Pet Sematary (2019)

Pet Sematary, de wat verrassende openingsfilm van het zevenendertigste Bifff festival komt vanaf vandaag ook in reguliere zalen. De prent van Kevin Kölsch en Dennis Widmyer is immers niet enkel gebaseerd op het gelijknamige boek van Stephen King, maar werd ook reeds verfilmd in 1989 door Mary Lambert (gevolgd door het inferieure Pet Sematary II, een film waarvan we het bestaan maar op vriendelijke wijze zullen ontkennen). Beide werken – literatuur en film – hebben een behoorlijke status en er moet altijd voorzichtig omgegaan worden met de resurrectie van originelen, want als de remake dood herrijst (pun intended) zijn de reacties vaak navenant.

Pet Sematary is een van Kings thematisch meest duistere verhalen, dat hij schreef nadat zijn zoon bijna werd overreden door een voorbijrazende truck en het boek gaat dan ook over verlies en de dood van een kind. Misschien is het wel precies omdat deze angst om dergelijk verlies de kern vormt van veel van het werk van de auteur, dat er steeds opnieuw verfilmingen van gemaakt worden?

De verfilming van Kölsch en Widmeyer kopieert oorspronkelijk slaafs het origineel, alleen blijken de suspense en de begeestering uit de versie van Lambert lijken hier grotendeels te zijn verdwenen. De film vinkt nogal overhaast en terloops de noodzakelijke momenten af die nodig zijn om mee te zijn met het verhaal. Voor wie er nog niet meer vertrouwd is : Pet Sematary handelt over Dr. Louis Creed en zijn vrouw Rachel die van de grote stad met hun twee kinderen naar Maine verhuizen (King territorium, Rachel draagt op een bepaald moment ook een T-shirt met ‘Maine’ opschrift) om hier een rustiger leven te kunnen leiden. Bijzonder goed geïnformeerd over de nieuwe woonst blijken ze echter niet te zijn: er is niet alleen de gevaarlijke – en voor huisdieren vaak dodelijke – weg naast het huis, in de achtertuin blijkt zich ook een mysterieus kerkhof te bevinden waar de dieren begraven worden. Een grote sprokkelhouten muur verhult bovendien nog een andere plaats die lichtjes gezegd van een heel andere orde is.

Het origineel uit 1989 van Mary Lambert mag dan wel geen meesterwerk zijn zoals pakweg The Shining (Stanley Kubrick) of Carrie (Brian De Palma), het blijft een imperfecte, maar zeer efficiënte en sterke film, die niet meer pretendeert te zijn dan wat hij is.

Tijdens het eerste deel van deze remake valt er meteen te vrezen voor een The Beguiled (de volslagen lege versie die Sofia Coppola draaide van Don Siegels originele meesterwerk uit 1971): een slaafse reconstructie van een origineel waaruit alle subtiliteit en bezieling zijn verwijderd. In het geval van Pet Sematary is een van die weggevallen elementen het overheerlijk groteske surrealisme – denk Evil Dead – dat in het origineel terug te vinden is en dat hier vervangen wordt door allerlei extra duiding die er voor zorgt dat de dingen hun mysterie volledig verliezen.

Halverwege komt er dan een grote plot ‘twist’ (die helaas deels verpest wordt door de al te expliciete trailer) en begint het er op te lijken dat de film ons bewust op het verkeerde spoor heeft willen zetten – het tweede deel is dan ook merkelijk superieur. De prent vindt nu stap voor stap een eigen stem en voegt eindelijk een aantal nieuwe elementen toe. Sterkste idee is een terugkeer naar de onderliggende thematiek van het boek, waarin het terug gebrachte kind een grote racune heeft tegenover de ouder die deze blasfemische daad stelde (het herrezen kind wordt trouwens bijzonder sterk vertolkt door Jeté Laurence en roept onprettige herinneringen op aan Ringu). Jammer is dan weer dat het personage van de zieke zus Zelda en de ‘goede’ waarschuwende geest van een overleden jongen, amper nog aan bod komen.

Deze nieuwe versie heeft beduidend minder impact dan de eerste, maar de poging tot experiment en de twisted, edgy en gedurfde extra elementen in de film, verdienen zeker aanmoediging.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in