Spirit :: Stallion of the Cimarron


82 min. / USA

Verleden jaar scoorde studio Dreamworks een gigantische
hit met ‘Shrek’, een nogal
onconventioneel, oneerbiedig sprookje dat zowel kinderen als hun
ouders betoverde met een scherp gevoel voor humor én een verhaal
met een hart en ziel. Wie dacht dat Jeffrey Katzenberg vervolgens
geen stap meer verkeerd kon zetten, heeft het echter duidelijk mis.
Want al die termen die op Shrek zo van toepassing waren (fris,
origineel, geestig), hebben niets te maken met wat ‘Spirit:
Stallion Of The Cimarron’ is geworden.

Het verhaaltje draait rond Spirit, een hengst die in de tijd van
het wilde westen de leiding heeft over zijn groep en geniet van het
leven in de vrije natuur. Hij wordt echter gevangen genomen door
boze blanke mannen en naar een legerfort gebracht, waar men zal
trachten zijn “spirit” te breken, hem in de pas te doen lopen met
het andere vee. De boze blanke man wordt in deze film
gepersonifieerd door een man die we enkel kennen onder zijn titel:
The Colonel – een gemene ouwe vent die duidelijk bedoeld is om de
onderdrukkende vuist van de immigranten tegenover de natuur te
symboliseren.

Samen met een idiaanse jongen ontsnapt Spirit echter uit het
soldatenkamp, om kennis te maken met een andere kant van de
mensheid. Het mag immers geen verrassing zijn dat in deze film de
indianen worden voorgesteld als een nobel volk, dat in volkomen
evenwicht leeft met de natuur. Dat is het soort van krampachtige
politieke correctheid dat mij op zichzelf altijd weer een beetje
aan racisme doet denken. Het is in ieder geval neerbuigend wanneer
een stel blanke filmmakers de native Americans bij wijze van gunst
afschildert als een stel “beschaafde wilden”.

Enfin, daar gaat het eigenlijk niet over. Spirit ontmoet een
merrie, moet vluchten wanneer de indiaanse nederzetting onder de
voet wordt gelopen door de boze blanken, met The Colonel aan kop,
en de vraag is natuurlijk of hij ooit nog naar huis zal kunnen
gaan, naar zijn groep, om opnieuw in volle vrijheid te kunnen lopen
met de adelaars.

Verrassend genoeg is dit nu eens één tekenfilm waarin de dieren
niet praten. Via een voice-over horen we Matt Damon wel de
gedachten van Spirit vertolken, maar binnen het verhaal zelf horen
we enkel de mensen spreken. Dat zou een goed idee kunnen lijken,
maar dat is het niet. Dit gebrek aan dialoog zorgt er immers voor
dat de verhaallijn verder verduidelijkt dient te worden via liedjes
van Bryan Adams. Dan hoor ik nog liever een paard zingen. En
bovendien mogen de beestjes van Spirit dan wel niet praten, maar ze
kunnen duidelijk wel dénken, op een niveau dat nog geen enkele
viervoeter ooit heeft bereikt. De paarden in deze film communiceren
klaar en duidelijk, met gezichtsexpressies waartoe geen enkel dier
in staat is, en zelfs met druk gehinnik op bepaalde toonhoogten, om
gevaar of blijdschap uit te drukken. Meer dan dat, Spirit zelf is
een behoorlijk lepe biefstuk op pootjes; dit is een paard dat erin
slaagt om zich te laten neervallen en voor dood te houden om uit de
rij gehaald te worden die een locomotief moet trekken. Knappe
knol.

Als je de dieren in je film dan toch dermate intelligent maakt dat
alle strikte geloofwaardigheid overboord kan worden gegooid, waarom
laat je ze dan niet praten? Dat maakt het meteen wel makkelijker om
een emotioneel contact te leggen met het publiek.

Zoals het is, is het moeilijk om echt iets te kunnen geven om de
problemen van Spirit. De banaliteit van de plot is onontkenbaar, en
wat veel erger is: hij wordt ook niet gemaskeerd, omdat we niet
betrokken zijn bij de personages. Kan het u echt wat schelen of een
hengst nu al dan niet gebruikt wordt als legerpaard? Nee toch? Wat
hierbij ook niet helpt, is de irritante voice-over die Matt Damon
ons dient voor te lezen. Hij kan er zelf niet aan doen, hoor, maar
als ik streepjes tekst hoor als: “I could run with the eagles, and
fly?… Sometimes I believed I could”, dan grijp ik automatisch
naar het prikkertje waarmee ik m’n suikerspiegel kan controleren.
Zo stroperig is het.

‘Spirit’ is een film die in volle draf van begin naar einde racet.
Tijd voor komische nevenpersonages of zelfs een goed uitgewerkte
slechterik is er schijnbaar niet. De enige schurk die we wél te
zien krijgen is The Colonel, en ook hier had ik moeite om m’n
ongeloof op te schorten: zouden kolonels in het Amerikaans leger
van die tijd zich echt hebben beziggehouden met persoonlijke vetes
tegen paarden? Ik weet niet, hoor. Feit is dat hij een schemerig
personage blijft, die enkel lijkt te bestaan om de plot te dienen,
en over geen enkele notenswaardige eigenschap beschikt. Hij is niet
écht gemeen (wat doet hij tenslotte verkeerd, hij wil gewoon een
paard temmen) en hij al helemaal niet grappig. Humor is iets waar
de makers van ‘Spirit’ niet in geloven, schijnbaar. Het is zo goed
als volledig afwezig in de hele film.

Het enige dat nog min of meer de moeite van het bekijken waard is,
zijn de actiescènes. Spirit rent door een gedetailleerd weergegeven
Amerikaans landschap, springt over schier oneindige kloven en
dalen, en de camera, ongehinderd door fysieke obstakels, volgt hem.
Sommige van die achtervolgingen zijn fantastisch in beeld gezet, en
brengen zowaar een streepje echte opwinding aan het geheel. Maar
ook deze scènes staan in dienst van een levensloos verhaal, dat
voor het overige niets heeft dat van een film een film maakt:
humor, emotie, menselijkheid.

‘Spirit: Stallion Of The Cimarron’ kan misschien nog net achtjarige
meisjes behagen wiens slaapkamer volhangt met paardenposters, maar
voor het overige denk ik dat maar al te veel mensen geeuwend de
zaal zullen verlaten. Ik ben zelf nooit echt een fan geweest van
die dieren; hebt u ooit al eens geroken hoe die beesten stinken?
Bijna net zo hard als deze film. Bijna.

http://www.dreamworks.com/spirit

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + 20 =