Don’t Say A Word


Net nu we dachten dat Michael Douglas zich voor eens en voor
altijd had bekeerd tot kwaliteitsproducten zoals ‘Traffic’ en ‘Wonder Boys’, hervalt de gladste acteur van
Hollywood weer in zijn oude routine van het voorbije decennium: een
routineuze thriller die zich in niets onderscheidt van een hele
reeks andere.

Douglas speelt dokter Nathan Conrad, een psychiater
gespecialiseerd in kinderen, die het soort van walgelijk lieve
gezinnetje heeft dat je alleen maar in de film aantreft: zijn
vrouw, momenteel aan haar bed gekluisterd met één been in het gips,
ziet eruit als Femke Janssen en zijn achtjarig dochtertje is lief,
onmogelijk schattig en slim. Het soort van gezin dat je op de cover
van de nieuwe catalogus van Ikea ziet staan, en ongeveer even
geloofwaardig.

De plot, of wat daarvoor moet doorgaan, komt op gang wanneer
dochtertje Jessie ontvoerd wordt. Heel even zien we een moment in
de film dat bijna geloofwaardig is: de manier waarop Douglas van
vage onrust naar dodelijke paniek overschakelt in één enkele scène,
is indrukwekkend. Je ziet de man gewoonweg bleek worden. Daarna
echter begint de ellende pas.

De kidnappers blijken alweer van die onwaarschijnlijk goed
georganiseerde high-tech criminelen te zijn, die erin geslaagd zijn
de flat van de familie Conrad te behangen met onzichtbare
cameraatjes, afluisterapparatuur te installeren en de
telefoonlijnen om te leiden zodat ze direct contact hebben met de
getormenteerde familie. Je vraagt je wel eens af: als die boeven
genoeg geld hebben om zo’n hele affaire in elkaar te steken, waarom
moeten ze dan nog misdaden plegen?

Niet dat het de ontvoerders, onder leiding van Sean Bean, meteen
om geld te doen is: wat zij willen is een nummer, dat vastzit in
het geheugen van een zwaar gestoorde patiënt van Douglas. Hoewel
Bean al tien jaar geduldig zijn kans afwacht, moet het nu plots
allemaal snel gaan, want Douglas krijgt slechts acht uur om dat
nummer te weten te komen. Geestig toch, hoe Hollywoodmensen
schijnen te denken dat psychologie iets is dat je op bevel kunt
uitvoeren en dat op een deadline resultaten teweeg kan brengen.

Met elke plotwending – en er zijn er veel – wordt de film
ongeloofwaardiger. Er zijn niet veel mensen die zo goed de overgang
van een afgeborstelde zakenman of, zo u wilt, psychiater naar een
wraakzuchtige woesteling kunnen maken als Michael Douglas, maar we
hebben hem dat onderhand al zo vaak zien doen dat alle verrassing
uit zijn vertolking wegsijpelt tegen de tijd dat we een half uur
ver zijn.

De structuur van de film is ook niets om over naar huis te
schrijven: op een bepaald moment volgen we maar liefst vier
plotlijnen tegelijk. Douglas op zijn queeste om zijn familie te
redden, Janssen in haar bed, het dochtertje dat uiteraard – zo zijn
kinderen in films nu eenmaal – probeert om haar ontvoerders te slim
af te zijn én een politie-onderzoek dat op het eerste zicht niets
met de rest van de film te maken heeft. Dat is allemaal heel
ambitieus, maar voor een thriller is het veel belangrijker om
momentum te bewaren dan om te pochen met een gecompliceerde
structuur. Kijk bijvoorbeeld naar ‘Ransom’, een veel betere
thriller over een gelijkaardig thema. We kregen de familie Mel
Gibson te zien en we kregen de ontvoerders te zien. Meer moest dat
niet zijn.

‘Don’t Say A Word’ tracht een thriller te zijn, maar is zo
voorspelbaar, zo’n afgelikt, traditioneel Hollywoodproduct, dat je
nergens de ruimte vindt om mee te leven met de personages en hun
situatie. Misschien heeft het er iets mee te maken dat de film
geregisseerd werd door Gary Fleder, die in een ver en grijs
verleden ook ‘Kiss The Girls’ maakte, nog zo’n thriller die alles
was behalve spannend, en visuele flair boven simpele narratieve
logica stelde. Dit verhaal heeft enorm veel geluk gehad dat er
sternamen zoals die van Douglas aan verbonden raakten. Anders was
de film waarschijnlijk meteen op de onderste plank van de
videotheek beland. Waar hij thuishoort.

http://www.dontsayaword.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 4 =