Signs



106 min. / USA

Het blijft mij steeds verbazen hoe pers en publiek
afgunstig zijn van het succes van een populaire filmmaker; men ziet
niet liever dan dat grote namen onderuit gaan. Hoeveel criticasters
waren niet al te blij dat ze ‘The
Pianist’
konden vergelijken met ‘Schindler’s List’ zodat ze Spielberg een
veeg uit de pan konden geven? Ook M. Night Shyamalan, hij van de
onuitspreekbare naam en de verrassende thrillers, beleeft momenteel
iets dergelijks met zijn nieuwe film ‘Signs’. De algemene tendens
van de kritiek is nog steeds positief, maar je hoort al wat
gemopper en gezeur ten hemel stijgen. Shyamalan kan maar beter
oppassen, want de ouwe zeuren slijpen hun messen al…

Een merkteken van een groot regisseur is dat je zijn films nooit
met die van een ander kunt verwarren, en dat is bij de films van
Shyamalan zeker het geval. Hij houdt ervan zijn verhalen tegen een
gemakzuchtig tempo te vertellen, hij houdt zijn acteurs in het
gareel zodat zelfs een grote actieheld als Bruce Willis onderkoeld
overkomt. Less is more – meer wat? Meer sfeer, en het is dan ook
daarop dat hij zijn films baseert. In het tijdperk van de
hyperkinetische blockbuster is dat lef hebben. Net als in ‘The Sixth Sense’ en ‘Unbreakable’ schuilt de spanning van
‘Signs’ in wat je niet ziet, in wat er niet gebeurt.

Mel Gibson speelt Graham Hess, een dominee die zes maanden voor het
begin van de film is uitgetreden, na de dood van zijn vrouw. Hij
woont samen met zijn twee kinderen en zijn broer Merrill (Joaquin
Phoenix) op een boerderij, niet zo ver van Philadelphia, en
probeert, hoewel zijn geloof aan flarden ligt, verder te gaan met
zijn leven. Dan ontdekt hij in zijn maïsveld een enorm patroon aan
platgelegde stengels – je zult maar eens wakker worden, en ze
hebben graancirkels in je tuintje gemaakt; dàt is dus balen.

Graancirkels maken deel uit van een populaire moderne mythologie –
in de jaren zeventig doken ze voor het eerst op, en al die the
truth is out there
-nerds die een invasie aan groene wezentjes
met antennes op hun kop verwachtten, kregen een ferme neus opgezet
toen de cirkels in de vroege jaren negentig het werk bleken te zijn
van grappenmakers. Maar toch… Ergens is onze fascinatie met die
complexe geometrische figuren altijd blijven bestaan, en Shyamalan
maakt er dankbaar gebruik van. Gibson en familie horen vreemde
geluiden, zien schimmen rondlopen, en vermoeden natuurlijk meteen
dingen die ze nauwelijks durven uitspreken.

U kunt best deze film gaan zien zonder te veel te weten over de
plot, en hoewel de kans groot is dat u onderhand het één en ander
hebt opgevangen, zal ik hier niet vertellen of er al dan niet
aliens in voorkomen. Uiteindelijk is dat ook niet erg belangrijk,
want waar Shyamalan het echt over wil hebben, heeft niets te maken
met graancirkels, vliegende schotels of buitenaardse wezens. Net
zoals’ The Sixth Sense’ niet ging over het vermogen om dode mensen
te zien.

Zoals in zijn andere films, bouwt Shyamalan hier suspens op,
gebaseerd op absoluut niets. Een geluid hier, wat ritselende maïs
daar… Wanneer er wel wat gebeurt, krijgen we het niet eens te zien,
zoals de scène met de hond. Maar de regisseur laat zijn camera op
zo’n suggestieve manier bewegen, en gebruikt de muziek en de
geluidseffecten zo goed, dat we als publiek op het randje van onze
stoel gaan zitten omdat we weten dat er, net buiten beeld, iets is
dat elk moment tevoorschijn kan springen. Of misschien ook niet.
Shyamalan is een meester in het manipuleren van zijn publiek, zodat
hij zonder iets te tonen, een buitengewone spanning kan creëren.
‘Signs’ is een film van… nu ja, van tekenen. Half leeggedronken
glazen water, blaffende honden en onheilspellende duisternis zijn
de werktuigen waarmee Shyamalan zijn wereld van onzekerheid en
angst creëert. In een tijd van zielloze speciale effectenshows (nog
‘Star Wars’, iemand?), is dat een behoorlijke opluchting.

Zijn werk met de camera, geholpen door fotograaf Tak Fujimoto, is
elegant en helder, vrij van pretentie of vals bombast. Wanneer hij
visueel een eenvoudige keuze kan maken, zal hij nooit een
ingewikkelde optie nemen, en dat is precies zoals het hoort voor
dit soort films. Heel vaak krijgen we gewoon frontale shots van de
acteurs, zodat we hen recht in de ogen kunnen kijken – het contact
met de personages is alles, en dat verliezen we dan ook nooit. We
blijven hen dicht op de huid zitten, ook visueel, we zien wat zij
zien, we horen wat zij horen. En daardoor komt het, dat we ook hun
angst voelen, hun emoties delen. En geloof me vrij, spannend wordt
het – ‘Signs’ is de ultieme nachtmerrie voor alle nagelbijters; ze
houden geen vingers meer over.

Shyamalan houdt zijn film kleinschalig, intimistisch. We krijgen
niet te zien hoe de goegemeente van het stadje waarin Gibson woont
reageert op de graancirkels. Integendeel, buiten een politieagente
en een dierenarts krijgen we niet al te veel buurtbewoners onder
ogen. De familie Hess sluit zich af van de buitenwereld, waardoor
de film een claustrofobisch sfeertje krijgt. Als er iets misgaat –
waar kunnen ze dan naartoe?

Gibson en Phoenix lopen enorm introvert te acteren, een punt waar
ook al kritiek op is gekomen. Maar dat zeiden ze ook al van Bruce
Willis in ‘The Sixth Sense’ – ik
geloof dat Shyamalan gewoon van dat soort van vertolkingen houdt,
en ze dienen wel degelijk een nut. Wanneer emotie dan toch naar de
oppervlakte komt – de eetscène naar het einde van de film toe,
bijvoorbeeld – dan lijkt ze ook oprecht, omdat dit geen typische
filmpersonages waren die je elke emotie vanaf het begin in je
gezicht gooiden. Gibson maakt hiermee ‘We Were Soldiers’ weer een heel klein
beetje goed.

Het is trouwens ook heel aardig om te zien dat de regisseur zijn
film niet àl te serieus neemt, en hij bouwt momenten van
droog-komische humor in, waarmee hij niet te beroerd is om zelfs de
meest dramatische of spannende scènes te doorprikken. Ik heb mijn
helm van aluminiumfolie alvast klaarliggen!

Kleine punten van kritiek zijn er natuurlijk wel. Zo heeft
Shyamalan de gewoonte om tijdens de meest intense momenten van de
film Gibson aan zijn kinderen het verhaal te laten vertellen over
hoe ze geboren werden. De climax wordt afgewisseld met beelden van
het ongeval dat hem van zijn vrouw beroofde. Ja, natuurlijk heeft
het een nut dat deze scènes in de film zitten – Shyamalan is zo’n
spaarzame regisseur dat hij wellicht nog liever teveel wegsnijdt
dan een overbodige scène te laten zitten – maar ze hadden op een
ander moment moeten komen, zodat de intense, spannende scènes
zonder onderbreking hun beloop hadden kunnen krijgen.

Net zoals de regisseur in ‘The Sixth
Sense’
de thrillerplot als voorwendsel gebruikte om zinnige
dingen te zeggen over het aanvaarden van de dood, gebruikt hij hier
zijn verhaal als alibi om vragen te stellen over God, en geloof in
toeval of predestinatie. En hij slaat daarbij in ieder geval een
zeer hoopvolle toon aan, die suggereert dat àlles in het leven zin
heeft. De dood van je vrouw, de astma van je zoontje, de mislukte
baseball carrière van je broer. Uiteindelijk komt het allemaal
samen om een groter onheil te voorkomen. Klinkt dat allemaal een
beetje te zeer gesponsord door de Katholieke Filmliga? Tja,
misschien is het dat ook wel, maar hoe kun je het iemand kwalijk
nemen in de zin van het leven te wíllen geloven? Of je daar een God
bij wil sleuren of niet, is uiteindelijk van ondergeschikt belang.
Het gaat over het idee dat er een reden is voor alles. En dat is
een geruststellend idee.

http://www.bventertainment.go.com/movies/signs

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + vijftien =