Hart’s War


De ouderwetse oorlogsfilms zijn niet meer wat ze geweest zijn.
Krijgsgevangenenfilms als ‘Stalag 17’, ‘The Great Escape’ en ‘The
Bridge On The River Kwai’ staan in het geheugen van elke
filmliefhebber geëtst, maar dan krijgen we nog eens een film die
teruggrijpt naar die tradities, en er gaat geen hond naar kijken.
‘Hart’s War’ kwam, zag en verdween weer uit de bioscoop zonder echt
opgemerkt te worden. Terecht? Niet als je ziet wat voor ongein er
wél volle zalen lokt.

Het is 1944, en luitenant Thomas Hart (Colin Farrell) zit mijlen
achter de frontlinies een veilige bureaujob uit te oefenen. Zijn
vader is een belangrijk politicus, en tot zijn eigen frustratie
veroordeelde dat Hart tot een carrière van in feite onverdiende
promoties en een voor hem wellicht beschamend luxueus bestaan. Hart
wordt echter gevangen genomen tijdens het transport van een hogere
officier, en naar een krijgsgevangenenkamp in België gebracht. Hier
maakt hij kennis met kampcommandant Visser (Marcel Iures), die
wordt geïntroduceerd in het verhaal als een genadeloze smeerlap
zoals we die uit de goeie ouwe tijd nog kennen – Visser beveelt de
executie door ophanging van een aantal Russische gevangenen die
probeerden te ontsnappen.

Hart ontmoet ook kolonel William MacNamara, gespeeld door Bruce
Willis, die een gezicht trekt alsof hij al jarenlang met óf
bevroren tenen, óf bijtend maagzuur rondloopt. MacNamara is, zo
merken we meteen, een harde officier, die alles al heeft gezien en
gedaan, en die de zwakten van Hart onmiddellijk doorheeft.

Op dat punt lijken we vertrokken te zijn voor een goeie
ouderwetse gevangenisfilm; de dialogen zijn af en toe heerlijk
bits, de situaties zijn oerklassiek, maar ze wérken wel. Kijk
bijvoorbeeld naar een scène waarin de Amerikanen een brood naar de
andere kant van het prikkeldraad gooien, naar de Russische zijde,
hoewel ze onder schot worden gehouden door de Duitse bewakers. Met
de werkelijkheid van de situatie van toen zal het waarschijnlijk
weinig te maken hebben, maar je voelt wel dat pakweg David Lean
zich voor deze scène niet geschaamd zou hebben. Dat soort van
momenten getuigen van een charmant klassieke aanpak.

Maar dan, na pakweg veertig minuten, neemt het verhaal een
radicaal andere wending, wanneer twee zwarte piloten in het kamp
terechtkomen. We zien de soldaten, die eerder nog zo’n nauwe
samenhang vertoonden, zich ontwikkelen tot racistische hilbillies,
die niet vies zijn van pesterijen tegenover de piloten, en iedereen
die zich met hen associeert. Eén van de piloten wordt geëxecuteerd
nadat een mogelijk wapen in zijn brits werd gevonden. Een dag later
wordt een blanke gevangene, die de piloot er wellicht bij heeft
gelapt, vermoord aangetroffen. De Duitsers willen de tweede piloot,
de voor de hand liggende verdachte, eveneens neerschieten, maar
MacNamara verzoekt commandant Visser een krijgsraad te mogen
houden.

Opeens wordt het gevangenendrama dus een rechtszaakthriller, met
als toegevoegde elementen nog een plan om een munitiefabriek op te
blazen, leugenachtige officieren, én dat oude, vertrouwde
plotinstrument uit gevangenisfilms sinds het begin der tijden: de
tunnel om door te ontsnappen. Begrijpelijk, trouwens: wie zou niet
willen gaan lopen uit een kamp in de Ardennen, zelfs nu nog?

Dat alles zorgt ervoor dat ‘Hart’s War’ allesbehalve
voorspelbaar is; het regent onverwachte plotwendingen tijdens de
tweede helft van de film. Niemand is wie hij lijkt te zijn, zelfs
de kampcommandant niet. De man die we voor het eerst zagen in een
ijskoud staaltje Nazi-sadisme uit de oude school, blijkt een
ontwikkeld man te zijn, die houdt van goede muziek en goede boeken.
Hij laat de krijgsraad niet alleen toe, maar geeft Hart, die de
verdediging van de piloot op zich neemt, ook de nodige informatie
om een professionele zaak op te bouwen. Net zo bevat het personage
van Bruce Willis verborgen kantjes, én blijkt Hart zelf toch een
soort van held te zijn, op zijn eigen manier.

Ja, verrassingen zijn er wel, maar de vraag is of het allemaal
wel zo geloofwaardig is. Kleine en grote onwaarschijnlijkheden
duiken van begin tot eind op – zou Visser die krijgsraad wel
toelaten? Zou hij met kerstmis een door de gevangenen opgezet
variété toelaten waarin Hitler openlijk bespot wordt? Zouden de
Amerikanen in 1944 nog de behoefte hebben om een munitiefabriek op
te blazen? En hoe valt de dubieuze rol van MacNamara te verzoenen
met wat hij doet tijdens de eerste helft van de film? Er zijn hier
genoeg plotwendingen om drie films te vullen, en bovenop dat alles
heeft Hart’s War ook nog eens de ambitie iets zinnigs te zeggen
over racisme binnen het leger.

Dat gedeelte werkt, vreemd genoeg, beter dan de plot zelf. De
soldaten van deze film zijn geen heiligen, ze zijn niet allemaal
helden. We zien nijd en haat onder hun rangen, zelfs tot op het
punt van moord. Het proces is een schijnvertoning, opgezet om de
verdachte zo snel mogelijk tot zondenbok van de misdaad te maken.
Eén krachtige scène toont hoe eerst wordt afgesproken dat er, ten
voordeelde van de Duitse soldaten, gelogen zal worden over de
manier waarop de piloot ‘s nachts uit zijn barak is weggeraakt. Op
die manier voorkomen ze hun échte uitgang te verraden. Vervolgens
wordt die afgesproken leugen als bewijs tegen de piloot gebruikt,
zonder dat Hart hem kan helpen. Op die manier werkt de film
onverwachte nuances in – dit is alles behalve een reclamespot voor
het leger, er worden wel degelijk geldige vragen gezet bij de
behandeling van zwarten tijdens die periode en, bij uitbreiding,
ook nu. Terwijl de plot zich door een aantal bochten wringt die
moeilijk te pikken zijn, blijven die thema’s als een rode draad
doorheen de film lopen, en samen met acteurs die doorgaans zeer
degelijk staan te acteren, helpen ze de film over de zwakkere
momenten heen te dragen.

De goeie fotografie helpt ook – de manier waarop Gregory Hoblit
(regisseur van ‘Primal Fear’) zijn beelden in elkaar steekt, is op
zich weinig opmerkelijk, maar cinematograaf Alar Kivilo gebruikt
tinten van grijs en blauw, en een weldoordacht spel met schaduwen
om een koude, onherbergzame sfeer te creëren, en hij slaagt daar
wonderwel in.

‘Hart’s War’ is een interessant filmpje, weinig memorabel, maar
zeker niet zo dom als het eruit ziet. Het betere popcornamusement,
enfin. Gaat en vermaak u.

http://www.mgm.com/hartswar/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × drie =