Ringu


Je hebt twee soorten hypes waar het films betreft: je hebt de
soort die in alle blaadjes en kranten en overal op tv gretig wordt
uitgespeeld. Dat is het soort van hype dat we tegenwoordig zien
voor ‘Minority Report’, waarin de
reclamecampagne haast beter is dan de film.

En dan heb je de kleine hypes – films die zonder veel fanfare in
de bioscopen worden gedropt en vervolgens een reputatie opbouwen,
goeie recensies krijgen en op die manier toch een cultstatus
verwerven. Vooral de Aziaten zijn daar erg sterk in, aangezien
slechts zelden of nooit een Aziatische film enige reële publiciteit
zal krijgen bij ons. Kijk naar films als ‘Audition’ of ‘Battle Royale’ – de reputatie werd gemaakt
door de mond-aan-mond reclame en door de critici. Niet door het
persagentschap.

Wel, ditzelfde is de laatste jaren het geval geweest voor
‘Ring’, een kleinschalige horrorfilm die om de één of andere reden
de hemel werd ingeprezen, twee vervolgen kreeg en binnenkort
geremaket wordt in Amerika. En zoals
zo vaak het geval is: dan kijk je ernaar met hooggespannen
verwachtingen, en de film kan die niet inlossen. Commentaren vanuit
de pers én van kennissen die deze film tot de engste griezelfilm in
jaren uitriepen, zorgden ervoor dat ik me opnieuw verwachtte aan
het soort van ervaring dat ik beleefde toen ik destijds voor het
eerst ‘The Exorcist’ zag. Niet dus. ‘Ring’ is geen slechte film,
maar de kans dat ik hiervan zal wakker liggen, lijkt me vrij
klein.

De plot draait rond een uit de hand gelopen stadslegende – er
zou een videotape circuleren in Japan, met erop wat vage beelden
van letters, close-ups van ogen en een bronput in een bos. Wie naar
deze tape kijkt, krijgt meteen daarop een telefoontje. Het enige
dat je hoort, is een piepend geluid als van een roestig
ronddraaiend wiel. Op dat moment heb je nog zeven dagen te leven –
een week later worden de kijkers van de tape teruggevonden, hun
mond wijd open, verkrampt in een schreeuw van angst. Doodsoorzaak?
Niemand kan het zeggen, en dus wordt het maar op een hartstilstand
gehouden. Ben ik even blij dat ik van video ben overgeschakeld op
dvd!

Reiko Asakawa is een journaliste wiens nichtje op die manier om
het leven komt. Ze besluit de geruchten te onderzoeken, en spoort
inderdaad een video op die haar nichtje gezien zou hebben.
Aangezien ze uiteraard geen geloof hecht aan de verhalen, floept ze
het ding in de videorecorder; twee minuten later rinkelt de
telefoon. Reiko heeft dus een week om haar eigen leven te redden,
door uit te zoeken wie de tape heeft gemaakt en waar de vloek die
erop rust vandaan komt. Hiervoor vraagt ze hulp aan haar ex-man,
Ryuji.

Dat klinkt als een ideale basis om een perfecte horrorfilm uit
te creëren, en dat is het ook: de premisse laat alle ruimte om
lugubere situaties op te zetten, je kunt er tientallen kanten mee
uit. Waarom dan deze?

Wie denkt een film vol afzichtelijke monsters en angstaanjagende
boe-effecten te zullen zien, zal bedrogen uitkomen. Ring speelt
voornamelijk op sfeer, op de dreiging dat er iets zal gaan
gebeuren. Dat er elk moment iets schokkends zal plaatsvinden.
Prima, maar je wacht drie kwartier en nog steeds is er niets
gebeurd – het begint wel eens tijd te worden, vind je ook niet?

Ik hou doorgaans wel van dat soort onderhuidse films, films die
langzaam opbouwen naar de clou. Maar wanneer de clou in deze film
dan toch komt, heeft het zo verdomd lang geduurd dat we onze
interesse al bijna verloren zijn. De laatste tien minuten brengen
eindelijk het soort momenten waar we al vanaf het begin op zaten te
wachten. Sfeer is zeer mooi, maar je kunt er geen film op bouwen.
Daar heb je nog iets meer voor nodig. Als horrorfilm is ‘Ring’ net
een auto die net van de dealer vandaan komt, er fantastisch
uitziet, zo hard blinkt dat je een zonnebril moet opzetten, maar
dan draai je het sleuteltje in het contact om en hij start niet.
Tegen de tijd dat hij wél uit de startblokken schiet, ben je
natuurlijk al uren te laat voor je afspraak.

De personages zijn op hun best schetsmatig. Een grote drijfveer
voor Reiko is de liefde voor haar kind, het besef dat ze alles voor
hem zou doen. Ik geloof haar graag, maar gedurende de hele film
zien we hoe Reiko haar zesjarige koter op elk moment van de dag en
de nacht alleen laat. “Hij kan goed voor zichzelf zorgen,” zegt
Reiko tegen Ryuji. Dat zal wel, als je moeder er nooit is.

Net zo komen we nooit te weten waarom Reiko en Ryuji eigenlijk
uit elkaar zijn gegaan, of wat die Ryuji nu precies met zijn tijd
aanvangt als hij niet samen met zijn ex voor ghost buster aan het
spelen is. Dat soort van informatie heb je nodig als je een
emotioneel contact wilt leggen met het publiek.

Dat alles neemt niet weg dat de plot van ‘Ring’ goed in elkaar
is gestoken; het overgrote deel van de film is gestructureerd als
een detective thriller, en een goeie. De verschillende stappen in
het onderzoek volgen elkaar op een plausibele wijze op en de
uiteindelijke verklaring schijnt steek te houden, binnen de
beperkingen van het genre.

Ik hield ook van de effectieve, suggestieve manier waarop
regisseur Hideo Nakata zijn camera gebruikt. Door veel lange
travelings te gebruiken en door zijn sets hoofdzakelijk in het
halfduister te belichten, weet hij steeds een pertinent gevoel van
onbehagen te scheppen. Er is steeds de mogelijkheid dat er zich,
vlak buiten beeld, iets schuilhoudt dat elk moment tevoorschijn kan
springen. Het enige probleem is, dat we daar na 45 minuten van dat
soort van sfeervolle trucjes niet meer intrappen. Enfin, Nakata kan
wel degelijk regisseren; zijn mise-en-scène is uitstekend.

Ook het einde beviel mij wel. Tijdens de laatste tien minuten
wordt ‘Ring’ eindelijk eens écht griezelig, en krijgen we een twist
in de plot die getuigt van een diabolisch inventief gevoel voor
humor – en die de deur wagenwijd open hield voor de onvermijdelijke
vervolgen, uiteraard.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + vier =