Wolf Parade :: ”Als het niet dansbaar is, is het waarschijnlijk niet leuk om elke avond te spelen”

Vijf jaar geleden leek Wolf Parade zo’n bandje dat mee op de Arcade Fire-trein van het muzikaal overenthousiasme sprong, maar lang duurde het niet voor de groep een volstrekt unieke smoel ontwikkelde. Ook op Expo 86, album nummer drie, hameren en kronkelen de songs zich een weg tot diep in je hersenpan. "We hadden lang niet meer samengespeeld. We hadden goesting."

Als ze er zelf niet zo verdomd bescheiden over zouden doen, zou je Wolf Parade een Canadese supergroep kunnen noemen. Met twee songschrijvers die hun tijd verdelen tussen deze groep en andere straffe projecten als Sunset Rubdown of Handsome Furs en een bassist die in Hot Hot Heat zat, bulkt de groep van het talent, en dat bewijst zich al drie albums lang. Ook het nieuwe Expo 86 is zo’n straffe plaat, boordevol grillige, uptempo indiesongs. Maar wacht eens. Hebben de Canadezen ook zoiets als een gedeeld expoverleden?

"Klopt", zegt toetsenist-frontman Spencer Krug: "Voor onze generatie is die wereldtentoonstelling in Vancouver het bepalende onderscheid. Je bent op Expo 86 geweest of niet. Iedereen die we kennen of ooit gekend hebben, was daar. Ik zie nog voor me hoe al die kinderen daar rondrenden. In Canada is het een belangrijke collectieve herinnering. Het grapje uit de tekst bij de plaat, dat we daar Wolf Parade als kinderen gevormd hebben, gaat dan ook al lang mee binnen de groep." "Het was het moment dat Vancouver een belangrijke stad werd, en de westkust van Canada niet langer afgelegen frontier land was", vult bassist Dante DeCaro aan.

Dat het zo’n uptempo plaat is, laten we vallen. Krug moet even grijnzen. "Volgens Dan lijkt het wat op jaren tachtig cokerock." DeCaro valt bij: "Ken je dat? "The Heat Is On" van Kenny Loggins, dat soort; muziek om hard op te rijden. Er zijn riffs op deze plaat die me doen denken aan lange ritten door de woestijn terwijl je de wereld de middelvinger geeft." Krug: "Huey Lewis And The News is nog zo’n artiest. Dan (Boeckner, gitarist en andere songschrijver, mvs) brengt die typische jaren tachtig hardrock wel in onze sound binnen. Simpele, repetitieve riffs. ’t Is een rockplaat."

"Het was niet bepaald het plan om zo’n harde plaat te maken", gaat Krug verder. "Maar we hadden lang niet meer samengespeeld en toen we opnieuw samenkwamen was het dan ook met heel wat goesting. Het werd meteen vrij stevig en luid. We hadden die verlossing die eens stevig rocken geeft, allemaal gemist. Al onze andere projecten zijn een stukje minder uptempo, rockend en bombastisch. Het lijkt me dan ook maar natuurlijk dat als we eens bij elkaar zijn, we eens lekker stevig doorgaan en niet iets bombastisch maken. Als we voortdurend zouden samenspelen zou dat misschien anders zijn, zou er meer rustige stuff op de plaat staan, maar dat gebeurde deze keer niet."

"We wilden ook dat het snel ging", zegt hij. "Vorig jaar in november zijn we begonnen met schrijven, we namen een paar weken vakantie rond kerst, en eind februari was de plaat klaar. Zo moest het zijn: we wilden de spontaniteit bewaren en niets overdenken, onze instincten vertrouwen." "Dat leverde een andere plaat op," vindt DeCaro, "ze is meer gefocust. Er is meer samenhang."

"Het had een dubbelalbum kunnen worden", geeft Krug plots toe. "We hebben er lang over gedaan om te beslissen wat het nu zou worden. Maar de songs zijn zo al lang en veelgelaagd, en zelfs wij vinden de plaat zoals ze nu is al meer dan genoeg. Tegen het elfde nummer ben je echt wel klaar. Maar we hebben een drietal andere songs waar we nog iets mee kunnen doen: misschien brengen we ze op een ep uit of op een splitalbum met een andere groep. Combineren met songs van onze zijprojecten? Dat gaan we niet doen, neen. We hebben sowieso geen materiaal van die groepen opzij staan."

Tussen Expo 86 en At Mount Zoomer vertrok ook toetsenist Hadji Bakara om zich op zijn doctoraatstudies toe te leggen. "Dat had heel wat invloed", vertelt Krug. "Om het verlies van zijn synths op te vangen, hebben zowel Dante als Dan dat naar zich toegetrokken. We hebben dus meer elektronica op deze plaat dan ooit tevoren, maar omdat zij die instrumenten maar kunnen bespelen op momenten dat ze geen bas of gitaar moeten bespelen, gebeurt het meer in kleine interventies. Het is niet meer zo’n voortdurend etherische laag over de songs, maar het gebeurt op sleutelmomenten."

In de promosheet bij de plaat verwijst Krug naar de dansscènes in de Archie-strips. Wat we ons daarbij moeten voorstellen, vragen we. "Dat is een grapje; moet je niet te serieus nemen", klinkt het. "In die strips symboliseert de tekenaar muziek door muzieknootjes naast een box te tekenen. In mijn hoofd klinkt dat als fun, upbeat, rock-‘n-roll; muziek waar je op kunt dansen, en dat was wel een criterium bij het schrijven. Zij het dat ook dat maar half gemeend was: we hanteren niet echt criteria als we schrijven. Maar als het niet dansbaar is, dan is het waarschijnlijk niet leuk om het avond na avond te spelen, en als wij er geen plezier aan beleven, dan het publiek dat er naar moet luisteren ook niet, hoe goed het ook klinkt. ‘’t Is een goede maatstaf."

Veel interviews heeft de groep nooit gedaan. Heeft dat te maken met een angst dat Wolf Parade te groot zou worden en dat het zo met hen aan de haal gaat dat Sunset Rubdown of Handsome Furs in de verdrukking komen? Krug nuanceert: "We proberen alles klein te houden, maar niet per se om tijd voor de rest te houden. Het is gewoon een persoonlijke keuze: we verkiezen als groep om zo te werken. Ik hou er van om alles zo low profile mogelijk te houden, Dan is daar persoonlijk anders in; het compromis op het einde is om overal een béééétje pers te doen. Maar ik denk dat Wolf Parade sowieso al groter is dan de zijprojecten. Met Sunset Rubdown houden we de dingen bewust heel klein: relax maar niet onzichtbaar."

Het wil wel zeggen dat Wolf Parade altijd maar voor een beperkte tijd kan uitrukken voor het terug naar die andere bands moet. Staat er ook op deze fase nu al een einddatum? Krug knikt: "Die is er zeker, maar hij staat nog niet in steen gebeiteld. Het is deze keer zeker niet zo hard gedefinieerd als met At Mount Zoomer, maar ik denk dat we ongeveer rond deze tijd volgend jaar klaar zullen zijn en een pauze zullen willen. Tegen begin 2011 zullen we langzamerhand wel andere dingen willen gaan doen, dus op dat moment moet je boekers wel gaan vertellen dat je er weer mee ophoudt. "

Heeft hij dat nodig dan, al die verschillende projecten? Naast Wolf Parade en Sunset Rubdown houdt Krug zich immers ook nog bezig met meer obscure bands als Moon Face en Swan Lake en heeft hij een verleden bij Frog Eyes. "Eigenlijk wel, denk ik", geeft hij toe. "Daarom dat ook dit weer moet stoppen. Niet dat ik het nodig heb om aan iets anders te werken, maar ik wil de tijd tussenin hebben om met niets bezig te zijn zodat ik de energie vind om opnieuw aan iets te werken. Je kunt geen muziek maken in een vacuüm: ik moet eerst weer leven voor ik opnieuw inspiratie vind. Niet dat toeren geen leven is , maar voor je ’t weet ben je songs aan het schrijven over het feit dat je een songschrijver op tour bent. Dat vind ik niet interessant, ik moet eerst opnieuw in de natuur kunnen wandelen, of een meisje kussen."

Wolf Parade speelt op 17 september op Leffingeleuren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in