Kill Bill Vol. 1




Vergeet ‘The Matrix: Revolutions’ of ‘The Lord Of The Rings: The
Return Of The King,’ de meest geanticipeerde en gehypete film van
het jaar is de come-back van Quentin Tarantino. Maar liefst zes
jaar na de stinker ‘Jackie Brown’ keert de algemeen aanvaarde
messias van het onafhankelijk filmmaken in Amerika terug, en de
fans, al dan niet nog in het bezit van enig gezond verstand waar
het hun idool betreft gaan, zonder overdrijven, naar de bioscoop
als betrof het een hoogmis in plaats van een film. Dat ‘Kill Bill’
haast automatisch het etiket ‘meesterwerk’ opgeplakt zou krijgen,
sprak voor zichzelf. De vraag was of zelfs een niet-bekeerde zoals
ik er wat aan zou hebben. Het antwoord is, mag ik u met plezier
meedelen, een volmondig ja. ‘Kill Bill’ rules, rocks, kicks ass, en
is in het algemeen gewoon funky as funky can be.

Het verhaal is eenvoudig tot op het absurde af: huurmoordenares
The Bride (Uma Thurman), wordt tijdens haar huwelijk overvallen
door de Deadly Viper Assassination Squad, een team yakuza-achtige
killers in dienst van de mysterieuze Bill (de tot nog toe ongeziene
David Carradine). Alle genodigden op het huwelijk, inclusief de
bruidegom, laten het leven, maar The Bride overleeft, om de
volgende vier jaar in coma te liggen. Vervolgens wordt ze wakker en
besluit ze wraak te nemen. The Bride stelt een onvervalste Death
List op met de namen van de Deadly Vipers en natuurlijk die van
Bill. Daarna gaat ze op pad voor een uitgebreide, ongemeen
gewelddadige wraakactie in de VS en Japan, waarbij de ledematen in
het rond vliegen en er niet wordt gekeken op een litertje bloed
meer of minder.

De neiging van maar al te veel critici is om een film van
Tarantino te overcompliceren en overal diepgang te gaan zoeken waar
die niet te vinden is. ‘Kill Bill’ is een monument van
post-modernisme, maar dat op zichzelf is niet voldoende om hier
méér van te maken dan een bewust crappy wraakfilmpje. De plot is
weinig meer dan een excuus voor de regisseur om coole actiescènes
in elkaar te kunnen steken, en de personages bevatten geen enkele
vrije wil buiten wat de niet bepaald indrukwekkende plot vereist –
in essentie zijn de figuren die we hier zien rondlopen enkel een
collectie tics en eigenaardigheden. De sheriff die z’n zoons een
nummer geeft en een uitgebreide collectie zonnenbrillen op z’n
dashboard heeft liggen. De clichématige Japanse zwaardenfabrikant
die schijnbaar uitsluitend in haiku’s spreekt. Of mijn favoriet,
Daryl Hannah als Deadly Viper met een ooglapje en zwaar sadistische
neigingen.

Het gebrek aan persoonlijkheid binnen de personages of een reële
plot, klinkt misschien als een negatieve kritiek, maar dat is het
niet. Want ‘Kill Bill’ wordt ook niet verondersteld om dat alles te
hebben. Indien er ooit een film werd gemaakt die enkel en alleen
bestaat omwille van z’n stijl, dan is het deze wel. Tarantino geeft
zelf vrolijk toe dat hij zowat elke Aziatische actiefilm, én een
behoorlijk aantal westerse, heeft geplunderd om zijn project in
elkaar te puzzelen. Vrijwel elke scène bevat wel referenties naar
wat zijn idolen hem hebben voorgedaan. Zo begint de film met het
logo van de Shaw Brothers Studio, waar duizend en één Hong
Kong-actiefilms vandaan kwamen (en waar een groot deel van ‘Kill
Bill’ werd opgenomen), draagt Uma Thurman een geel pakje dat Bruce
Lee ooit aan z’n impressionante lijf had kleven, speelt één van de
jeugdige actrices uit ‘Battle
Royale’
mee, enzovoort… Ik ben zelf bepaald geen expert in
het genre, maar zelfs ik kon een zeer groot aantal verwijzingen
spotten.

Van de andere kant van de globe valt vooral de invloed van
Sergio Leone op (die muziek! Die close-ups! Die lang uitgerokken
momenten voor de gevechten losbarsten!), en die combinatie van
genres en stijlen zorgt ervoor dat ‘Kill Bill’, zelfs voor de
doorgewinterde Hong Kong-actiefreak, nog nét iets anders zal zijn
dan alles wat eraan voorafging. Tarantino vindt hier z’n
originaliteit, niét door iets nieuws te doen, maar wel door een
heel eigen draai te geven aan elementen die al jaren voorradig
waren in andere films.

Waar de meeste films proberen om zo dicht mogelijk de realiteit
te benaderen, gaat Tarantino hier volledig de tegenovergestelde
richting uit. Hij wentelt zich als een kind in de wetenschap dat
geen enkele seconde van ‘Kill Bill’ ooit in werkelijkheid mogelijk
zou zijn. Het is één van de meest artificiële prenten die ik ooit
heb gezien. De meeste films willen je doen vergeten dat je naar een
film zit te kijken. ‘Kill Bill’ schreeuwt het je twee uur lang in
je gezicht.

En de manier waarop hij dat doet, is door de stijl. Minutieus
gechoreografeerde en gemonteerde gevechtsscènes domineren de hele
film. Hoofden, armen en benen vliegen alle kanten uit, het bloed
spuit dat het geen aard heeft, maar het is allemaal zeer bewust zó
over de top, dat het hilarisch wordt. Aangezien de film zich zeer
duidelijk niet in de werkelijkheid afspeelt, is het toegestaan om
te lachen met het onophoudelijke bloedvergieten. Geweld wordt hier
gestileerd tot op het punt waarop het alle kracht verliest om écht
te choqueren, en eerder een esthetisch gegeven wordt. Iemand kàn
fotogeniek van kant worden gemaakt, en dat gebeurt hier dan ook.
Keer op keer. ‘Kill Bill’ is een tomeloos energieke koortsdroom van
actie, moord en rijkelijk vloeiend bloed.

In de eerste plaats hebben we natuurlijk Tarantino te danken
voor de energie achter de film en voor de glasheldere montage die
zelfs de meest complexe actiesequens volkomen duidelijk weet te
houden. Maar veel lof moet ook gaan naar Robert Richardson, de
“director of photography” die in het verleden veel werk leverde
voor filmmakers als Martin Scorsese en Oliver Stone. Vergelijk de
openingsscène in zwart-wit even met zijn fotografie van ‘Natural Born Killers’. Of de overdreven
belichting tijdens de scène waarin Thurman haar zwaard uitkiest,
met die in verschillende scènes in ‘Casino’, en het zal niet moeilijk zijn
om te zien hoe ook een briljante cameraman kan bijdragen tot het
succes van een film.

‘Kill Bill’ is een fantastische prent, een onbeschaamde orgie
van geweld en “sick humour”, die wellicht een speciale mentaliteit
van de kijker vereist om er helemaal van te kunnen genieten. Maar
wie zich ervoor open kan stellen, vindt hier voldoende om zich twee
uur lang rot te amuseren. Quentin is terug, jawel, en bewijst hier
dat zelfs zijn meest ergerlijke fans niet altijd ongelijk hebben.
Over ‘Jackie Brown’ wél, ja, maar hierover… Naah. ‘Kill Bill’ is
uitstekend.

http://www.kill-bill.com/

Lees de bespreking van de originele
soundtrack van ‘Kill Bill Vol. 1’!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 2 =