Bowling For Columbine


Michael Moore houdt ervan om af en toe eens de boel op stelten
te zetten. De ietwat corpulente filmmaker regisseerde in 1989
‘Roger and Me’, een documentaire waarin hij de grote baas van
General Motors confronteerde met zijn beslissing om een groot
aantal mensen te ontslaan in Moore’s thuisstadje, Flint, Michigan.
Het resultaat was een zeer geestige, maar ook nogal manipulatieve
film, gemaakt door iemand die duidelijk vanaf het begin wist wat
hij met zijn documentaire wilde zeggen en geen ruimte liet voor
nuancering van zijn eigen standpunten.

Met ‘Bowling For Columbine’ doet hij in wezen hetzelfde, alleen
is het onderwerp ditmaal nóg belangrijker en controversiëler, en is
de film in kwestie nóg geestiger, intelligenter en
manipulatiever.

Moore bestudeert de Amerikaanse obsessie met wapens. Zelf werd
hij opgevoed in één van de wapenhoofdsteden van de VS, waar het
doodnormaal was om geweren in huis te hebben, en hij is al jaar en
dag lid van de NRA, de fel omstreden National Rifle Association.
Maar sindsdien heeft hij schijnbaar andere ideeën gekregen. Waar
Moore zich vragen bij stelt, is niet zozeer bij het feit dat wapens
vrij verkocht kunnen worden, maar dat ze ook zo vaak gebruikt
worden in zinloze daden van gruwelijk geweld. In Canada, vertelt
hij ons, is de ratio van het aantal geweren tegenover het aantal
inwoners gelijkaardig, en toch heeft men daar zelden of nooit last
van dat soort van geweld. Moore bewijst zijn standpunt in een
hilarische scène, waarin hij een straat in stedelijk Canada
afloopt, en onderweg overal even de deuren van de huizen uittest:
er is er niet één op slot. Moore steekt z’n hoofd even binnen en
meldt de bewoners: “sorry, just testing.” Niemand in Canada doet
schijnbaar z’n deur op slot.

De conclusie die Moore bereikt, is dat Amerika bij uitstek een
land is dat gevoed wordt door angst. Sensationele tv-shows
benadrukken het gevaar op straat, opdat de mensen bang zouden
worden om nog van achter hun tv-scherm te komen. Het nieuws gaat
continu op zoek naar de meest bloederige verhalen, aangezien ook
nieuwsuitzendingen kijkcijfers nodig hebben om te overleven. Als
Europeaan kijk je naar de verslaggeving en je mond valt open. We
zien een reporter-ter-plaatse een stand-up doen nabij de plaats
delict van alweer een gewelddaad, en het enige waar hij zich zorgen
over maakt, is of zijn haar wel goed ligt.

Zoals de producer van de beruchte tv-show Cops het zegt: if it
bleeds, it leads. Sensatie verkoopt, mensen kijken er schijnbaar
graag naar. Wat tot gevolg heeft dat de gemiddelde Amerikaanse
tv-verslaafde een beeld op de wereld krijgt als is het een jungle
vol tot de tanden gewapende criminelen (de meesten zwart), die maar
één doel hebben: jou en je gezin om zeep helpen. Op die manier,
schijnt Michael Moore zonder zoveel woorden te suggereren, vormt de
massamedia een wereld naar z’n eigen beeld en gelijkenis: er
gebeurt geweld, de media blaast het op buiten alle proporties, de
kijkers van die mediaclowns geloven alles en gedragen zich dan ook
overeenkomstig – met zinloos, nutteloos geweld. Wat natuurlijk weer
iets is waar de nieuwsmensen gretig verslag van zullen uitbrengen.
Dat spreekt voor zich.

Moore maakt dit punt door op een soms meesterlijke manier zijn
eigen zoektocht doorheen wapendragend Amerika en Canada af te
wisselen met archiefbeelden, filmclips en zelfs tekenfilmpjes. Ik
kan me niet herinneren wanneer ik me nog zo geamuseerd heb tijdens
het bekijken van een documentaire. Maar dat kan niet verhinderen
dat er soms tegenstrijdigheden in zijn argumentatie sluipen: aan
het begin van de film maakt Moore een duidelijk en krachtig punt,
dat populair entertainment niets te maken had met tragedies als
Columbine. Andere landen hebben toch ook ‘The Matrix’ in de
bioscoop draaien, en luisteren toch ook naar Marilyn Manson? Hij
heeft ongetwijfeld gelijk in dat punt, maar dan even later vertelt
hij ons wel dat de sensationele tv-shows, het nieuws inbegrepen,
wél schuldig zijn. Zijn deze programma’s dan ook geen populair
entertainment, net als die gewelddadige films en in twijfel
getrokken muziek? Wat is het wezenlijke verschil tussen de nieuwe
film van Arnold Schwarzenegger en ‘Cops’? Je ziet in beiden hoe
geweld wordt aangeboden als entertainment. Dat ‘Cops’ realiteit is,
maakt dat programma er wel ranziger op dan die film, maar maakt het
een verschil uit voor het soort mensen dat geladen wapens in huis
heeft? Ik weet het niet, misschien wel, maar het is in ieder geval
een geldige vraag, die Moore zichzelf niet stelt. En daarbij…
Kijk, door tv-clips te monteren, kun je in principe élk standpunt
bewijzen. Had Moore ons willen vertellen dat Bush wél een bekwame
president was, dan had hij enkel andere fragmenten moeten kiezen.
Hij had misschien lang moeten zoeken, maar toch…

Op andere momenten stelde ik me ook vragen bij de journalistieke
integriteit van Moore’s methoden. Samen met enkele kinderen die
gewond geraakten bij Columbine, gaat hij naar het hoofdkantoor van
Kmart, de warenhuisketen waar de schutters hun munitie haalden – ze
willen symbolisch de kogels retourneren die twee van de
slachtoffers nog steeds in hun lichaam hebben zitten. Dat soort van
gebaar heeft een showwaarde van heb-ik-jou-daar, maar ondertussen
moet je wel beseffen dat ze te staan te praten met een pr-dame die
deze slimme Michael Moore en zijn camera, plus enkele gewonde
kinderen, koud op haar dak krijgt. Moore knipoogt naar ons, hij
doet weinig minder dan vragen om die vrouw uit te lachen omdat ze
niet meteen weet hoe te reageren – maar laten we eerlijk zijn; wie
zou dat wél weten, in die situatie?

Niet dat zijn handelen niet effectief is; een dag later keert
Moore terug, ditmaal mét de verzamelde pers op sleeptouw (daar zijn
ze schijnbaar wél goed voor), en hij krijgt een verzekering van de
directie van Kmart afgedwongen dat ze binnen de negentig dagen hun
verkoop van munitie zullen stilleggen. Dat is een overwinning die
toe te juichen is. Maar het is geen genuanceerde journalistiek.

Dit alles doet weinig af aan de entertainmentwaarde van de film,
en aan het overheersend intellect ervan. Want hoewel zijn methodes
soms twijfelachtig zijn, valt er niet aan te twijfelen dat hij een
aantal scherpzinnige conclusies trekt – white man’s fear valt niet
te onderschatten. Andere momenten zijn dan weer onverwacht
emotioneel – we horen een oproep aan de nooddiensten vanuit een
lagere school, nadat een zesjarig jongetje net een zesjarig meisje
heeft neergeschoten. Het beeld blijft, smaakvol, zwart. Achteraf
gaat Moore met de directrice van die school praten, en de dame
begint te huilen. Niet theatraal, maar zachtjes, de emoties
bekruipen haar voor ze er erg in heeft. Moore troost haar, maar hij
zet zijn camera niet af. En zo hoort het ook.

Aan de andere kant van het spectrum is er de beruchte Maine
Militia, een bende gun nuts bij uitstek, die hun hele leven op zoek
zijn naar een ingebeelde vijand waartegen ze hun familie willen
beschermen. De enige vijand die ze echt hebben, is de realiteit. We
krijgen één van de betrokkenen bij de “Oklahoma bombing”, die
letterlijk met een pistool onder z’n kussen slaapt. Wanneer Moore
hem voorstelt om zijn politieke verandering te bewerkstellen “like
Gandhi”, reageert de man verward: “die ken ik niet”.

En uiteraard is er nog Charlton “from my cold, dead hands”
Heston, die tijdens een interview onsterfelijk belachelijk wordt
gemaakt. Waarom heeft hij die geweren eigenlijk nodig? Hij weet het
niet. Maar wat hij wel weet, is dat hij er geen boodschap aan heeft
naar de foto te kijken van het zesjarig meisje dat door haar
klasgenootje werd neergekogeld met de revolver van papa.

Michael Moore is een meester in het manipuleren van zijn medium,
en zijn boodschap deugt echt wel – maar hij moet oppassen zelf geen
grenzen van goede smaak en eerlijkheid te overschrijden, die hij
aan anderen wel oplegt.

http://www.bowlingforcolumbine.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 4 =