People I Know



Dan Algrant, regisseur van een aantal episodes van ‘Sex and the
City’, maakt van zijn eerste opgemerkte bioscoopfilm (of het moest
zijn dat u ooit ‘Naked In New York’ hebt gezien), een sfeervol
thriller-drama, dat duidelijk wenst terug te grijpen naar een tijd
toen films nog hersens boven explosies verkozen, ideeën boven
commerce. Een leuk idee, maar hoe hard Algrant ook z’n best doet,
het verhaal dat hij in ‘People I Know’ vertelt, haalt nergens het
niveau van zijn voorbeelden.

Al Pacino speelt Eli Wurman, een persagent die al betere tijden
gezien heeft. Er was een tijd dat hij de steun en toeverlaat was
van mensen met namen als Kennedy en King, maar tegenwoordig heeft
hij nog maar één grote klant, oscarwinnend acteur Cary Launer (Ryan
O’Neal), en kan hij zijn sociale betrokkenheid enkel nog kwijt in
fundraisers die hij helemaal alleen dient te organiseren.

Eli zit midden in de voorbereiding van zo’n fundraiser ten
voordele van immigranten die gedeporteerd dreigen te worden,
wanneer hij uit z’n bed wordt gehaald door Cary. De acteur heeft
zich in de nesten gewerkt met een aan drugs verslaafde
tv-presentatrice (Téa Leoni), die eerder die avond werd
gearresteerd. Hij is bang voor negatieve publiciteit, en dus
overhaalt hij Eli om de dame uit de gevangenis te gaan halen. De
pr-man, die zich zelf ook niets te kort doet in de afdeling
zenuwpillen, gaat akkoord op voorwaarde dat Cary een verschijning
maakt op zijn soirée van de volgende avond. Maar wanneer hij de nog
steeds zwaar flippende dame uit de bak gaat halen, raakt hij plots
verzeild in een ranzig wereldje van seks, drugs, chantage en zelfs
moord.

Pacino speelt Wurman als een soortement man zonder
eigenschappen. Een man die nooit echt iets heeft betekend op
zichzelf, maar in zijn gloriedagen, toen hij op goede voet stond
met de machtigste mannen van het land, via hen leefde en daar
genoegen mee nam. Nu rest er hem niets meer, de machtige mannen
zijn vermoord, op natuurlijke wijze gestorven of anders uit zijn
leven verdwenen. Het enige waar Wurman nog mee overblijft, zijn
jonge sterretjes en zijn éne beroemdheid – waar staat hij dan, wat
heeft hij dan nog te betekenen? Eén van de laatste mensen die hem
nog schijnen te aanvaarden voor wie hij is, is Kim Basinger als
Victoria, zijn ex-schoonzus. De mogelijkheid van een
liefdesverhouding zit er vanaf het begin in, maar Wurman is veel te
ver heen om die aan te grijpen. Al Pacino bewijst zich hier bovenal
een uitstekend fysiek acteur: we zien hem over de loop van de film
zowel moreel als fysiek vervallen, zijn gezicht bleek en doorgroefd
met rimpels, zijn stem steeds op het breekpunt. Het enige probleem
is, dat de rol die hij te spelen krijgt, hem weinig gelegenheid
laat om enige sympathie op te wekken bij het publiek, dat al snel
de neiging zal hebben om Wurman te bekijken zoals de andere
personages dat doen: als een loser met wie je liefst zo weinig
mogelijk te maken wil hebben. Eli Wurman is zo onvoorstelbaar
zielig, zo deprimerend in zijn aftakeling, dat het vrijwel
onmogelijk is om contact met hem te leggen als toeschouwer. Tegen
de tijd dat we Pacino om vier uur ‘s nachts naar zijn dokter zien
bellen, om hem bijna huilend te melden dat hij bloed ziet in z’n
urine, hebben we het als publiek echt wel gehàd met meneer
Wurman… Dit is niet iemand die je wil leren kennen. Een verhaal
over een anti-held, oké, maar het moet wel mogelijk blijven om enig
respect voor het personage te behouden.

Algrant probeert met ‘People I Know’ de sfeer te wekken van de
klassieke thrillers uit de jaren zeventig, genre ‘All The
President’s Men’ of ‘The Parallax View’ (check out de posters in
Pacino’s bureau!), gekoppeld aan de thematiek van het Burt
Lancaster-meesterwerk ‘The Sweet Smell Of Success’. Gaandeweg trekt
hij een aantal mistroostige conclusies: politiek en showbusiness
zijn in essentie hetzelfde, iedereen is corrupt, niemand geeft iets
om iemand anders, goede intenties zijn een illusie en een goede
afloop onmogelijk. De pr-wereld volgens deze film is niet zomaar
dog eat dog, het is “hond eet eerst het kroost van een andere hond
op, verplicht deze om toe te kijken, en begint vervolgens aan het
hoofdmenu”.

Dat is allemaal nog prima, maar de plot op zichzelf is veel te
ongeloofwaardig om die thema’s te ondersteunen zonder dat het
pompeus of onnodig deprimerend wordt. Elementen uit ‘Eyes Wide
Shut’ en zelfs ‘The Bonfire Of The Vanities’ worden bij elkaar
gegooid in een poging een blik te werpen op de sociale,
professionele en seksuele etiquette van de upper class in New York,
maar ook buiten het feit dat Pacino’s personage één van de meest
onaantrekkelijke in de recente filmgeschiedenis is, valt er maar
weinig in de film terug te vinden dat andere regisseurs en
schrijvers niet al eerder en béter hebben verteld.

Met al dat zijn er af en toe wel degelijke scènes terug te
vinden: de scènes tussen Pacino en een verrassend goeie Basinger
bevatten een oprechtheid die in de rest van de film zeer bewust
ontbreekt, en fungeren dan ook als welkome rustpunten in het
verhaal – eindelijk is Wurman met iemand samen met wie hij geen
spelletjes hoeft te spelen.

Hét hoogtepunt van de film: een scène waarin Pacino een
onderzoek van z’n urinewegen laat uitvoeren. Geen enkele man in het
publiek die niet spontaan de adem inhoudt, naar z’n kruis grijpt en
hoopt dat hij dàt nooit zal moeten laten doen.

‘People I Know’ is één van de meest mistroostige, deprimerende
films van het jaar, met een hoofdpersonage dat je niet wil kennen
en een plot die niet voldoende is om de thema’s te ondersteunen.
Maar u krijgt wél Al Pacino met een zwaar Texaans accent te zien.
Soms is het moeilijk om te beslissen of je moet gaan kijken of
niet, inderdaad…

http://www.miramax.com/people_i_know/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − twee =