Foxcatcher

Wie de beste Amerikaanse regisseurs van de laatste tien of twintig jaar wil oplijsten, zal snel uitkomen bij the usual suspects – Paul Thomas Anderson, de Coen Brothers, David Fincher, en afhankelijk van je smaak ook een Wes Anderson of een Quentin Tarantino. Wie haast iedereen zal vergeten, is Bennett Miller – en dat is een beetje onterecht, al kunnen we ook wel begrijpen waarom de regisseur van Capote en Moneyball zich nog niet van een onwrikbare plaats in het pantheon der grote Amerikaanse filmauteurs heeft kunnen verzekeren.

We zullen u zeggen waarin het probleem – voor zover je het een probleem wil noemen, natuurlijk – schuilt: Bennett Miller maakt haarfijn uitgediepte karakterdrama’s, die hij subtiel regisseert en waarin hij z’n personages ferm op de voorgrond plaatst. Hij krijgt het beste uit z’n acteurs, en verstopt zichzelf een beetje daarachter: vandaar dat iedereen zich de fantastische en met Oscar(nominatie)s bekroonde prestaties van Philip Seymour Hoffman (Capote) en Jonah Hill (Moneyball) herinnert, maar tegelijk ook een beetje vergeten is wie hen zo goed regisseerde.

Hetzelfde gebeurt nu met Foxcatcher: in deze waargebeurde worstelfilm tekent Miller weer drie ijzersterke personages en drie even goede acteurs die elk vanuit alle hoeken van de filmwereld de nodige lof toegewaaid krijgen. De film laat zich lezen als een soort driehoeksverhouding: de twee broers en Olympische worstelkampioenen Mark (Channing Tatum) en Dave Schultz (Mark Ruffalo) verkassen allebei van hun thuisbasis naar het landgoed van de steenrijke excentriekeling John du Pont (Steve Carell), die van plan is om het sterkste worstelteam ter wereld samen te stellen – tot eer en glorie van de Verenigde Staten, want naast “ornitholoog”, “filantroop” en “filatelist” noemt du Pont zich in de eerste plaats “een echte patriot”.

Dat laatste is niet meteen een volledig accurate beschrijving: du Pont is in de eerste plaats een geflipte eenzaat, en zijn sluimerende waanzin is de katalysator voor voortdurende verschuivingen in de verhoudingen tussen deze drie personages. Elk karakter heeft z’n eigen frustraties en tekortkomingen, en hoopt dat een band met een ander die problemen kan oplossen. Maar dat vergt dan weer opofferingen in de relatie met de derde partij – zo ontstaan andere frustraties en worden nog andere tekortkomingen blootgelegd. Op zich heeft iedereen in Foxcatcher het beste voor: de vraag is enkel met wie ze het beste voor hebben, en welke opofferingen ze waarbij willen maken.

Dat klinkt ingewikkelder en misschien ook wel saaier dan het is. Millers talent om uitzonderlijke of wereldvreemde personages toch op een realistische en herkenbare manier voor te stellen, komt in Foxcatcher meer dan ooit naar boven. De regisseur neemt z’n tijd om die personages geduldig voor te stellen en zorgvuldig uit te diepen, en dat loont: het maakt de relaties geloofwaardiger, de ruzies boeiender en de uiteindelijke plottwist des te schokkender.

Natuurlijk moet je daarbij de sterke prestaties van de cast erkennen. Steve Carell steelt de show en gaat over het algemeen met de meeste lof lopen, en het is niet moeilijk te zien waarom. De frisse komiek uit vaak flauwe films gooit hier het roer om, maakt zichzelf haast onherkenbaar achter dikke lagen schmink en een joekel van een valse neus, en meet zichzelf zorgvuldig het timbre en alle tics van de echte du Pont aan. Bij zijn introductie voel je al dat er iets niet in de haak is met die man – Carell weet die spanning eindeloos uit te buiten.

Haast even indrukwekkend is de ingehouden prestatie van de vaak erg uitzinnige Channing Tatum: ook zijn rol bestaat grotendeels uit tics, zoals een gebogen houding, een vooruitgestoken kin en gemompelde dialogen, maar ze wérken wel. Nog straffer is echter de subtiele manier waarop Mark Ruffalo de rol van de grote broer op zich neemt. Dave heeft als voordeel het meest sympathieke personage uit het verhaal te zijn, maar is tegelijk ook de saaiste figuur: een aardige huisvader, die het beste voor heeft met zijn gezin en met z’n broer. Ruffalo maakt daar echter een sterk punt van, en levert zo het kloppende hart van de film. Zonder die factor zou het staalharde en gortdroge einde zijn effect grotendeels missen.

Wie zich echter te hard focust op de acteurs, mist de geduldige manier waarop Miller de relaties tussen zijn personages schetst. In de openingsscène schrijft iemand een cheque uit voor Mark. “Op naam van Dave, of David?” vraagt ze. “Het is Mark”, mompelt Tatum dan. “Ik ben Daves broer.” Eén scène, en je weet meteen hoe Mark zich voelt ten opzichte van z’n broer. Ook van de worstelscènes maakt Miller uitgebreid gebruik: de eerste training tussen Dave en Mark is een vreemd, intiem ballet, waaruit zowel broederliefde als onderlinge frustratie ademt.

Millers geduld en subtiliteit zijn echter meteen ook de achilleshiel van Foxcatcher, en bij uitbreiding van z’n hele oeuvre. Dat hij geen al te opzichtige stijl hanteert en zijn verhaal en personages op de voorgrond plaatst, siert hem: het is een klassieke, bijna gedateerde, maar ook gedurfde manier om klassefilms te maken. Maar wie zich niet achter stijl, vorm of opzichtige regiekeuzes kan verstoppen, kan ook de tekortkomingen van de vertelling niet maskeren. Miller rekent erop dat de spanningen tussen de verschillende protagonisten onder je huid kruipen, maar is soms té afwachtend in die werkwijze. De spanningsboog, die bij een drama als dit zo essentieel is om je langer dan twee uur op het puntje van je stoel te houden, verslapt nu en dan. Kan je zo zeggen welke scènes te lang duren, of welke sequenties hij had moeten schrappen? Moeilijk. Maar aan het einde van de rit kan je je even moeilijk van de indruk ontdoen dat er in een straffe film als Foxcatcher een klein meesterwerk schuilgaat, dat er niet voldoende is uitgekomen.

Niet dat we op een slechte noot willen eindigen. Foxcatcher is in al z’n bescheidenheid een unieke film, die het verdient bekeken te worden. De weinige tekortkomingen wegen nauwelijks op tegen de verdiensten van de prent – en dan hebben we het niet alleen over de uitstekende acteerprestaties waarover iedereen het heeft. Ooit gaat Bennett Miller wél dat meesterwerk maken. En dan verzekert hij zich van een onwrikbare plaats in het pantheon der grote Amerikaanse filmauteurs.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in