Bowling Balls

De finale van Sons of Anarchy is nog maar nauwelijks verteerd, onze patch nog maar nauwelijks opgeborgen, of daar horen we alweer een nieuwe motorbende aan komen donderen. De Bowling Balls, aangevoerd door regisseur en scenarist Marc Punt (bekend van Matroesjka’s en Frits en Freddy), denderen over veld en weg om ons deelgenoot te maken van hun doldwaze avonturen. Had niet gehoeven.

Het is misschien geen populaire mening, maar wij zijn wel fan van het soort gritty entertainment dat Marc Punt en de zijnen afleveren. Zo vinden we Matroesjka’s nog altijd een genietbaar stukje televisie en is ondertussen met Crimi Clowns ook gebleken dat we niet de enige zijn die zo over dit soort series denken. De usual suspects uit deze programma’s (Luk Wyns, Manou Kersting, Peter Van den Begin, Sven De Ridder, …) behoren al langer tot het selecte clubje van acteurs die wij ‘al eens graag bezig zien’. Toen we hoorden dat Punt aan een zwarte komedie over een motorbende werkte, keken we dus eigenlijk wel een beetje uit naar het resultaat. Dat had niet alleen met Punt te maken, maar ook met de interessante cast (naast Van den Begin, De Ridder en Kersting ook Herwig Ilegems, Charlotte Vandermeersch en zelfs Damiaan De Schrijver).

Helaas is Bowling Balls geen mix tussen Matroesjka’s en Frits en Freddy geworden. De misdaadcontext wordt immers enkel gebruikt als kapstok om een flauw Romeo-en-Julia-achtig verhaaltje aan op te hangen. De Romeo van dienst, Bowling Ball Gino (Jonas Van Geel), heeft al een paar maanden een relatie met Tina, van de concurrerende bende de Banana Knights (Nathalie Meskens). Tussen de twee tortelduiven zit er echter een ferme haar in de boter, wat voor ‘de bananen’ reden genoeg is om wat rel te komen schoppen op het terrein van ‘de kegelballen’. Daarnaast legt de politie de Balls het vuur flink aan de schenen en hebben ze wat problemen met hun afnemer van gestolen auto’s. Enfin, het mag duidelijk zijn dat de bende serieus in de problemen zit. Veel kunnen ze daar niet aan doen, want, zoals de promotekst ons vertelt, de Balls zijn niet bepaald de slimste bikers aan deze kant van de Atlantische Oceaan. Bad Boy Boeleke (De Ridder) is een temperamentvolle driftkikker, ondervoorzitter Fikko (Van den Begin) speelt net iets te graag met zijn revolver (geen eufemisme, voor alle duidelijkheid) en aan leider Mon (Wim Opbrouck) is ook al geen kernfysicus verloren gegaan.

U hoort het al, Bowling Balls is niet meer of niet minder dan de zoveelste Vlaamse loserskomedie van dertien in een dozijn. F.C. De Kampioenen, maar dan op moto’s. Zijn we daar bij voorbaat tegen? Neen. Dat soort komedies kan goed tot absoluut hilarisch zijn. Bowling Balls is helaas eerder terug te vinden aan de andere kant van het spectrum: pijnlijk ongrappig. Het scenario lijkt namelijk uit de prullenbak van het Echt Antwaarps Theater geplukt. Voorspelbare grappen van een bedenkelijk niveau (of u moest lachstuipen krijgen als iemand in zijn achterwerk geschoten wordt), lang uitgesponnen en terminaal ongrappige dialogen compleet met versprekingen en discussies over belachelijke details en, last but not least, een absurd ongeloofwaardige spreektaal. Hoewel de film zich op één locatie afspeelt, lopen er platte West-Vlamingen, Kempenaars en Antwerpenaars door elkaar. Op zich is dat geen probleem, daar willen we onze suspension of disbelief nog wel voor inschakelen. Wat wel verschrikkelijk vervelend is, is het feit dat enkele acteurs blijkbaar niet in staat waren om hun accent de hele film vol te houden. Met name Jonas Van Geel heeft nogal wat moeite met zijn Antwerpse tongval. Daarbij komt nog dat de dialogen geschreven lijken door iemand die nog nooit een normale conversatie gehoord heeft. Of het moest zijn dat ‘gij zijt helemaal kierewiet in uwe kokosnoot’ effectief een geijkte uitdrukking is. Wij branden in elk geval een kaars in de hoop dat dat niet waar is.

Laatste punt van irritatie is dat Punt er blijkbaar in geslaagd is om zelfs ervaren komische acteurs als De Ridder en Van den Begin hun gevoel voor timing te doen verliezen. Dat is een verdienste op zich, maar niet bepaald één die het kijkplezier bevordert. Qua acteerwerk blinkt niemand trouwens echt uit. Ook hier zijn een aantal vervelende tics van het amateurtheater in de film geslopen: opzichtig rollende ogen, zuchten met overdreven schokkende schouders, noem maar op. En breek ons de bek niet open over de overacting van politie-inspecteurs Charlotte Vandermeersch en Kim Hertogs. Bowling Balls lijkt, en we overdrijven niet, bij momenten meer op dat Dokters & Dochters-rubriekje dat Neveneffecten ooit voor Man Bijt Hond gemaakt heeft dan op een prent waarin een handvol Vlaams topacteurs meespelen. Zelfs de killer van alle komedies (het shot dat na de clou van een grap net iets te lang aangehouden wordt) zit er in. Meer dan één keer, trouwens.

Is Bowling Balls dan echt om depressief van te worden? Wel, eerlijk is eerlijk, we hebben toch drie keer moeten lachen. Ernstig: de film is over de hele lijn een compleet gefaalde komedie met verschrikkelijk acteerwerk en waanzinnig flauwe moppen. Wie al eens graag een aflevering van De Zonen van Van As of Connie & Clyde ziet, zal hier waarschijnlijk ook nog wel wat aan vinden (al zal dat, getuige de reactie van het cinemapubliek, niet al te veel zijn). Aan alle anderen: doe geen moeite.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in