The Promise

Herinnert u nog het ‘echo-spel’, die dans met de trommels, sluiers en steentjes uit ‘House of Flying Daggers’? In die scène liet Zhang Ziyi haar van haar beste kant zien (alsof ze een slechte heeft) en bewandelde regisseur Zhang Yimou, niet geheel zonder risico, de slappe koord tussen kitsch en poëzie. Internationaal bewierookt regisseur Kaige Chen probeert met zijn eerste, en hopelijk laatste, martial-arts fantasy, ‘The Promise’, net hetzelfde maar valt vanaf de eerste seconde in een blinkende poel van kitsch en doet zelfs geen enkele moeite om daar weer uit te geraken. Integendeel, hij blijft er ruim anderhalf uur (voor één keer mogen we ontzettend dankbaar zijn dat de internationale ditributeur de film een half uur heeft ingekort) in rondzwemmen en valt onze zintuigen aan met de meest schreeuwerige CGI-decors, uit pluimvee opgetrokken kostuums en een visuele effectenshow die eruit ziet alsof het in een beschutte werkplaats in elkaar is geflanst. Zelfs de peperdure shows van Céline Dion zijn met meer stijl en smaak samengesteld dan wat we hier te zien krijgen.

We bevinden ons in een mystieke wereld die bevolkt wordt door steeds elegant wapperende godinnen, krijgsheren in playmobil-uniformen en slaven die sneller kunnen lopen dan de wind. Een arm meisje sluit een pact met een sluwe godin: eeuwige roem en rijkdom, maar in ruil zal ze nooit de ware liefde kennen. Zoveel jaar later is het meisje opgegroeid tot een beeldschone maar ongelukkige koningin (Cecilia Cheung). Tijdens een machtsovername van een snode hertog wordt ze gered door een slaaf (Dong Kun-Jan), die haar belooft te verlossen van die eeuwige vervloeking. Resultaat: de bevallige deerne is op slag verliefd op deze mysterieuze vreemdeling. Om de dingen wat te compliceren wordt die held (de slaaf dus) verward met een generaal (die eigenlijk de meester is van de slaaf en hem zijn carnavalkostuum, excuseer, harnas, heeft uitgeleend). Het begin van een kluwen aan intriges, met veel zwaarden die swoosh doen, neerdwarrelene bloesems en potsierlijke actiescénes die eerder thuishoren op een Eurovisiesongfestival dan in een opwindend martial arts-epos.

Net zoals de meeste films in dit genre, valt of staat ‘The Promise’ met zijn visueel spektakel, en in dit geval knalt de prent daarmee al meteen rampzalig tegen de vlakte. De meeste decors en achtergronden zijn vrijwel volledig uit CGI opgebouwd (die waterval!) en ook de actiescènes worden krampachtig tot halfleven gewekt met de hulp van digitale tovenarij. De eerste grote scène is er al zo eentje: slaven die in een vallei achterna gezeten worden door een op hol geslagen stampede. Ik denk dat het van ‘Jumanji’ geleden is dat ik zo’n slecht geanimeerde beesten heb gezien. Het ziet en voelt er ongelooflijk nep uit en bijgevolg is ‘The Promise’ er tijdens de eerste tien minuten al aan voor de moeite. Een vroegtijdig dieptepunt waar de rest van de film zich slechts marginaal van kan herstellen.

Neem nu een ander ‘hoogtepunt’: de ontsnapping uit de gouden kooi. Voor de verandering wordt de koningin letterlijk, mét vleugelkostuum, in een kooi gevangen genomen. Onze held komt de kooi in een esthetische spiraal binnengetuimeld, gewapend met een stuk touw. Hij bindt het touw aan de hulpeloze schone en haalt haar naar boven. Vervolgens spurt hij over de daken (enfin, dankzij de ambachtelijke CGI zweeft hij zo’n klein metertje boven de daken) met de jonkvrouwe (nog steeds aan het touw gebonden) bengelend achter zich aan. Dat ziet er tegelijk indrukwekkend en belachelijk uit. Acrobatisch en choreografisch is dat knap gedaan, maar vergeef me dat ik spontaan ‘alegria’ moest neuriën toen ik dit weggelopen cirque du soleil-hoogstandje zag plaatsvinden. En zo zijn alle actiescènes wel een beetje van hetzelfde allooi. Het is bij momenten spectaculair, maar het is er veel te ver over om voor enigszins geloofwaardig aan te nemen, ook al neemt het dan plaats in een fantasy-wereld waar alles mogelijk is.

Over de acteurs valt eigenlijk bitter weinig te vertellen omdat ze toch maar als bijrol verloren lopen in de carnavalstoet. Af en toe roepen ze iets onnozel (‘enkel wanneer de winter in de lente valt zal je terug kunnen liefhebben’), maar echt veel tijd om ongein uit te kramen is er niet. Hun kostuums krijgen vaak meer acteerwerk te doen dan de acteurs zelf. Mijn favoriete kostuumvertolking was die van de generaal, die had namelijk twee rinkelende belletjes aan zijn schouders hangen waardoor hij net een wandelende kerstboom leek. Hang wat slingers in zijn haar, strooi er wat kunstsneeuw over en ze mogen hem deze winter in mijn tuin komen zetten.

Om af te ronden nog even iets over het verhaal, dat al evenzeer met haken en ogen aan elkaar hangt als de rest in dit pompeuze spektakel. Dat er uit de originele Chinese versie een half uur werd weggeknipt zal er uiteraard ook wel iets mee te maken hebben, maar ik betwijfel of het met die versie zoveel beter zou geweest zijn. De verhaallijn schokt als een aftandse locomotief onregelmatig vooruit en personages worden slechts oppervlakkig uitgetekend. Daarbovenop draait de focus als een dolgedraaide kermismolen in het rond. Gaat het nu om die verdoemde koningin, de geschiedenis van de held of om de verbannen generaal en zijn eergevoel? De film komt eerder over als een verzameling van subplotjes dan als een hoofdplot met zijsprongetjes. Het resultaat is een onevenwichtige brij, ook al is het eigenlijke verhaaltje nog zo eenvoudig.

‘The Promise’ is een zielloze spektakelshow die bol staat van de opgeblazen kitsch. Het oogt absoluut niet zo mooi als ‘Hero’ of ‘House of Flying Daggers’ en elke actiescène wordt verknoeid door amateuristische CGI. Dit is geen cinema, dit is de duurste, meest uit de hand gelopen carnavalstoet die de laatste jaren in een cinemazaal te bewonderen viel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × vier =