Hot Chip :: A Bath Full Of Ecstasy

Geen band die gemoedelijkheid zo doet stomen als Hot Chip, geen nerds zo sexy. Na vier jaar stilte staat de Britse groep klaar met A Bath Full Of Ecstasy, en als een huis van vertrouwen ontgoochelt ook deze weer niet.

“De beste popgroep van hun generatie”, zo noemde een artikel in The Guardian Hot Chip onlangs. Het klopt alleen maar als je de oude definitie van popmuziek gebruikt, die van voor jodelende r&b-diva’s, mumble-rappers en ander effectenjagend gespuis. Niettemin haalt de groep zijn inspiratie al twintig jaar net uit die wereld van soul en hiphop. Hot Chip is wat Katy Perry zou maken als ze Brits en een beetje awkward was, Drake als die voor één keer een goed refrein wist te herkennen. Of ook: Pet Shop Boys met een liveband; deadpan humor afgewisseld met onversneden melancholie. En de enige popgroep die nooit de hitparade domineerde.

En toch: popmuziek is het. Al sinds debuut Coming On Strong trekt de groep de kaart van de vlotte melodieën, meezingbare refreinen en min-of-meer drie minuten songs. Ze zagen Beastie Boys op televisie en besloten dat dat was wat ze wilden zijn: “Ongelofelijk charismatisch en onnozel en fantastisch”. Ziedaar: Hot Chip, de Talking Heads van deze generatie, een dansgroep met een warm kloppend hart en een nieuwe plaat die niet toevallig op 21 juni verscheen. Want het vraagt geen genie om bij die neonkleurige hoes aan de zonnewende van 1988 te denken, aan illegale raves op het Britse platteland en de muziek die daarvan de soundtrack was. Het was the second summer of love, en housemuziek kende zijn doorbraak. Je hoort het in “Hungry Child”, een banger van zes minuten waarin Joe Godard en Alexis Taylor elkaar afwisselen aan de microfoon. Een housepianootje komt na een dikke minuut de zangers versterken, fingersnaps creëren een ritme dat een sissende hihat doorzet. En dat is pas de aanloop. Het echte feest moet dan nog losbarsten.

Gek genoeg zijn het de twee nummers die Taylor en Goddard voor Katy Perry schreven die het hardst teruggrijpen naar het Hot Chip van weleer. “Spell” begint als het soort rondedanszang die wel heel erg doet denken aan “One Life Stand”, maar heeft een beter, véél beter refrein en bouwt op tot een heerlijke clubtrack. “Echo” doet het met staccatosynths uit het The Warning-tijdperk, om ook alweer uit te monden bij het soort melodie waar de groep toen enkel van kon dromen.

Goed dat Perry er niet van moest weten; dit past enkel op een Hot Chip-plaat. Deze plaat. De eerste waarvoor de groep producers van buitenaf toeliet. En dat was een goeie zet. Dat Rodaidh McDonald hen dwong lange jams in te dikken tot puntige popsongs hoor je aan die twee Perry-songs, maar ook aan de met een gospel-sample verrijkte opener “Melody Of Love” of de titelsong, waarin de vocoder nog eens lustig wordt gebezigd. Dat het allemaal ook geweldig klinkt mag dan weer op het conto van wijlen Philippe Zdar, die A Bath Full Of Ecstasy mixte; hij was het die zorgde dat deze plaat klinkt alsof ze dringend een club op stelten moet zetten.

Dat er daarvoor ook weer een traag nummer of drie te véél op staat? Een vaste Hot Chip-ziekte. In de titelsong mag de vocoder nog maar eens boven voor het soort slijmerige plakker waar zelfs Drake geen seks op wil hebben, “Clear Blue Skies” en vooral “No God” zijn het soort uitloopstrook dat deze plaat niet verdiende. Maar zo is het sinds jaar en dag, en niet anders bij deze band: voor elke knaller moet een sof. Een echte klassieker moeten we dus nooit verwachten van Hot Chip. En misschien is dat niet eens erg. We stellen ons wel tevreden met deze.

Ach wat, zesjescultuur.  Hierop teren we minstens een zomer lang.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in