Iron Maiden :: Dance Of Death

"Allez jong, Iron Maiden op goddeau?", zo riep men pas in onze nabijheid uit, waarop het antwoord klonk: "En waarom niet?". Als The Darkness zonder noemenswaardige tegenkanting hun foute eighties cockrock-ding mag doen, verdienen de grootmeesters van de Britse metal ook een plaatsje op Goddeau, nàh!

Eerlijk gezegd hadden we vroeger een beetje schrik van Iron Maiden-fans. Ze hadden steevast lang haar, een wat (zo leek het toch) gemene blik en van die akelige t-shirts met Maiden-mascotte en levend lijk Eddie erop. Opeens dook er een dergelijk figuur op in de vriendenkring die er een punt van maakte ons allen van het Iron Maiden-genie te overtuigen. We lieten ons gedwee de geneugten van de luchtgitaar en -drum en het meezingen van gitaarsolo’s bijbrengen. Het bleek allemaal ook wel om te lachen en hoewel er stevig gesoleerd wordt op Maiden-albums, weten de heren ook hoe een popsong ineen zit.

Het recept voor een Iron Maiden-song is vrij eenvoudig: Steve Harris galoppeert over zijn bassnaren, de drie gitaristen spelen solo na riff na solo en nemen van elkaar over (om de ander even te laten rusten), Niko Mcbrain doet iets schijnbaar stuurloos met zijn drumstel en menselijke misthoorn Bruce Dickinson zet zijn strot een stevig open om over oorlog, dood en het harde aardse bestaan te zingen. Verrassend of vernieuwend is Iron Maiden natuurlijk al lang niet meer. De voorbije jaren werden we vooral verrast door het ronduit schabouwelijke niveau van de nieuwe albums, maar sinds hun vorige — Brave New World — haalt het Maiden dream team weer het niveau van de jaren tachtig.

Af en toe is er zelfs plaats voor een folietje. Zo verbergt het titelnummer onder de duellerende gitaren en Dickinson’s verhaal over een nachtelijke ontmoeting (met — inderdaad — dansende doden) een simpel en catchy Keltisch dansje. Voor de rest variëren de heren op de beproefde thema’s dood (’No More Lies’), verderf (’Face In The Sand’) en historische veldslagen (’Paschendaele’,’Montségur’) tot we vertwijfeld op ons horloge kijken: ’een half uur verder en track 6 is nauwelijks gedaan?’ Laten we maar eerlijk zijn: het niveau van Number Of The Beast haalt Iron Maiden zeker nooit meer, maar het is aangenaam vertoeven bij deze Dance Of Death en de kloof met het oudere werk is een stuk kleiner dan met de drek (en de eindeloze reeks compilaties en live-albums) die ze in de jaren negentig uitbrachten.

Mogen wij tenslotte de remonte van dit soort metal ten zeerste toejuichen? Hoe dwaas de teksten en thema’s ook zijn, muzikaal staat dit stukken verder dan de broekies die hun Playstation even laten staan om over hun harde jeugd te staan brullen (ja, Linkin Park, voel u gerust aangesproken). De metal van Iron Maiden is enigszins fout en bij wijlen smakeloos (het Dance Of Death-hoesje bereikt wat dat betreft zelden geziene diepten), maar ze nemen zichzelf gelukkig niet al te serieus. De kleurige spandex broeken hebben wat van hun charme verloren, maar Iron Maiden laat na hun concerten nog steeds steevast Monty Python’s "Always Look On The Bright Side of Life" weerklinken. Respect! Wil u ons nu even alleen laten met de luchtgitaar?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × drie =