Lara Rosseel Band :: De grote vrouw

Voor wie de Belgische jazz een beetje volgt, is bassiste Lara Rosseel geen onbekende. Toch duurde het even voor ze haar debuut maakte als leider. Het resultaat – De grote vrouw – laat horen dat die langere aanloop geloond heeft. Het album is matuur, evenwichtig en opvallend consistent van kwaliteit, en bevat meer dan voldoende bewijs van haar kwaliteiten als muzikante en componiste, en bovendien haar vermogen om zich te omringen met het juiste volk.

Rosseels pad, dat verliep via goed volk als Pierre Van Dormael, Chris Joris en Zap Mama, passeerde regelmatig via exotisch getinte wateren (maar niet altijd, ze speelde ook bij Jan Swerts), dus het mag niet verbazen dat ze haar eigen materiaal labelt als ‘ethnic acoustic jazz’. Je krijgt hier dan ook jazz te horen die niet moet weten van muurtjes en regelmatig lonkt naar Afrika, het Midden-Oosten of, iets dichterbij, een Mediterrane zwier die je ook wel hoort in projecten van, pakweg, Henri Texier. De composities op De grote vrouw passen stuk voor stuk bij een weldadige avondzon, wanneer de bakkende hitte plaats maakt voor een behaaglijke temperatuur en het leven weer opgepikt kan worden met geanimeerde discussies en eindeloze maaltijden.

Rosseel gaat hier aan de slag met zeven kompanen. Door de combinatie van 4 blazers (bugelspeler Jan Van Moer, trombonist Frederik Heirman, fluitspeler Stefan Bracaval en baritonsaxofonist Joppe Bestevaar), gitaar (Jan-Sebastiaan Degeyter), vibrafoon/marimba (Sep François) en bas en percussie (Robbe Kieckens) beschikt ze over een XL-kleurdoos aan mogelijkheden, maar ook hier speelt ze het spel slim. Een collectieve achtstemmige storm hoor je zelden – daarvoor schuiven de lagen te ingenieus in elkaar en bewaakt ze de dosering. De band speelt fris, zonder op routine terug te vallen, met Rosseel comfortabel in de rol van leider.

We zagen haar onlangs met een vijfkoppige bezetting en ook daar werd dit bevestigd. Dat je geen enkel moment het gevoel had iets te missen was geen bewijs dat het octet eigenlijk te groot was, maar dat het materiaal zich leent voor uiteenlopende bezettingen. Met opener “De grote vrouw en de olifant” wordt bovendien meteen de toon gezet: sensueel wiegende bas, subtiele gitaareffecten, kleurende percussie en romige vibrafoon tasten af, maar belanden eensgezind in een krachtige groove waar een bugelsolo doorheen waait. “Blues 65” is gevuld met de Afrikaanse kruiden waar Rosseel duidelijk van houdt. Degeyter kringelt Afro-lijntjes, Kiekens creëert een rollende ondergrond en het blaaswerk wisselt af tussen compacte arrangementen en solo’s.

Het emotionele hoogtepunt van het album komt al met het tweeluik “Present” / “La suite”, een bassolo die uitpakt met een warme weemoed en een prachtige, volle sound en vervolgens de deur openzet voor een zachtjes openbloeiend duet met Van Moer. “Bicycle” lonkt vervolgens even naar de meeslepende filmische lyriek van Charlie Hadens latere Liberation Music Orchestra, met een sleutelrol voor een expressief zingende Heirman en een zachtjes aanzwellende ritmesectie.

“Tree” komt op gang met een basfluit, gestreken bas en een melodie die heel even knipoogt naar “Sometimes I Feel Like A Motherless Child” en maakt vervolgens het bruggetje naar “West”, dat in de start even herinnert aan de speels-lyrische sound van het trio Reijseger-Fraanje-Sylla, om dan om te vormen tot een dromerige slome groove vol glooiende weidsheid en rust. Het is hier dat beheersing en vernuftige opbouw het mooist uitgewerkt worden. Live wordt het ongetwijfeld een hoogtepunt. Afsluiten gebeurt met een fraai een-tweetje met het zwierig dansende “Straight Ahead”, dat voortgestuwd wordt door Kieckens’ cajon, en de even beeldende als onbezorgd natuurtrip van “Wilson”.

De grote vrouw voert geen grote vernieuwing door in de Belgische jazz, maar dat was ook niet de bedoeling. Deze plaat moet het niet hebben van pocherige gymnastiek of hippe bulderdrang, maar van een coherent verhaal waar alle stemmen aan kunnen bijdragen. Geen werkstuk dat krampachtig stijlen en ideeën verenigt, maar een organisch geheel dat klopt. Het is een weldadige onderdompeling in een persoonlijk universum met een luid bonkend hart. En dat is altijd een troef die overtuigt.

De band speelt op 28 februari in de Jazzzolder (Mechelen), 1 maart bij KAAP (Oostende) en op 5 maart in de Handelsbeurs (Gent).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in