Patti Smith :: Land (1975 – 2002)

God weet waarom, maar Patti Smith heeft een verzamel-cd uit. Laat het wenkbrauwgefrons echter tot die bemerking beperkt blijven want een collectie Smith-songs is altijd toe te juichen. Zeker als er op de tweede cd dan nog eens het legendarische "Piss Factory" en een half uur lillend livelawaai aan wordt toegevoegd.

"Dancing Barefoot" is een sterk nummer maar een zwakke cd-opener: Smith sluipt binnen op kousenvoeten om je vervolgens van je sokken te blazen met het klassieke tweeluik "Babelogue"-"Rock ’n Roll Nigger". Fijn, maar Patti Smith loopt niet op kousenvoeten: ze smijt de deur open en blaft je in je gezicht. En daarna, eventueel, als je haar wat hebt laten uitrazen, zal ze het wat zachter aan doen.

Neen: "Jesus died for somebodies sins, but not mine" (uit haar versie van Them’s "Gloria"). Dat is het soort van binnenkomer waar Smith het patent op heeft. Het was de openingszin van haar debuutplaat en meteen een statement dat kon tellen. Uit die fabuleuze debuutplaat Horses werd ook nog "Free Money" geplukt, een heerlijke rambling in songvorm gegoten en eigenlijk Smith’s versie van Janis Joplins "Lord, won’t you buy me a Mercedes Benz"verzuchting.

De meeste onontbeerlijke nummers hebben de eerste — door de fans samengestelde — cd wel gehaald: "Because the Night", "Frederick", "1959", "Paths that cross", "Summer Canibals",… Allen soms bijtend, soms strelend, maar steeds passioneel gebracht. Ook enkele nummers uit haar comebackperiode eind jaren negentig bewijzen hier hun degelijkheid: "Ghost Dance" is bezwerend, "Glitter in their Eyes" een goedgemutste rocker.

Toch mankeren enkele essentiële nummers. Zo is het een raadsel waarom het negen minuten durende epos "Land", ook uit Horses, de cd niet haalde. Zeker omdat enkele mindere tracks gerust konden sneuvelen: "Pissing in a River" is Patti Smith op haar zeurderigst, "Beneath the Southern Cross" ronduit vervelend.

Maar goed, de eerste cd biedt een mooi overzicht van Smiths singlecarrière (voor zover ze dat had), en als je als bonustrack haar versie van Prince’s "When Doves cry" krijgt, heb je geen reden tot klagen. De tweede cd, met out-takes, demos en live-versies is veel meer een kwestie van erop of eronder. De demo’s van "Redondo Beach" en "Distant Fingers" zijn overbodig, want verschillen nauwelijks van de latere albumtracks. B-kantje "Come back little Sheba" is weer een van die mindere Smith-nummers, "Wander I go" kan met zijn sjamanenfuifsfeertje dan wel weer boeien.

Echt interessant is de tweede cd omwille van "Piss Factory", Smiths allereerste B-kantje, want op kant A stond haar versie van "Hey Joe". Het was die tweede plaatkant die haar reputatie in het punkcircuit vestigde: het bijtende relaas van een lopende bandjob en de dromen op een beter leven die daarbij horen wordt door een pulserend pianoritme onvermijdelijk naar de conclusie gestuwd. Groots, eerlijk en intens.

En dan begint de toegevoegde waarde van de bonuscd: "Dead City" luidt een half uur live-muziek in van het soort dat doet snakken naar meer, naar een échte Patti Smith live-cd. Smith zingt en reciteert poëzie, steeds even vurig, om te eindigen met haar recente gedicht "Notes to the Future". En dan, een presentje voor haar moeder, brengt ze haar hoogstpersoonlijke versie van "Tomorrow" uit de musical Annie. Hoopvol, de ogen gericht op de toekomst. En je hoopt met haar dat deze best of niet het einde is, maar slechts een halte halfweg de wandeling.

De officiële Patti-Smithwebsite: Patti Smith Land. Een erg volledige fansite: A Patti Smith Babbelogue

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 16 =