Beth Gibbons & Rustin’ Man :: Out Of Season

De zangeres van Portishead maakt een solo-uitstapje. Er zijn dingen waar minder voor gevreesd werd en tegelijk toch ook naar uitgekeken. Met angst in het hart, want Portishead, dat waren vooral de beats van Geoff Barrow, toch? Niet dus.

Zangeressen die solo gaan, doen dat vaak omwille van ego-kwesties. Ze zijn het beu om het uithangbord van de groep te zijn, hebben te weinig creatieve inbreng,… Redenen genoeg om het alleen te proberen, vinden ze, al ontdekt het publiek helaas maar al te vaak dat er ook redenen genoeg zijn waarom de rest van de groep haar rol tot uithangbord beperkte.

En dus was het allerminst zeker wat een solo-uitstapje van Portishead frontvrouwe Beth Gibbons zou opleveren. Immers: wat Portishead net zo spannend maakte, was de confrontatie tussen haar mistroostige, door oude jazz- en bluesdivas beïnvloedde zangstijl en de onheilspellende samples van Geoff Barrow. Zou die stem ons zonder die combinatie ook nog kunnen boeien?

We kunnen Gibbons in elk geval niet van een overdosis ego verdenken. Ze kent haar beperkingen en voor de muziek zocht ze dan ook een nieuwe muzikale partner in crime: ex-Talk Talkfrontman Paul Webb, die hier het pseudoniem Rustin Man aanneemt. Samen maakten ze een album dat tussen jazz, blues en folk zweeft, maar dat vooral heel erg snel heel erg onmisbaar werd.

"God knows how I adore life", zijn de eerste woorden van de plaat. Gibbons zingt ze alsof ze met haar hoofd in de gasoven ligt, klaar voor wat er ook op het eind van de tunnel mag komen. En daarmee is de toon meteen gezet: ze was al geen vrolijke tante, in die vijf jaar sinds het verschijnen van Portishead is het er niet beter op geworden. Out of Season is weer een behoorlijk trieste bedoening geworden. Maar hey!: happy people have no stories, jongens.

Eerste vaststelling: Gibbons solo klinkt een stuk warmer dan bij haar vrienden van Portishead, waar haar stem bij gelegenheden wel eens door een fucking machine wordt gehaald. Out of Season is in tegendeel een warm deken tegen de kille herfstdagen. "Romance" bijvoorbeeld: "Better the thought than the feeling", zingt ze. Maar ook: "that ain’t me." Het is herkenning. Troost.

Enkel in "Tom the Model" mag het allemaal iets minder ingetogen en tegen een achtergrond van strijkers lijkt het alsof een heel orkest vrouwe Gibbons steunt terwijl ze in het refrein uitbarst. Het is het enige refrein waarin uitgebarsten wordt. Daarna worden refreinen voorzichtigjes benaderd, en stil afgewerkt. De nummers willen geruisloos voorbijgaan, maar slagen daar niet in omdat alles ondertussen onder je huid is gekropen als was het een kolonie vieze beestjes.

"Funny Time Of Year" ligt nog het dichtst bij hoe Gibbons bij Portishead klinkt: bezwerend en intens, minimaal en repetitief wordt naar een climax opgebouwd. Gibbons trekt er enkele registers open die ze op Out of Season tot dan toe onbenut liet. Het is groots, doet denken aan de grote zangeressen uit de jaren veertig en vijftig. En aan exorcisme.

Ook afsluiter "Rustin’ Man" eindigt met zijn repeterend en krakend "again" als iets dat bij Portishead ook had gekund. Alsof Gibbons zelf wil aangeven dat dat verhaal nog niet gedaan is. In 2003 zouden we immers een nieuw album van de groep mogen verwachten. We zijn benieuwd, maar het dringt voor ons even niet: met deze Out of Season zijn we immers nog lang niet klaar.

De plaat had evengoed twintig jaar geleden gemaakt kunnen zijn. Of veertig. Out of Season is van alle tijden Ze klinkt heerlijk als een oude krakende Edith Piaf-plaat en tegelijkertijd eigentijds als Portishead. Er is deze winter niets warmer om de kilte te bestrijden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 1 =