The Irishman

Er ontstond heel wat consternatie toen een paar jaar geleden bleek dat de nieuwe film van Martin Scorsese gefinancierd zou worden door Netflix. Scorsese ? De heraut van de klassieke cinema, de man die met zijn ‘World Cinema Foundation’ talrijke vergeten films uit de verste uithoeken van de wereld redde (en redt) van de vergetelheid door ze te restaureren, de regisseur van titels als Taxi Driver, Raging Bull en Goodfellas ? Die Scorsese zou nu in zee gaan met Netflix, een platform dat het einde van de klassieke bioscoopervaring bewerkstelligt en film reduceert tot een hapklaar product dat kan geconsumeerd worden op eender welke drager ? De pijnlijke waarheid is echter dat de grote Martin Scorsese geen enkele studio bereid vond om zijn nieuwe project te financieren en omdat de kunstgeschiedenis nu eenmaal geplaveid is met centen van mecenassen, hij met veel plezier de ruim 100 miljoen aannam die Netflix wou op tafel leggen. De film zal slechts een beperkte release kennen in de zalen, maar zoals Alfonso Cuarón voordien, is de ondertussen 77-jarige maestro wellicht bijzonder tevreden met het feit dat de prent überhaupt geproduceerd raakte.

Door gerespecteerde ‘auteurs’ uit de filmwereld aan te trekken , koopt Netflix zich credibiliteit als nieuwe speler en pareert het de kritiek dat het bedrijf niet geïnteresseerd zou zijn in kwaliteit. The Irishman ging in wereldpremière op het prestigieuze filmfestival van New York, positioneerde zich daarmee voor de nodige filmprijzen en loopt met het oog daarop – net als Roma eerder – kort in de zalen, terwijl vanaf 27 november de wereldwijde release via het betaalplatform geprogrammeerd staat.

Wie de film ziet en Martin Scorsese in New York het podium zag betreden en de prent inleiden, kan zich niet van de indruk ontdoen dat dit een soort filmisch testament is. Wellicht wordt het dat niet letterlijk (we kunnen het alleen maar hopen) maar The Irishman is in ieder geval een requiem voor de gangstersaga’s waaraan Scorsese zijn grootste faam dankt. Alle elementen uit Casino, Mean Streets en Goodfellas zijn aanwezig en de indrukwekkende ensemble-cast bestaat uit veel – heel veel – bekende gezichten uit die titels, waardoor The Irishman soms voelt als een bloemlezing uit de stijlfiguren en thema’s die als een rode draad doorheen Scorseses carrière gelopen hebben.

Er zijn echter grote verschillen. Het eerste is te vinden in de stilistische finesses en bravoure-camerabewegingen, die ditmaal getemperd en terughoudend zijn en niet langer vol overgave de aandacht op zichzelf trekken. Ze zijn nochtans nog steeds aanwezig – geëlaboreerde Steadicam-shots die personages volgen en ruimtes verkennen, schitterende fotografie van Rodrigo Prieto, montage-hoogstandjes van Thelma Schoonmaker … – maar net als bij de late Steven Spielberg, zijn het ‘wegwerpmomenten’ geworden. Kleine, onopvallende maar briljante stukjes cinema die niet langer op het voorplan treden, maar verborgen zitten in kleine hoekjes: de aankomst van een wagen voor een aanslag, een schitterend beeld met de breedhoeklens in de gangen van een rechtszaal, de enscenering van een opulent feest. Het lijkt alsof de regisseur die met The Wolf of Wall Street nog eens alle registers open trok, nu beslist heeft te opteren voor de rijpe, bedachtzame stijl die ook de late carrières tekende van veel van de meesters die de cinefiel Scorsese zo bewondert.

Wat ook veranderd is, is de kijk op de wereld van de misdaad. Waar die in vorige werken een besloten universum vormde, is die nu verbonden met een historische werkelijkheid, wat er voor zorgt dat de geijkte tragiek rond loyaliteit en verraad ook veel zwaardere implicaties heeft. Gebaseerd op het boek I Hear You Paint Houses , vertelt The Irishman het verhaal van Frank Sheeran (Robert De Niro) die gaat werken voor de beruchte onderwereldfiguur Russell Bufalino (Joe Pesci) en zich opwerkt tot de vertrouwensman van Jimmy Hoffa (Al Pacino). Hoffa – de beruchte vakbondsleider die op onverklaarbare wijze verdween – is ook zelf niet vies van de nodige smerige zaakjes, maar het feit dat hij in wezen wel degelijk vecht voor betere arbeidsvoorwaarden, brengt hem uiteindelijk in botsing met de meer mercantiele en misdadige aspiraties van de mensen die hem steunden. Tegen de achtergrond van de opkomst van de Kennedy-dynastie, de ‘Bay of Pigs’ invasie, de oorlog in Vietnam en het Watergate-schandaal, schetst de film een cynisch beeld van het naoorlogs Amerika – een Godfather zonder glamour, waarin de ‘American Dream’ ontmaskerd wordt als een genadeloze lofzang op ‘het recht van de sterkste’.

Om dat verhaal te vertellen, snijdt de film heen en weer tussen verschillende tijdsgewrichten, die bijeen gehouden worden door de bejaarde Sheeran die terugblikt op zijn leven. Omdat de film een enorm tijdsverloop overbrugt, zien we de personages in verschillende fases van hun leven en eerder dan te kiezen voor jongere acteurs, maakt Scorsese gebruik van het snel aan populariteit winnende digitale ‘de-aging’ proces. Het tekent de cineast als een nooit aflatende voorvechter van de technologie die nieuwe esthetische mogelijkheden opent en het moet gezegd dat de jongere versies van Harvey Keitel, De Niro, Pesci en Pacino geen enkele aversie oproepen. De nuances van de vertolkingen blijven bewaard en de verjongde gezichten bezitten een overtuigende natuurlijkheid die enkele jaren geleden nog ondenkbaar zou geweest zijn.

Het spel met acteurs die we zien ouder worden, strookt ook met de droevige, elegische toon die als een sluier over The Irishman gedrapeerd ligt. De films van Scorsese – of het nu de bikkelharde grotestadsdrama’s Taxi Driver en Bringing out the Dead waren of de spirituele fresco’s The Last Temptation of Christ en Silence – zijn altijd verhalen geweest over schuld en verlossing. Die verlossing lijkt er nu niet langer te zijn. Zelfs geloof brengt geen soelaas meer in een film die enkel op een diepe melancholische – en niet nostalgische, een val waar Scorsese niet intrapt – manier lijkt te kunnen mijmeren over de gemiste kans om die dingen in het leven te omarmen die echt belangrijk zijn.

Het resultaat van die fusie tussen veelvuldig bezochte themata en nieuwe manieren om die zowel stilistisch als verhalend te benaderen, levert een rijp en emotioneel voldragen meesterwerk op van een filmmaker die in de herfst van zijn onnoemelijk rijke carrière opnieuw een ander hoofdstuk lijkt aan te snijden. U kan zichzelf het vroege kerstcadeau doen van de prent te gaan bewonderen op het grote scherm, maar noch Scorsese, noch eender elke andere rechtgeaarde cinefiel zal het u kwalijk nemen indien u dit drie en een half uur durende epos tot u laat komen via de diensten van Netflix.

3 REACTIES

  1. Ik mis het Enola (voorheen Digg) van Dennis van Dessel die af en toe ook durfde uit te halen naar zogenaamde meesterwerken, die tegen stroom in durfde te gaan. Já, Scorsese had volledig gelijk in de Marvel/cinema- discussie, maar dat betekent niet dat ál zijn films direct meesterwerken zijn. Het is des te jammer dat de eerste film na zijn uitspraken zo’n gigantische miskleun is.
    De CGI werkt dan misschien wel, maar het is gewoon niet geloofwaardig. Ik kreeg Tom Hanks Polar Express flashbacks elke keer dat De Niro in beeld was. Verder is het verhaal over de maffia in de VS al vele malen veel overtuigender verteld (met name door de Gewenkbrauwheid), en het thema over de onvermijdelijke dood door ouderdom en dat je met niets overblijft weet niet aan te komen aan het eind. De Niro heeft in de 21e eeuw nog niet aangetoond dezelfde man te zijn die de meest meesterlijke vertolkingen van de tweede helft van de twintigste eeuw op het witte doek bracht. Pacino ging iets teveel op de Pacino-tour, wat vaak werkt, maar dit keer minder. Enkel Pesci wist steeds te overtuigen, helaas zat de CGI ook hem storend in de weg.
    Nee, dit was hem niet. Ik ben benieuwd wat Dennis van de film vindt, want hier gaat híj geen 5 diggies voor geven.

    • Beste Tim,

      Dank voor je boeiende reactie. Ik ben eerlijk gezegd de eerste om in te gaan tegen een vals soort snobisme dat elk werk van een ‘erkend auteur’ als vlekkeloos beschouwd. Dat gezegd zijnde, sta ik honderd percent achter de argumentatie in mijn stuk – het staat je uiteraard volkomen vrij om het er hartgrondig mee oneens te zijn, dat levert vaak heel boeiende discussies op. Dennis is niet meer werkzaam bij Enola dus ik heb in de verste verte geen idee wat hij er van vindt : )
      Wat betreft de uitspraken over Marvel – en ik ben overduidelijk geen fan – ben ik het wel degelijk oneens met Scorsese en sluit ik me eerder aan bij wat David Bordwell daarover te zeggen heeft op de blog ‘observations on film art’.

      met cinefiele groeten,

      Vanden Bossche David

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in