The White Countess




In een filmwereld die steeds meer gedomineerd wordt door de wens om
in te spelen op een zo jong mogelijk publiek, lijken de producties
van Merchant-Ivory haast levende anachronismen. Het grootste deel
van de bioscoopbezoekers bestaat nu eenmaal uit jongeren, wat
verklaart waarom we zoveel actiespektakels te zien krijgen, zoveel
CGI-aangedreven horrorfilms en gortige komedies. De films van het
team Ismael Merchant en James Ivory, daarentegen, hebben zich daar
nooit iets van aangetrokken, en terwijl de rest van de wereld
steeds gekkere dingen bedacht, bleven zij gewoon doen wat ze altijd
al deden: ostentatief klassieke films in elkaar steken, waarin er
nauwelijks een onverholen woord valt, nauwelijks geweld en al
helemaal geen seks terug te vinden is. Subtiele films, waarin
veelbetekenende blikken en omstandige dialogen moeten doen wat niet
met actie gedaan kan worden. Tijdens de jaren negentig scoorde
Merchant-Ivory een paar onverwachte successen met die formule:
‘The Remains of the Day’ en
‘Howard’s End’ zijn wellicht de bekendste. Daarna begon hun ster
echter te tanen – ‘Jefferson in Paris’ was een flop, en laten we
vooral stilletjes zwijgen over ‘Le
Divorce’
. Met ‘The White Countess’ proberen ze een deel van hun
vroegere glorie te recupereren, wat lukt – enfin, een beetje dan
toch. Net als vanouds staan keurig in het pak gestoken heren en
glorieus in een jurk gewurmde dames statig tegenover elkaar en
spreken ze prachtige volzinnen in een historische setting, zonder
dat er eigenlijk veel gebeurt. Maar wat er niet gebeurt, gebeurt
dan toch op een mooie manier.

Ralph Fiennes speelt Todd Jackson, een Amerikaanse diplomaat, die
jaren geleden een belangrijke rol speelde in het opstellen van het
Verdrag van Versailles, maar na een ongeluk blind werd. Nu brengt
hij zijn dagen door in de Internationale Vestiging in het Shanghai
van 1936. Mensen respecteren hem – of beter gezegd, ze tolereren
hem – omwille van wie hij vroeger ooit was, maar in feite is hij
alles kwijt. Hij droomt ervan om de ideale bar te openen: één
waarin de beste artiesten komen zingen, de mooiste vrouwen komen
dansen en de sterkste buitenwippers voor de orde zorgen.

Een kennismaking met twee mensen zal zijn leven veranderen: Sofia
Belinskya (Natasha Richardson), is een aan lager wal geraakte
Russische gravin, die voor de kost met heren danst in louche
café’s. Jackson voelt zich meteen met haar verbonden, en biedt haar
een mooie job aan in zijn toekomstige bar. Hij maakt ook kennis met
Matsuda (Hiroyuki Sanada), een geheimzinnige Japanner die hem goede
raad geeft over zijn bar, maar misschien een geheime agenda heeft.
Een jaar later, in ’37, terwijl de Japanse invasie van Shanghai
steeds dichterbij komt, opent Jackson zijn etablissement: The White
Countess.

Het scenario van ‘The White Countess’ werd geschreven door Kazuo
Ishiguro, een gevierde Japans-Britse romanschrijver die onder
andere het boek ‘The Remains of the
Day’
schreef. Wie ooit wat van Ishiguro gelezen heeft, zal
merken dat een aantal van zijn favoriete thema’s ook hier
terugkeren. Het belangrijkste is ongetwijfeld dat van de dromer, de
idealist die zijn mooie fantasieën aan diggelen ziet vallen wanneer
de werkelijkheid zijn intrede maakt. Dat idee zat al in Ishiguro’s
romans ‘An Artist of the Floating World’ en ‘When We Were Orphans’
(dat zich overigens afspeelde in het Shanghai van de jaren dertig),
en je vindt het ook hier weer terug.

‘The White Countess’ is een verhaal over de defensies die we
optrekken tegen de realiteit: de Internationale Vestiging in
Shanghai was eigenlijk een stad binnenin een stad, die zichzelf als
onschendbaar beschouwde. Het idee dat de Japanners daar zouden
binnenvallen, was absurd – tot het gebeurde, natuurlijk. Binnenin
die Vestiging, wil Jackson dan nog eens zijn bar optrekken, een
miniatuurwereld waarin alles precies is zoals hij gelooft dat het
moet zijn. Een microkosmos die hij zelf heeft gemaakt en waarin
geen ruimte is voor de chaos buiten. Op een nog kleinere schaal
weigert Jackson zelfs om het gezicht van Sofia aan te raken: hij
heeft zich een mentaal beeld gevormd van hoe ze eruit ziet, en dat
wil hij niet verstoren. Uiteindelijk is dat iets dat we allemaal
doen: als de werkelijkheid ons niet aanstaat, trekken we ons terug
in de bar van onze fantasie. We trekken onze schoenen uit, doen ons
strikje los en we blijven er even, omdat het leven er toch zo
eenvoudig is.

Die metafoor kun je zelfs doortrekken tot op het niveau van de
Merchant-Ivoryfilms zelf: buiten heerst de chaos van big budget
Hollywoodcinema, maar dit team (nu gereduceerd tot James Ivory
alleen, sinds Merchant een jaar geleden overleed) blijft films
maken volgens de ouderwetse methodes die ze altijd gebruikt hebben.
For better or for worse.

Dat scenario is thematisch interessant en goed geconstrueerd, maar
Ishiguro blijft in de eerste plaats een prozaschrijver, en dat voél
je. Hij is het niet gewend om een verhaal te vertellen via beelden,
dus doet hij wat ontelbare prozaschrijvers eerder al hebben gedaan
wanneer ze een scenario probeerden te pennen: hij legt de nadruk in
hoge mate op de dialogen. Het gevolg is dat die teksten wél goed
geschreven en goed geacteerd zijn, maar ook te lang uitgesponnen
worden. Een scène is in deze film geen eenheid van actie, maar
wordt bepaald door de tijd die nodig is voor twee of meer
personages om een conversatie te voeren. Dat zorgt ervoor dat de
film, zeker tijdens het middenstuk, behoorlijk gaat slepen.

De regie van James Ivory is even klassiek als altijd: hij tovert
soms zeer mooie beelden voor z’n camera, maar echt veel
schwung zit er niet in. De set design, de kostuums en de
belichting zijn helemaal àf – Shanghai in de jaren dertig heeft er
nog nooit zo aanlokkelijk en mysterieus uitgezien – maar waarom kan
Ivory zich eens geen steadicam aanschaffen om er wat meer beweging
in te brengen?

De acteurs maken wel wat goed: Natasha Richardson is sterk als
Sofia – ze suggereert de gedecideerdheid van een adellijke dame,
zelfs terwijl ze in een stoel moet slapen in het miezerige flatje
dat ze met haar hele familie moet delen. Maar het is Ralph Fiennes
die, zoals altijd, de show steelt. Met zijn blinde blik op oneindig
en zonder veel gelegenheid om openlijk emotie te tonen, weet hij
toch àlles te zeggen dat we moeten weten, enkel met een trillende
onderlip of een gesmoorde snik in zijn stem. Wil iémand die kerel
eens een oscar geven, alstublieft?

‘The White Countess’ lijkt wel een heel kostbaar museumstuk van een
film: het is mooi om naar te kijken, goed gemaakt en er zit best
wel een interessante betekenis achter, dat allemaal wel. Maar kijk
er te lang naar, en je begint je toch te vervelen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − drie =