Agent Cody Banks



102 min. / USA

Onder het motto “het is voor iedereen zomer”, gooit de
Amerikaanse filmindustrie nu ook zijn overschotjes aan
kindervermaak in onze zalen. Harald Zwart, die ons twee jaar
geleden de bijzonder vreemde komedie ‘One Night At McCool’s’ gaf,
keert nu terug met ‘Agent Cody Banks’, een jeugdfilm over een
tienerspion die tussen het uitknijpen van z’n puisten en het maken
van z’n huiswerk door, wel eens de wereld mag redden.

Cody Banks, gespeeld met een bewonderenswaardig enthousiasme door
Frankie Muniz, werd buiten het weten van zijn ouders om
gerekruteerd door de CIA. Onder het mom van een zomerkamp werd hij
getraind in gevechtstechnieken en inlichtingenwerk, en vervolgens
terug in het gewone leven geplaatst om te wachten tot een eerste
opdracht zich aandient.

Die gelegenheid komt er wanneer een suffige wetenschapper een
soortement nanorobot uitvindt (vraag mij ook niet wat het precies
is), die in staat is om alle soorten vaste stoffen af te breken.
Een sinistere groepering die – waar hebben we dit eerder gehoord? –
de wereld wil veroveren, wil zijn goedbedoelde uitvinding echter
gebruiken voor hun eigen, snode doeleinden. Aangezien de
booswichten (waaronder Arnold Vosloo, The Mummy himself), alle
gewone CIA-agenten meteen doorzien en afmaken, besluit de firma
Cody erop af te sturen. De jongen (vijftien, worstelend met zijn
hormonen), moet bevriend raken met de even oude en bepaald
okselfris uitziende dochter van de wetenschapper in kwestie. Maar
om dat te kunnen, zal hij wel eerst zijn ondraaglijke verlegenheid
bij meisjes moeten overwinnen. De jongedame in kwestie wordt
gespeeld door Hilary Duff, nog niet bepaald rijp voor een oscar,
maar dàt zullen de vijftienjarige jongetjes die hiernaar gaan
kijken niet als eerste prioriteit beschouwen.

Agent Cody Banks is een schaamteloze rip-off van de twee ‘Spy
Kid’s-films van Robert Rodriguez – het uitgangspunt werd er
rechtstreeks uit overgenomen, samen met het mild-spottende toontje,
dat ervoor ontworpen was om ouders een teken te geven dat ze hier
gerust óók van mogen genieten. Bij ‘Spy Kids’ viel me dat niet echt
moeilijk – die films waren zó fantasierijk, zo ademloos in hun
energie, zo uitbundig in de vreugde die ervan afstraalde en zo
onbeschaamd over de zuivere onzin die ze uitkraamden, dat je wel
moest toegeven aan de kitscherige charmes ervan, zelfs als
volwassene die beter zou moeten weten. Een deel van die charme zat
ongetwijfeld in het feit dat Rodriguez zowat alles alleen deed, en
zijn films dus duidelijk een individuele visie uitdroegen,
ongefilterd door een comité aan conservatieve producers die continu
aan doelpublieken zitten te denken. En dàt is bij Agent Cody Banks
dus wél het geval. Er kwamen niet minder dan vijf schrijvers bij
kijken om het script neer te pennen, en onder de hordes producers
vinden we zelfs de naam van Madonna terug. Alle individualiteit
werd al lang uit dit project gezogen voor de eerste draaidag begon,
en bijgevolg valt elk gevoel voor avontuur en risico ver te
zoeken.

Wat we krijgen, is een nogal voorspelbaar verhaaltje dat op geen
enkel moment steek houdt of enige reële aanspraak op logica kan
maken, maar niet het lef heeft om helemaal de andere richting van
pure farce uit te gaan (het soort lef dat Rodriguez wél had). Zwart
en zijn medewerkers gedragen zich heel defensief tegenover de
bullshit in hun film, door er een geforceerde coming-of-age
verhaallijn in te verwerken. Cody leert met meisjes om te gaan en
voor zichzelf op te komen – hij vindt zelfs een soort van vrede met
zijn etterige jongere broertje, kun je nagaan. Die voorspelbare
puberperikelen zijn er alleen maar ingestouwd opdat de makers toch
maar zouden kunnen beweren dat hun film “méér is dan alleen maar
kindervermaak”. Dat is het dus niet. Integendeel zelfs, de
cleavage- en schetengrappen die ermee gepaard gaan, halen het
niveau enkel verder naar beneden.

Dat wil echter niet zeggen dat Agent Cody Banks helemààl waardeloos
is. Voor kinderen schijnt het allemaal perfect te werken –
uiteindelijk toch maar de doelgroep van dit bepaald kunststukje. En
bovendien waren er sommige momenten bij die best goed in elkaar
gestoken waren. Kijk bijvoorbeeld naar de openingsscène, waarin
Cody een wegrollende auto met een baby erin probeert tegen te
houden. Of naar de finale, die zich afspeelt in een ondergrondse
schuilplaats (waar anders?), die niet meer of minder is dan een
samenvloeiing van de sets uit ‘You Only Live Twice’ en ‘The Spy Who
Loved Me’.

Muniz is sympathiek als Cody – de jongen ziet er op z’n minst niet
uit als een jonge filmster, maar als een gewoon kind, wat al veel
is in dit genre. En het hééft wel iets om hem met de air van een
echte James Bond in zijn CIA-cabrio te zien zitten, dure GSM en
MP3-speler bij de hand. De jongen heeft zich duidelijk geamuseerd.
Beter, veronderstel ik, dan het publiek.

Agent Cody Banks mist de frisheid, de persoonlijkheid en de
ongeremde fantasie van de ‘Spy Kids’-franchise waarop hij zo
duidelijk is gebaseerd. Maar voor kinderen maakt dat weinig uit, en
ere waar ere toekomt: er zijn leuke scènes terug te vinden. Een
ster voor de moeite.

http://www.mgm.com/agentcodybanks

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − 13 =