Ergens op een punt nadat de eerste jaren van de eenentwintigste eeuw achter ons lagen, begon de reputatie die regisseur M. Night Shyamalan had opgebouwd met The Sixth Sense, Unbreakable, Signs en The Village, plots te tanen, en nog geen klein beetje ook. Op een paar jaar tijd werd de Amerikaans-Indische cineast ei zo na persona non grata in Hollywood. Het zou bijna een decennium duren voordat hij met een aantal relatief goedkope, kleinere titels, weer zou aanknopen met het succes: Split, Glass en in mindere mate Old en Knock at the Cabin. Zijn diepe duik omvatte zeker een paar titels waarin het leek alsof de man al zijn talent verloren had (After Earth was een triest dieptepunt), maar toch valt het niet te ontkennen dat Shyamalan ook toen hij door iedereen werd uitgespuwd vaak een bijzonder begenadigd cineast bleef. De man was altijd een krak in uiterst klassiek visueel vertellen: Unbreakable is zo geweldig omwille van Shyamalans ijzersterke gebruik van breedbeeld, niet omwille van het verhaaltje. En die kwaliteit vinden we eigenlijk nog steeds terug in later werk, ook in een film als het universeel verguisde The Last Airbender. Gaandeweg kwamen die troeven weer meer op de voorgrond en slaagde de cineast erin om criticasters eraan te herinneren dat hij méér was dan louter ‘die-regisseur-die-films-draait-met-een-laatste-akte-die-alles-onderuit-haalt.’
Dat alles maar om te zeggen dat Trap een puinhoop is. Dat ligt voor een stuk aan het feit dat de premisse overduidelijk opgezet is om de muziekcarrière van Shyamalans dochter te steunen. Het is een fictief concert rondom haar muziek dat de politie gebruikt om een val te zetten voor een beduchte seriemoordenaar. Het idee alleen al dat onderzoekers daarvoor een heel concert zouden gebruiken is behoorlijk ridicuul en die mechaniek houdt ook geen steek, want het gaat zogezegd om een extra concert bedoeld om de val te zetten, waarna plots blijkt dat de man zichzelf vooraf verraden zou hebben aan de hand van een ticket voor een concert dat er dus nog niet was. Het is maar een van de problemen met veruit het zwakste scenario dat de regisseur ooit schreef. We volgen de gezochte dader en zijn dochter (die uiteraard van niks weet) en hoe die eerste probeert te ontsnappen uit het door de politie omsingelde gebouw. Het feit dat het allemaal bedoeld is als promofilmpje voor de muziek moet Shyamalan wellicht verblind hebben en heeft ervoor gezorgd dat hij hier een draaiboek neerpende dat werkelijk kant noch wal raakt.
Nu, dat hoeft natuurlijk geen probleem te zijn. Een beetje nepotisme kan geen kwaad en zoals hoger al opgemerkt, kan een plot flinterdun of nonsensicaal zijn en in de handen van een begenadigd cineast toch nog sterke cinema opleveren. Alleen lijkt het er dit keer op dat ook alle mise-en-scène opgeofferd werd aan het draaien van iets dat vooral de muziek onder de aandacht moest brengen. We hebben een volledig gevuld stadium en een thrillergegeven, maar de man die ooit vergeleken werd met Hitchcock, slaagt er niet eens in een derderangs De Palma te puren uit een dergelijk idee (diens Snake Eyes is een voorbeeld van hoe je dit concept wel meesterlijk uitwerkt). Helaas is er werkelijk niks in Trap dat ook maar een beetje soelaas biedt. Dialoog en script zijn om van te huilen, composities en camera zijn (hoe onwaarschijnlijk dat ook klinkt bij Shyamalan) banaal en de fotografie is spuuglelijk. Het resultaat is beneden alle peil en een van de slechtste dingen die de regisseur al heeft afgeleverd (of in de toekomst hopelijk nog zal afleveren).