Magnolia




‘Zo spreekt Jahwe: Laat mijn volk gaan om Mij te vereren. Als ge weigert hen te laten gaan zal Ik heel uw grondgebied teisteren door kikkers te sturen. De Nijl zal wemelen van kikkers: ze zullen eruit komen en binnendringen in uw paleis, in uw slaapvertrek en in uw bed… Ook zullen de kikkers opspringen tegen u, tegen uw onderdanen en uw hovelingen.’ Exodus 7, 26-29.

Wees gerust, we zijn hier niet opeens religieuze freaks geworden bij enola, maar al wie ‘Magnolia’ ooit gezien heeft, zal de relevantie van dit bijbelcitaat ongetwijfeld begrijpen – het einde van Paul Thomas Andersons derde film was destijds (en nu nog) een fel besproken stukje cinema, waarvan maar al te veel mensen niet wisten wat ze ermee aanmoesten. Na bijna drie uur aan hysterische personages die allemaal proberen om iets te maken van hun leven, om in het reine te komen met hun verleden, krijgen we plots een regen van kikkers. Anderson zelf beweert dat hij niet vertrouwd is met de bijbel en niet van de bewuste passage afwist toen hij de film maakte. Zijn versie is dat hij ooit hoorde van een orkaan in Florida die ergens in een moeras een bende kikkers oppikte en ze kilometers verderop weer liet vallen – een letterlijke kikkerregen, of zoals we tijdens die sequens kunnen zien op een klein stukje bedrukt papier: But it did happen.

Laat Anderson nu nog beweren wat hij wil, maar gezien de film die aan die sequens voorafging, lijkt de bijbelse interpratie mij nog steeds het meest waarschijnlijk. De Egyptenaren kregen een plaag aan kikkers om boete te doen voor hun zonden. En voor de zonden van de personages krijgen we in ‘Magnolia’ aan het einde een louterende, schijnbaar miraculeuze stortvloed aan die beesten. En zondig zijn ze: we krijgen, in een stijl die verdacht doet denken aan Robert Altmans ‘Short Cuts’, een mozaïek van een twaalftal personages die zich tijdens één dag in de San Fernando Valley in Los Angeles geconfronteerd zien met alle fouten, met alle vuiligheid en eenzaamheid van hun leven. Jason Robards is een stervende patriarch, die vroeger een succesvol tv-producent was maar nu in z’n bed ligt te creperen aan longkanker. Zijn veel jongere echtgenote (Julianne Moore), was alleen met hem getrouwd voor z’n geld maar begint zich nu, nu het einde nadert, schuldig te voelen. Zijn vervreemde zoon (Tom Cruise), was zo teleurgesteld in de manier waarop zijn vader hem en z’n moeder verliet voor die jongere vrouw, dat hij één van de grootste vrouwenhaters wereld is geworden, die seminaries organiseert waarin hij mannen aanleert hoe ze hun aangeboren superioriteit over de vrouwen kunnen doen gelden. En dan is er nog de presentator van een spelletjesprogramma (Philip Baker Hall), die misschien of misschien ook niet z’n dochter (Melora Walters) vroeger misbruikte. Ook hij heeft nog maar enkele maanden te leven en tijdens een bizarre live-uitzending krijgt hij een instorting. Krijgen we ook nog: de jeugdige kampioen van het spelprogramma die problemen heeft met z’n eigen vader, de vroegere quizkid die nu aan lager wal is geraakt (William H. Macy) en de seutige, maar o zo goedbedoelende flik (John C. Reilly) die op zoek is naar liefde.

Paul Thomas Anderson is één van de meest gevoelige, humanistische schrijvers en regisseurs die tegenwoordig aan het werk is. In al zijn films merk je een diep gevoel van sympathie, van medeleven voor al zijn personages, hoeveel fouten en gebreken ze dan ook mogen meezeulen. Wat we hier krijgen, in wat waarschijnlijk zijn magnum opus genoemd mag worden (al was het maar omdat de film zo lang duurt, zo complex is en zoveel personages bevat), is een thematiek die eigenlijk weinig wereldschokkend is: ouders die proberen om zich te verzoenen met hun kinderen, kinderen die proberen hun ouders te vergeven. Hoe ga je om met het verleden, hoe kun je leven met de fouten die je hebt gemaakt? Jason Robards geeft op z’n sterfbed een lange monoloog, waarin hij zegt: ‘De mensen zeggen altijd dat je nergens spijt van mag hebben, maar dat is onzin. Je mag zoveel spijt hebben als je wilt. En doe er dan iets mee, gebruik die spijt.’ Over dat onderwerp zijn al wel een aantal films gemaakt, dat is waar, maar Anderson geeft er een haast ongeziene intensiteit en energie aan mee. Wat van Anderson zo’n goeie regisseur maakt, is dat hij nooit bang is om risico’s te nemen. Veel mensen vonden ‘Magnolia’ op alle gebieden “té”: té lang, té groots opgezet, té emotioneel, té geforceerd enzovoort. En inderdaad, dit is een ontzettend ambitieuze film, waarin Anderson ons drie uur lang bestookt met personages die hevige emotionele crisissen doormaken – hysterisch gehuil, hoog oplopende ruzies en doorheen dat alles, een camera die nooit, maar dan ook nooit, ophoudt met bewegen, en een gevoel van urgentie verleent aan alles wat we zien. ‘Magnolia’ is een wervelwind van emotie – bepaald niet subtiel, maar tegen de tijd dat je buitenkomt, heb je het gevoel door een mangel te zijn gehaald. Hij gunt het publiek geen seconde rust, blijft hen bestoken met nieuwe informatie, nieuwe uitbarstingen van emotie. En dat drie uur lang. Het gevolg is dat ‘Magnolia’ een uitputtende ervaring is – maar toch zo’n mooie.

Anderson grondvest zijn film duidelijk in de realiteit met een proloog, waarin een drietal anekdotes over ongewoon menselijk gedrag worden aangehaald: een overval die aanleiding gaf tot de ophanging van de drie daders. Een duiker die door het landingsgestel van een vliegtuigje uit het water wordt opgepikt en in een boom eindigt. Een zelfmoordenaar die tijdens z’n val van een hoog gebouw wordt neergeschoten door z’n eigen moeder. Acteur Ricky Jay levert ondertussen commentaar: ‘Dit kan toch niet allemaal zomaar toeval zijn? Toch niet zomaar iets dat gebeurt? Dit soort vreemde dingen gebeuren constant.’ En vanuit dat uitgangspunt – de gekste dingen gebeuren, en kunnen dus ook in ùw leven plaatsvinden – begint hij zijn verhaal over al die personages, wiens levens niet opmerkelijker zijn dan één van de drie uit de proloog, wiens verhalen niet meer of minder memorabel zijn. Maar daarom zijn ze nog wel de moeite van het vertellen waard, want dit is de realiteit. Dit is wat constant gebeurt. En wat dan zo mooi is aan de film, is de manier waarop Anderson later in z’n prent het aandurft om die realiteit toch te doorprikken met een paar surrealistische scènes: alle personages die plotseling één zinnetje van hetzelfde lied zingen, bijvoorbeeld. Is dat waanzin of briljant? Allebei waarschijnlijk. En natuurlijk dat einde: een metaforische loutering door middel van een bijbels fenomeen. Waarom ook niet? Soms gebeuren die dingen gewoon.

Geholpen door een schare aan klasse-acteurs (de opsomming van de namen zegt eigenlijk al genoeg, maar vooral Tom Cruise en Philip Baker Hall stelen de show), maakt Paul Thomas Anderson hier een bijzonder gewaagde film, een emotionele mokerslag die soms alle richtingen tegelijk uit wilt gaan, maar die niettemin getuigt van een uniek talent. Prachtig.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 8 =