Finding Nemo




We dachten dat het er nooit van zou komen: de nieuwe
animatiefilm van Pixar, de studio die ons ook al de
Disneyproducties ‘A Bug’s Life’ en ‘Monsters Inc.’ bracht, werd in de VS vroeg
in de zomer al uitgebracht. De reacties waren vrijwel unaniem
positief, er werd een enorme hype gecreëerd en een omvangrijke
reclamecampagne op touw gezet – en toen moesten we wachten tot de
kerstperiode stilaan begon, vooraleer we het resultaat te zien
kregen. Maar wees gerust, ‘Finding Nemo’ is het wachten waard.
Disney en Pixar herpakken zich na een aantal mindere prenten, en
leveren hier een geestige, frisse komedie af die zowel u als uw
koters met een enorme glimlach de straat op zal sturen.

Nemo is een clownvisje met een mank vinnetje, dat als enige van
zijn familie een aanval door een barracuda wist te overleven – al
zijn broertjes en zusjes, evenals zijn moeder, hadden minder geluk,
zodat Nemo nu alleen overblijft met zijn vader, Marlon.

Marlon is na de tragische gebeurtenissen volslagen neurotisch
geworden, en voedt zijn zoon dan ook in eeuwige schrik voor de enge
buitenwereld op. Zijn ergste angsten komen uit wanneer Nemo tijdens
zijn eerste schooldag gevangen wordt genomen door een duiker – een
tandarts uit Sidney, meer bepaald, die hem in een aquarium plaatst,
samen met een bont allegaartje lotgenoten. Marlon besluit op zoek
te gaan naar zijn enige kind, waarbij hij hulp krijgt van Dory, een
vergeetachtig maar altijd enthousiast visje. Onderweg maakt hij
kennis met haaien die proberen af te kicken van het eten van
vissen, “surfer dudes” van zeeschildpadden, behulpzame pelikanen en
nog heel wat meer eigenaardige typetjes.

De plot van ‘Finding Nemo’ blinkt nu niet meteen uit door
originaliteit – een ouder gaat op zoek naar z’n kind, en ontdekt
gaandeweg dat de wereld niet zo duister en vijandig is als hij wel
had gedacht. U had het kunnen zien aankomen: Marlon leert dat hij
z’n zoon moet loslaten en vertrouwen, en dat hij niets te vrezen
heeft in die gigantische oceaan buiten de anemone waarin hij woont.
Ligt het aan de setting van de film, of voelt u ook al nattigheid
wanneer u zoiets hoort? Disney zou Disney niet zijn indien ze niet
probeerden om ons dit soort van voor de hand liggende levenslesjes
door de strot te rammen. Maar er is in ieder geval verbetering
merkbaar: tot voor een paar jaar zouden ze er nog een stel
slijmerige liedjes, al dan niet voortgebracht door de onzalige
keelholte van Phil Collins, hebben aan toegevoegd. Dat blijft ons
ditmaal tenminste bespaard.

Buiten die obligate schmaltz, die al bij al beperkt blijft tot
een paar scènes aan het einde van de film, valt er evenwel
behoorlijk wat te lachen met ‘Finding Nemo’. De reis van Marlon en
het verblijf van de kleine Nemo in z’n aquarium wordt immers in de
eerste plaats gebruikt om een kleurrijk stel nevenpersonages te
introduceren, die erin slagen om achteraf allemaal helder in ons
geheugen te blijven, als levendige karakters met elk hun eigen
persoonlijkheid. Zo maakt Nemo kennis met Gill, een van enorme
littekens voorziene ontsnappingsartiest die vastbesloten is om naar
de zee te vluchten. Gills stem wordt geleverd door Willem Dafoe, en
het valt niet moeilijk om je zijn personage uit ‘Platoon’ voor de
geest te halen – een oude rot die alles al heeft gezien en op een
filosofisch toontje spreekt over de absolute noodzaak om ‘m te
smeren.

Mijn persoonlijke favoriet was echter Darla, het nichtje van de
tandarts, die Nemo cadeau zal krijgen voor haar verjaardag – het
kind is echter een rechtstreekse afstammeling van Satan himself, en
staat erom bekend haar vissen steevast te vermoorden door met het
zakje te schudden. De manier waarop het kleine kreng wordt
afgebeeld – vergezeld van de beroemde douche-muziek uit ‘Psycho’ –
is ronduit hilarisch. Gemene figuren zijn altijd het leukst, en in
‘Finding Nemo’ vinden we geen uitzondering op die regel.

Verder stemmenwerk komt er van Albert Brooks, een gerespecteerd
Amerikaans komiek die hier wellicht minder bekend is – weet u nog,
die onnozele campagnemedewerker uit Scorsese’s ‘Taxi Driver’? Dat
is ‘m. En Ellen DeGeneres steelt regelmatig de show als Dory, de
blauwe vis met de enorme ogen en het probleem met haar
kortetermijngeheugen. (“Dat zit in mijn familie… Denk ik.”)
DeGeneres legt zoveel energie in haar vertolking, en zoveel
spontaniteit, dat je meteen nieuwsgierig wordt hoe het mens achter
die microfoon heeft gestaan – continu op en neer springend, is mijn
gok.

Regisseurs Andrew Stanton en Lee Unkrich doen hier visueel een
aantal merkwaardige dingen. Ten eerste zitten ze opgescheept met
personages die in wezen alleen maar een gezicht hebben met een
lijfje dat er enigszins nutteloos achteraan hangt. Dat werkt zeer
beperkend voor de bewegingen en de acties van de vissen – hoe kun
je bijvoorbeeld een vis een steentje tussen de raders van een
filteringssysteem laten stoppen, zonder dat het volstrekt
onnatuurlijk gaat lijken? Stanton en Unkrich laten de vissen van
‘Finding Nemo’ echter constant communiceren met hun
gezichtsuitdrukkingen en geven hen veel werk met hun vinnen en hun
mond – de bewegingen gaan al snel vanzelfsprekend lijken, we
stellen ons geen vragen meer bij wat ze doen, maar we aanvaarden
het. Natuurlijk is het een animatiefilm, en natuurlijk moet je in
de eerste plaats bereid zijn om de film te volgen in z’n fantasieën
– maar als het niet zo goed in beeld was gezet, dan zou er toch nog
steeds iets zijn geweest dat er verzet tegen had geboden, we zouden
het moeilijker hebben gevonden om te accepteren wat die beesten
allemaal uitvreten.

En ten tweede speelt zowat de hele film zich onder water af – en
niets is zo moeilijk om het effect van water te bereiken in een
animatiefilm. Hoe teken je water, indien je het oppervlak niet
ziet? De makers spelen hier op een soms briljante manier met licht
en met de bewegingen van de achtergronden en de personages om
steeds de weerstand van het water te suggereren. En het ziet er
allemaal zo vanzelfsprekend uit, alsof er niet eens over is
nagedacht. Wat natuurlijk het beste teken is van de kwaliteit van
het werk.

Ondanks de sentimentaliteit die hier en daar komt opduiken, is
en blijft ‘Finding Nemo’ dus een ongelooflijk genietbare ervaring,
die fantastisch in beeld werd gezet. Dat wordt een maand lang geen
vis meer eten.

http://www.pixar.com/featurefilms/nemo/index.html

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 5 =