het oneindig superieure ‘Four
Weddings And A Funeral’, observeert een tiental koppels tijdens de
laatste vijf weken voor kerstmis. De kersverse eerste minister (een
onvermijdelijke Hugh Grant), voelt zich aangetrokken tot één van
zijn assistentes; een sullige schrijver (Colin Forth) betrapt zijn
vrouw terwijl ze ligt te rampetampen met zijn broer; een andere man
heeft net z’n vrouw verloren en is vastbesloten om z’n elfjarige
stiefzoontje aan een lief te helpen (jong geleerd is oud gedaan);
de zus van de premier ziet haar huwelijk bijna ten onder gaan aan
een flirt van haar echtgenoot en zo kunnen we nog wel even
doorgaan. Mensen trouwen, mensen scheiden, mensen verlangen naar
liefde, vechten ervoor en overwinnen. En reken maar dat voor de
aftiteling ons uit ons lijden komt verlossen, iedereen elkaar
uitvoerig rond de nek zal zijn gevlogen, want tenslotte triomfeert
de liefde nu eenmaal àltijd.

Wat ‘Four Weddings And A Funeral’ destijds zo genietbaar maakte,
was het feit dat die film over gewone mensen ging. Ze waren niet
allemaal onmogelijk aantrekkelijk, ze hadden niet allemaal
glamoureuze jobs, en de gebeurtenissen die we te zien kregen bleven
altijd min of meer geloofwaardig. Maar sindsdien is Curtis
schijnbaar helemaal gezwicht voor de Hollywood-aanpak: over de hele
film ligt een brave, afgeborstelde glans, alsof we twee uur lang
naar een tot leven gekomen kerstkaart zitten te kijken. In
letterlijk élke scène zien we wel op de voor- of achtergrond een
kerstboom staan flikkeren, warme gele en rode kleuren overheersen
alles, en de cast bestaat uitsluitend uit onmenselijk aantrekkelijk
figuren, óf personen met zo’n karakterkop dat ze toch ook weer een
enorm charisma uitstralen (Alan Rickman, anyone?) ‘Love
Actually’ heeft niets met de echte wereld te maken, het is een
suikerzoet fantasietje over een wereld waarin sommigen schijnbaar
graag zouden willen leven.

Ik reken mezelf niet tot die bevolkingsgroep, aangezien ik nogal
snel genoeg kreeg van de mierzoete sfeer die van elke seconde
pellicule uitstraalde. Warme gevoelens, een positieve boodschap?
Fijn, doe gerust. Maar probeer ondertussen op z’n minst een
degelijke film te draaien. Wat we hier krijgen, is bijvoorbeeld een
huwelijk waarop zowat alle genodigden plots rechtstaan met een
muziekinstrument in de handen, om “Al You Need Is Love” te beginnen
spelen. Liefdesverklaringen die met beschreven kartonnen borden
worden afgehandeld, en zelfs een romance die alle taalgrenzen
overschrijdt. ‘Love Actually’ heeft een zeer duidelijke en simpele
agenda: de film moet en zàl u de liefdevolle kerstsfeer door de
strot rammen, willen of niet. En daarvoor worden alle oude,
beproefde trucs uit de kast gehaald, inclusief een gigantisch
strijkorkest dat regelmatig een welgetimede zwaaang laat
horen, én een paar schattige kinderen die aan het einde een
muzieknummer mogen doen. De geforceerde, onvoorstelbaar melige
situaties volgen elkaar in een rotvaart op, en hebben, in
tegenstelling tot wat de filmmakers voor ogen hadden, juist een
distantiërend effect op de kijker: de personages en hun problemen
zouden nooit op die manier in de echte wereld kunnen bestaan, ze
staan volkomen buiten de werkelijkheid. Hoe kan dan van ons
verwacht worden met hen mee te leven?

Curtis verzamelde voor zijn magnum opus een ware who’s
who
aan Brits talent en ander volk dat zich wel eens voor een
camera wil wagen, inclusief Colin Firth, Liam Neeson en Keira
Knightley. Zelfs een paar Amerikanen zijn uitgenodigd, zoals Laura
Linney en Billy Bob Thornton die even de show komt stelen als
president van de VS. Maar een fundamenteel probleem met het
scenario heeft natuurlijk ook z’n invloed op de manier waarop de
acteurs er vanaf komen: Curtis is immers vastbesloten om een
mozaïekverhaal van ‘Magnolia’-proporties te vertellen, met meer
personages dan hij zich raad mee weet. Het gevolg is dat een aantal
van de verhaallijnen niet erg goed uit te verf komen, en dat geen
enkel ervan echt de gelegenheid krijgt om pakkend te worden, om
iets te betekenen voor de kijker buiten enkel een door schaamteloos
sentiment afgedwongen lach of traan. De acteurs doen hun best, maar
op een enkeling na lopen ze hier hopeloos verloren in de veel te
uitgebreide doolhof aan plotlijnen die de schrijver/regisseur heeft
ontworpen. De enigen die wél goed uit de verf komen, zijn Emma
Thompson als bedrogen echtgenote die onder alle omstandigheden haar
waardigheid weet te behouden, en Bill Nighy als versleten rockster
die op alles en iedereen zijn cynisch commentaar geeft. Nighy heeft
de leukste regels tekst, zoals: “Kids, geen drugs kopen! Je kunt
beter een rockster worden, dan krijg je het gratis!” Een hele film
over die kerel, dàt zou nog eens iets zijn!

Dan zou ik nog kunnen opmerken dat Curtis er niet vies van is om
aan het einde zichzelf vrolijk te plagiëren (de liefdesverklaring
van Colin Firth aan het einde is krék hetzelfde als de laatste
kerkscène in ‘Four Weddings’), én dat hij bovendien nog in een
oncomfortabele politiek correcte kramp schiet. Zo krijgen we
welgeteld één “token black guy” in de film, Chiwetel Ejiofor
(dit jaar ook in het geweldige ‘Dirty
Pretty Things’
), die gewoon even wordt aangehaald om te tonen
dat er wel degelijk een zwarte in de film zit, en vervolgens weer
haastig van het toneel verdwijnt. En maakt men er ook een punt van
om van het nieuwe lief dat Hugh Grant gaandeweg oppikt een (en ik
citeer) “mollige dame” te maken. Het probleem daarmee is echter dat
Martine McCutcheon, de actrice in kwestie, helemààl niet dik is, ze
is alleen niet anorexisch.

‘Love Actually’ is zo’n film waar heel wat mensen volkomen bij
zullen wegsmelten. En dat mogen ze, natuurlijk, zo lang ze maar
niet mijn richting uitsmelten. Noem me gerust een cynische
bastard, maar als ik een goeie romantische komedie wil zien,
dan zal ik ‘Four Weddings’ nog wel eens in de video proppen. Of
voor mijn part ‘Pretty Woman’. Alles behalve deze sentimentele
draak.

http://www.loveactuallythemovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − vier =