28 Days Later



112 min. / NL-UK-USA

De mannen van ‘Trainspotting’ zijn weer thuis! Na een
mislukte poging om Amerika te veroveren met het lamentabele ‘A Life
Less Ordinary’ en het nog ergere ‘The Beach’, keerden regisseur
Danny Boyle en zijn vaste producer Andrew MacDonald terug naar
Groot-Brittanië om er zich te herbronnen. En met succes: hun
jongste project, 28 Days Later, is een low-budget horrorfilm
geworden die meer interessante elementen bevat dan de laatste twee
prenten van Boyle tesamen.

In de zeer nabije toekomst ontsnapt er een virus uit een
laboratorium ergens in Engeland, dat erin slaagt om binnen de maand
zowat de hele bevolking te besmetten. Degenen die in contact komen
met het virus, veranderen in razendsnelle, bloeddorstige monsters
met ogen die zo fel rood zijn dat je zou denken dat je in een
Amsterdamse coffeeshop terecht bent gekomen. Technisch gezien zijn
het geen zombies, maar wat maakt een naam uit als ze je letterlijk
aan flarden bijten?

Jim (Cillian Murphy) heeft de brute pech net 28 dagen in een coma
gelegen te hebben, en ontwaakt in een volkomen lege, doodstille
wereld. Aan het begin van de film zien we hem door een van God
verlaten Londen lopen, in een vijf minuten durende sequens die tot
de meest indrukwekkende scènes van het voorbije jaar behoort. Het
valt nauwelijks te geloven dat dit zonder digitale effecten werd
gedaan, en alle herinneringen aan gelijkaardige scènes in ‘Abre Los
Ojos’ en ‘Vanilla Sky’ worden al
gauw weggeveegd door de omvang ervan – dit zijn niet een paar
straten, dit is de halve stad die we te zien krijgen.

Maar goed. Jim komt in contact met een paar andere overlevenden,
waaronder Selena, een cynische vrouw die enkel geïnteresseerd is in
overleving, en Frank met zijn dochter Hannah, die nog steeds
geloven in de mogelijkheid op een echt leven. Ze vangen een
radiobericht op van een legereenheid nabij Manchester, die beweert
een remedie voor het virus gevonden te hebben, en ze besluiten de
tocht te wagen.

Danny Boyle besloot ’28 Days Later’ te filmen met een digitale
videocamera, gedeeltelijk vanuit de wens een artistiek statement te
maken, gedeeltelijk ook gewoon omdat hij de kosten zoveel mogelijk
wilde drukken. Wat we krijgen, ziet er dus min of meer uit als een
Dogmafilm over zombies. Die hadden we nog niét gehad. Het filmen op
video is onderhand alweer een conventie op zichzelf geworden, die
te pas en te onpas wordt aangewend door filmmakers die hun
projecten een al dan niet door het scenario verdiende flou
artistique willen meegeven. Meestal doet het gebruik van een
videocamera immers weinig ter zake voor het verhaal (denk maar aan
‘The Center of the World’), en in
dat geval is pretentie nooit veraf.

Voor ’28 Days Later’ is deze stijl een soort van vergiftigd
geschenk – de video staat je toe om dichter op de huid van de
personages te zitten, ze lijken levensechter omdat de keurig
afgeborstelde glans van traditionele 35 mm film er niet is om je te
distantiëren van wat er op het scherm gebeurt. So far, so good,
maar in dit genre zit je natuurlijk met een groot aantal
actiescènes die nauwelijks realiseerbaar zijn op video. De
korreligheid van het beeld, en de steeds handgehouden, schokkerige
camera zorgen ervoor dat bepaalde actiescènes bijna niet te volgen
zijn. Aanvankelijk werkt ook dàt nog, zoals tijdens de
openingssequens, waarin de chaos deel uitmaakt van de dreigende
sfeer: we kunnen niet precies zien wat er gebeurt, we zijn
gedesoriënteerd, onze fantasie begint te werken en maakt het
allemaal nog erger dan het al is. Knap gedaan. Maar tegen de tijd
dat de film een uur bezig is, zou je gewoon willen dat ze hun
camera tijdens dit soort momenten even stilzetten zodat we ook
effectief kunnen zien wat er gaande is.

Alex Garland, schrijver van de roman ‘The Beach’, is ditmaal
verantwoordelijk voor het scenario, en het is duidelijk dat de man
geen genoegen wilde nemen met een eenvoudige horrorfilm zonder
meer. ’28 Days Later’ gaat immers zeer nadrukkelijk niét over
zombies, maar wel over mensen. Een aantal van de beste momenten van
de film hebben helemaal niets met de levende doden te maken, maar
bestaan uit opvallend herkenbare observaties over de menselijke
natuur. Waarover praten mensen wanneer de rest van de bevolking zo
goed als volkomen gedecimeerd is? Nog steeds over het weer, de
voetbal en ‘The Simpsons’. Op de één of andere manier kwam dat
enorm realistisch over, én geruststellend. Zolang mensen over dat
soort dingen blijven zeiken, kan niet alles verloren zijn.

De conclusie die Garland wil trekken, is schijnbaar dat de mens
zijn eigen ergste vijand is – het is het oude cliché: “waar er twee
mensen bij elkaar zijn, zal de één zich aan de ander onderwerpen.
Waar er drie bij elkaar zijn, krijg je een machtstrijd.” In dit
geval zijn er meer dan drie nodig, maar de strijd komt er. De
zombies en de dreiging die ze vormen, zijn enkel de motor voor het
verhaal.

Er zijn nog van die ideeën terug te vinden, zoals: wat is het punt
van overleven als er geen samenleving meer is om naar terug te
keren, en: de mens is nog maar een relatief korte tijd op deze
wereld, dus waarom zou het zo ondenkbaar zijn dat we hem ook weer
verlaten? Voor godbetert een zombiefilm is dat niet slecht, wat
inhoudt betreft. Dat veel van die ideeën op een weinig subtiele
manier aan de man worden gebracht (let bijvoorbeeld op de
diner-scène), nemen we er dan maar bij.

Er wordt goed geacteerd door een grotendeels onbekende cast. De
enigen die u wellicht herkent, zijn Christopher Eccleston en
Brendan Gleeson als Frank. De acteurs nemen de situatie voor wat ze
is, ze geven geen knipoogjes naar het publiek dat dit allemaal maar
om te lachen is. In een andere film was dat misschien de doodsteek
voor het scenario geweest (niets is erger dan een humorloze
gorefilm), maar aangezien de nadruk hier op de relaties tussen de
overlevenden ligt, is dit precies zoals het moet zijn.

Komt daar nog bij dat de film naar het einde toe behoorlijk
spannend wordt – de voorspelbare situatie waarin de hoofdpersonen
een massale aanval van de monsters moeten afslaan, blijft ditmaal
uit, en in navolging van de thema’s van het verhaal, wordt gekozen
voor een ander soort confrontatie, die net zo opwindend (en
bloederig) is, maar veel origineler. Een nogal geforceerde epiloog
had evenwel rustig geknipt mogen worden.

’28 Days Later’ is dus absoluut een return to form voor Danny
Boyle, die schijnbaar nog het beste gewoon in Engeland met kleine
budgetten kan blijven werken. Aan de hand hiervan, kan ik hem ‘The
Beach’ weer een heel klein beetje vergeven.

PS: ook opgemerkt hoe ik heel deze recensie heb weten te schrijven
zonder ook maar één keer ‘Night Of The Living Dead’ te vermelden?
Wie doet me dat na?

http://www.28dayslaterthemovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − elf =