Laïs :: A La Capella

Misschien gaat David Eugene Edwards het derde album van Laïs produceren, misschien ook niet. In afwachting namen de drie engelenstemmen alvast Ludo Vandeau onder de arm en toerden ze in kapellen en kerken. Een mini-album is het resultaat.

Eigenlijk is het voor de meisjes een terugkeer naar de roots: zonder instrumenten, gewoon de drie stemmen — versterkt met die van Vandeau — en de songs. In opener "Tria Cantica Eucharistica" klinkt het voor de drie ongewoon religieus: statig, plechtig en verheven. "De reiziger" is een bekender idioom: hier horen we weer de schelle folkzang die we kennen van op het debuutalbum en opvolger Dorothea.

"After The Goldrush" van Neil Young krijgt ook een verheven en plechtig kleedje. Toch wijkt het niet zo hard af van het origineel als zou mogen, al geeft de meervoudige vrouwenzang het een eigen cachet. Het is eens wat anders dan Youngs ijle stem.

In "Belle (Je m’en vais)" mag Vandeau de hoofdrol opeisen, "May Morning Dew" is van Jorunn alleen. Daarna gaat het terug naar het klassieke a capella met "Tjanne" en "Wee Mij". Vandeau mag afsluitend nog één van zijn nummers zingen. Helaas past "Kabouter Kiekeboe" eerder in een kinderprogramma, dan op deze cd.

A La Capella is een prachtige bezinning, die hopelijk inspiratie oplevert voor de opvolger van het bejubelde Dorothea. Toch heeft de cd ook bestaansrecht op zich en mag ze zeker niet beschouwd worden als een stopgap tussen twee full-cd’s. Laïs a capella blijft immers de puurste vorm van de magie die de drie stemmen kenmerkt en is meer dan het beluisteren waard.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 4 =