25th Hour



130 min. / USA

Wanneer blacker-than-thou-cineast Spike Lee van
zijn preekgestoelte als zwart geweten van Amerika afkomt, kàn hij
best een goeie film draaien. Dat bewees hij zeer overtuigend met
‘Clockers’, en nog niet zo lang geleden met ‘Summer of Sam’. Wanneer hij in goeden doen
is, kan de man een gevoel voor sfeer en voor visueel ritme
opbrengen, dat niet veel collega’s hem nadoen. Wat we echter nog
niet wisten, was dat hij ook in staat is tot het soort van oprecht,
schijnbaar diepgevoeld humanisme dat ’25th Hour’ tentoonstelt.
Geloof het of niet, maar de brother met het ringbaardje heeft hier
een film gemaakt die niet over een Onderwerp gaat, niet over een
Boodschap of een Thema (de hoofdletters horen er absoluut bij),
maar over Mensen. En dat dan nog op een zeer overtuigende manier.
De wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Monty Brogan, gespeeld door een schitterende Edward Norton, is een
drugdealer die aan het begin van de film zijn laatste vrije dag
ingaat voordat hij voor zeven jaar de bak in moet. Wat de
conventies van andere films dan ook dicteren, Monty is geen
onschuldig man. Het wordt ons duidelijk gemaakt dat dit iemand is
die drugs verkocht aan schoolkinderen, en er niet eens spijt van
heeft. Hij heeft spijt dat hij de gevangenis ingaat, natuurlijk,
maar niet dat hij deed wat hij deed.

We ontdekken dat Monty niet beantwoordt aan de clichématige beelden
die we ophangen aan de drugdealer uit de griezelverhalen van de
overheid: zijn twee beste vrienden zijn een nogal benepen
leerkracht Engels aan een middelbare school, Jakob (Philip Seymour
Hoffman), en een makelaar op Wall Street die miljoenen in de
waagschaal legt met een enkel telefoontje, Frank (Barry Pepper).
Voor hetzelfde geld was Monty één van hen geweest, een keurige man
in een maatpak. Maar, zoals het gezegd wordt in een sleutelscène
aan het eind van de film: “it all came so close to never
happening”
. Een enkele beslissing, een enkel moment is
voldoende om alles te veranderen. En met Monty liep het
verkeerd.

Een echte plot is er niet: we zien hoe Monty afscheid neemt van
zijn vrienden, van zijn vriendin Naturelle en van zijn vader. Al
die keurige mensen, die wisten waar hij mee bezig was en die niets
hebben gedaan om hem tegen te houden. Tijdens de laatste
vierentwintig uur voor Monty begint aan zijn zeven jaar in de hel,
worden ook zij geconfronteerd met zichzelf, en het gevoel dat zeer
duidelijk naar voren komt, is dat ook zij maar al te gemakkelijk
fouten zouden kunnen maken. Dat ook zij binnen dit en een seconde
een keuze zouden kunnen maken die de rest van hun leven beïnvloedt.
Wat als Jakob besloot om die sexy leerlinge van hem (Anna Paquin)
te kussen? Wat als Frank een onverantwoord risico nam met de
astronomische bedragen waarmee hij dagelijks jongleert? Zouden de
gevolgen dan op hun eigen manier niet even catastrofaal zijn als
die van Monty’s drughandel? Alle personages in ’25th Hour’
balanceren op de rand van wat ze zich kunnen permitteren zonder dat
er ernstige gevolgen aan vastzitten – alleen is Monty over die rand
getuimeld.

Dit alles speelt zich af in een New York waar de schaduw van 9/11
op een duidelijk onheilspellende manier aanwezig is. Frank heeft
een flat vanwaaruit hij letterlijk zicht heeft op ground zero. De
vader van Monty (een zeer goede Brian Cox), is een brandweerman op
pensioen, en de foto’s van oude collega’s die niet levend onder het
puin van de Twin Towers zijn geraakt, sieren nu de muren van het
café/restaurant dat hij begonnen is. Sommigen zijn schijnbaar van
mening dat dat soort van verwijzingen gratuit zijn, enkel bedoeld
om punten te scoren van een publiek waarvan verwacht kan worden dat
het automatisch emotioneel zal reageren op dergelijke beelden, maar
zo eenvoudig ligt het niet. Want de beelden zijn wel degelijk
relevant. Ze dragen bij aan de spookachtige sfeer van de film, en
aan de idee dat alle personages op hun eigen ground zero leven, dat
ze allemaal heer en meester zijn van hun eigen rokende
puinhoop.

Lee regisseert dit verhaal met een verrassende ingetogenheid. De
camera draait niet als een dolle, zoals hij dat deed in ‘Summer of Sam’, maar blijft steeds zeer
functioneel gefocust op de personages. Steeds opnieuw zien we
spiegels opduiken, of anders wel gewoon glas waarin de hoofdfiguren
geconfronteerd worden met hun reflectie – ze kunnen niet aan
zichzelf ontsnappen. De beste scène in de film speelt zich af voor
een spiegel, wanneer Monty al zijn woede ventileert in een lange
monoloog, gericht tegen niemand. De zogenaamde fuck you-speech,
waarin hij elke raciale en sociale groep in New York naar de hel
verwijst, om te eindigen met zichzelf.

’25th Hour’ is een film vol fascinerende ideeën, waarin alle
hoofdpersonen op het punt staan het soort van levensgrote fouten te
maken waarvoor Monty nu de cel inmoet – Jakob met zijn leerlinge,
Frank met zijn geld. Niemand is verheven boven het niveau van de
figuur die we normaal gezien de crimineel zouden noemen, waardoor
we ons als publiek ook niet beter kunnen voelen dan hem. En het is
precies dat, dat ons toestaat een emotionele band met hem te
vormen. Het feit dat we waanzinnig getalenteerde acteurs krijgen in
zowat elke rol, helpt natuurlijk ook. Philip Seymour Hoffman is één
van de meest onderschatte acteurs die er vandaag in Amerika
rondlopen, zeg dat ik het gezegd heb.

Spike Lee heeft hier een krachtige film gemaakt, die zich niet in
het dwangbuis van een traditionele plot laat wringen, maar gewoon
rustig zijn eigen gang gaat. Bepaalde elementen van de plot krijgen
nooit een afdoende conclusie (hoe kan het ook, in een mensenleven
wordt ook niet alles binnen vierentwintig uur afgehandeld), en op
het einde zien we ook niet plots een enorme loutering plaatsvinden
in het personage van Monty. Wat dat betreft is ’25th Hour’
duidelijk een momentopname uit het leven van de mensen die we in de
film leren kennen – hun problemen bestonden eerder al, en zijn
helemaal niet opgelost aan het einde van de film. Het enige dat wél
duidelijk is, is dat Monty aan het einde op z’n minst geleerd heeft
dat je op sommige wonden geen ijs mag leggen om ze sneller te
genezen. Soms moet je gewoon de pijn incasseren, boete doen voor
wat er gebeurd is. De fuck you-monoloog krijgt een prachtig
tegengewicht op een einde, in een heel kleine, stille scène, waarin
Monty toont dat het niet fuck you is, maar enkel fuck me. Het is
een goeie film die dàt als morele en emotionele clou kan hebben
zonder nihilistisch of zinloos over te komen.

De titel, tenslotte, wordt verklaard door een laatste monoloog,
geleverd door Brian Cox – een monoloog die vaak verkeerd begrepen
wordt als een misplaatste ode aan de onbeperkte mogelijkheden die
Amerika biedt, maar daar eigenlijk weinig mee te maken heeft. Het
punt is immers dat wat Cox aan zijn zoon Norton aanbiedt, enkel een
lang 25ste uur is aan de dag voor zijn gevangenschap. En het is
Norton zelf die beseft dat hij uiteindelijk toch zijn
verantwoordelijkheden zal moeten opnemen. Wat nu net het punt is
waar de film twee uur lang naartoe heeft gewerkt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − 5 =