Torpedo

‘Een Tegen de sterren op– versie van Inglourious Basterds’, kopte de een.  ‘Torpedo: 1 uur en 42 minuten vertoeven in de B-film hemel’, kopte de ander. De reacties op Torpedo, de debuutfilm van Sven Huybrechts, waren op z’n zachtst gezegd uiteenlopend. Commerciële draak of heerlijke B-film ongein? Wij kiezen toch voor het laatste.

Een groepje losgeslagen Vlaamse verzetsstrijders krijgt tijdens de Tweede Wereldoorlog de opdracht om een lading uranium te smokkelen in een gestolen Duitse U-boot van Belgisch Congo naar de Verenigde Staten. Daar zal het gebruikt worden in het beruchte Manhattan Project, het ultrageheime onderzoek van de Amerikanen dat uiteindelijk zal leiden tot de ontwikkeling van de eerste atoombom. Onderweg moet de bemanning afrekenen met een vijandige Messerschmitt, andere U-boten en de menselijke turbulentie aan boord.

Het is een typisch Vlaams fenomeen dat we iedereen afmaken die zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt. Dat geldt ook voor onze eigen filmindustrie. We moeten vooral bescheiden blijven, want dat is al gek genoeg. Bij sommige, meer conservatieve filmcritici heerst nog altijd de gedachte dat film moet verheffen en dat we de beperkte budgetten die we hebben zinvol moeten besteden. Het feit dat de Kampioenenfilms in tegenstelling tot Torpedo geen greintje cinematografische flair hebben, maar ook gesponsord worden door het VAF, wordt gemakkelijkheidshalve over het hoofd gezien. Is Torpedo een nieuwe Das Boot?  Absoluut niet. Net zomin als elke nieuwe science fictionfilm een nieuwe 2001: A Space Odyssey moet zijn. Sommige films zetten nu eenmaal de standaard voor al de latere films in een bepaald genre. Het was wellicht ook niet de bedoeling van Huybrechts en zijn team om Das Boot na te streven. Wat de regisseur wel ambieert, is een hondsbrutale knettergekke B-film die het ongetwijfeld zeer goed zal doen in de cultfilmmiddens. En daar is niets verkeerd mee. Van zodra een Duitse soldaat in de openingsminuten van de film zijn lucifer voor zijn sigaret aansteekt door ermee te schrapen langs de bottine van een opgehangen verzetsstrijder, weet je dat je in een B-film bent beland. De rode lijn op de landkaart die aangeeft waar onze helden zich bevinden, tovert dan weer een brede grijns op je gezicht. Huybrechts plundert zonder schaamte Indiana Jones en andere avonturenfilms en laat het niet na om dit met een vette knipoog duidelijk te maken aan het publiek.

Torpedo bulkt van de onwaarschijnlijkheden, maar om de een of andere vreemde reden pikken we dit van de doorsnee Hollywoodblockbuster, maar niet van de eigen vaderlandse cinema. Waar we even voor vreesden, het gebruik van de ‘Antwaarpse cultuurtaal’ die nare herinneringen oproept aan de Vlaamse film uit de jaren 90, blijkt achteraf vrij goed mee te vallen. Tot slot is er in de pers ook veel geschreven over de racistische inslag van de film. Wat hier gebeurt, is dat een bepaald aspect van de film extreem wordt uitvergroot en tot het thema van de film wordt gemaakt. Torpedo is in eerste instantie een oorlogsfilm, geen film over racisme. Dat er een racistisch personage rondloopt in de film, zegt alles over dat personage en niets over de film. Bovendien is Fons, de racist van dienst, wel goed bevriend met de joodse Van Praag. Er is dus geen duidelijke lijn te trekken in het racisme van Fons. Mensen zijn nu eenmaal ambigu in hun opvattingen en minder politiek correct in hun handelen dan je zou willen.

Torpedo is geen grootse cinema, maar wel een zeer onderhoudende B- oorlogsfilm die geen moment verveelt. De montage is energiek en het tempo zit zeer strak. Het feit dat de meeste personages amper uitgewerkt  zijn, is in dit genre eigenlijk niet zo belangrijk als je het maar met een aanstekelijke cinematografische flair doet. Meer geroutineerde Vlaamse regisseurs kunnen hier nog iets van leren. Moet het VAF investeren in dergelijke films? Hell yeah !

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in