Rush Hour 3




90 min.

Wat is dat tegenwoordig toch met die filmmakers in
Hollywood? Het is blijkbaar heel moeilijk om met een origineel idee
op de proppen te komen, want eens een film gescoord heeft bij het
grote publiek, blijven ze dat succes lekker herkauwen door een
aantal sequels uit te brengen. Nadat we dit jaar al ‘Shrek 3’, ‘Pirates of the Caribbean
3’
en ‘The
Bourne Ultimatum’
te verwerken kregen, krijgen we nu nog snel
even ‘Rush Hour 3’ in de maag gesplitst. Nu ben ik de eerste om toe
te geven dat trilogieën kunnen werken – kijk maar naar de films
over Jason Bourne – maar helaas kan dat niet gezegd worden over dit
flinterdunne stukje pellicule. Ik had eerder de indruk dat
regisseur Brett Ratner op een blauwe maandag zoiets had van “ik ga
er nog een maken!”. Hoofdrolspelers Jackie Chan en Chris Tucker
hadden meer dan waarschijnlijk tóch niet beters te doen en zijn dus
uiteraard opnieuw van de partij.

Het verhaal bouwt min of meer verder op de vorige twee films:
Inspecteur Lee (Hong Kongs guitigste smoelwerk Jackie Chan) is de
persoonlijke lijfwacht van ambassadeur Han (Tzi Ma), die op het
punt staat de identiteit te onthullen van de leider van de meest
gevreesde criminele organisatie ter wereld, de Triads. Vlak voor
zijn onthulling wordt Han echter neergeschoten en de dader blijkt
niemand minder dan Lee’s ‘broer’ Kenji (Hiroyuki Sanada) te zijn.
Samen met boezemvriend Carter (Chris Tucker) belooft Lee de dochter
van Han (Jingchu Zhang) te beschermen en de hele organisatie lam te
leggen. Geen sinecure, zo zal blijken, en hun zoektocht leidt hen
al gauw tot in de Franse lichtstad.

Het eerste wat me opviel tijdens het bekijken van de film was
acteur Jackie Chan. Ondanks zijn intussen al niet meer zo jonge
leeftijd, voert hij zijn trucjes nog steeds met veel ‘schwung’ uit.
Toegegeven, veel nieuws krijgen we niet te zien, maar de man is nog
steeds een pàk leniger dan de gemiddelde vijftiger (of tiener, wat
dat betreft). Tijdens de obligate bloopers achteraf krijgen we
echter te zien hoe hij een stoel in zijn eigen voorgevel smakt, dus
misschien moet hij stilaan toch eens op zoek naar een andere
betrekking. Maar de vraag die ik me vooral stel: wanneer gaat die
kerel nou eens fatsoenlijk Engels leren? Je zou denken dat je met
zo’n salaris toch wel eens een logopediste zou kunnen aanspreken,
maar daar zal ik me dan wel in vergissen. Chris Tucker is as
usual
zijn zenuwachtige zelf. De man kan wel grappig uit de
hoek komen, maar is daar meestal gewoon te irritant voor. Tijdens
de openingsscène zie je hem al kontschuddend het verkeer regelen en
ik zweer je, ik zag de halve bioscoopzaal twijfelen of ze wel
zouden blijven zitten. Regisseur Roman Polanski, die nog een Oscar
won voor ‘The
Pianist’
, krijgt hier ook een rolletje, als de Franse detective
Revi. Gelieve niet te veel met de ogen te knipperen, want dan heb
je zijn bijdrage gemist. Persoonlijk zie ik hem liever achter de
camera dan ervoor. Een Oscar voor deze rol zit er alvast niet
in.

De prent heeft wel zo z’n grappige momenten, maar is eigenlijk
opgebouwd met wat ik noem ‘gemakkelijke’ humor. Het lijkt wel of
Ratner een ‘handboek voor grappige scènes’ naast zich had liggen
toen hij aan het draaien was. Zo krijgen we in chronologische
volgorde: twee mannen die een razend drukke snelweg oversteken
zonder nog maar een voet te verstuiken (moet je maar eens proberen,
maandagochtend op de E313!), een vloekende non die Carter een ‘high
five’ geeft, een anaal onderzoek compleet met latexhandschoen
(gelukkig niet door de non), een gevecht tussen Carter en een van
de langste mensen van China, en meer van die pret. Lachen zal je,
maar eerlijk is eerlijk, iedereen kan dit soort situaties bedenken
(en misschien zelfs beter).

Ook aan de fragiele zieltjes onder ons is gedacht: inspecteur
Lee steekt zowaar een emotionele speech af over zijn kindertijd en
de reden waarom hij Kenji (die niet eens zijn echte broer is) niet
kan doden. Dat de liefde wederzijds is, blijkt uit het moment
waarop Kenji Lee’s leven redt, in een scène die recht uit ‘Vertical
Limit’ komt. De scenarist heeft ook heel goed opgelet tijdens
‘Prison Break’, want één van de actrices heeft belangrijke
informatie op zichzelf getatoeëerd. Tja, een post-it is
waarschijnlijk niet zo spectaculair.

Wie niet naar deze film moet gaan kijken, zijn mensen die aan
een of andere vorm van hoogtevrees lijden. Flink wat scènes spelen
zich af op het hoogste niveau van de Eiffeltoren en zijn toch wel
behoorlijk indrukwekkend. Carter en Lee balanceren daar gezellig
samen op de dunne balken en doen dat zo elegant dat ze meteen bij
‘Cirque du Soleil’ kunnen gaan solliciteren. Misschien een ideetje
voor wanneer hun carrière in het slop geraakt (of is dat reeds het
geval)? De scène waarin ze broederlijk basejumpen van diezelfde
toren, is dan wel compleet ongeloofwaardig, maar levert een aantal
mooie beelden van Paris by night op. Een leuke afsluiter,
en daar moet je het dan maar mee stellen.

Ik zou deze film alleen aanraden aan die hard Jackie
Chan fans en aan mensen die houden van voor de hand liggende humor.
Het is geen slechte film, maar er bestaan ontelbaar veel betere
komedies en evenveel betere actiefilms. Ik pas alvast voor een
eventuele vierde ronde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + zes =