Hellboy II :: The Golden Army






Guillermo del Toro houdt van zijn beestjes, hoe gevaarlijk
en grotesk ze ook mogen zijn. De Mexicaanse Hollywoodpendelaar
kreeg na ‘Pan’s Labyrinth’ de kans om de nieuwe Harry Potter te
regisseren, maar keerde toch liever terug naar zijn eigen donkere
wereldje waarin de gekorthoornde én übercoole demon Hellboy de
wereld moet beschermen tegen monsterachtige creaturen. Net zoals
zijn voorganger is ‘Hellboy II: The Golden Army’ een buitenbeentje
binnen de comic-bookverfilmingen dat vooral als showcase dient voor
het visuele vernuft van del Toro. Het is ook een sequel die het
eerste deel overtreft door meer aandacht te vestigen op het
hoofdpersonage en meer sappige humor doorheen de kronkelende
fantasy te verweven. Maar het is de gedetailleerde creatie van een
sprookjesuniversum, waarin Tolkien, Jim Henson-creaturen, H.P.
Lovecraft-spinsels en een gevoelige Myazaki-natuurfilosofie elkaar
ontmoeten, die voor de grootste aantrekkingskracht zorgt. Hoewel
Seth McFarlane, het brein en de helft van de stemmen achter ‘Family
Guy’ en ‘American Dad’, als ectoplasmatische Duitser in een antiek
duikerspak ook wel een castingkeuze is die grenst aan het geniale
natuurlijk.

In een prachtige, met digitale
poppetjes geanimeerde proloog krijgen we een lesje mythische
geschiedenis van del Toro. Heel lang geleden woedde er een oorlog
tussen de mensenwereld en de magische wereld, bevolkt door elfen,
trollen, gobolten en Ignace Crombés. Na een lange strijd werd er
een bestand afgesloten tussen de elfenkoning en onze wereld. Er
komt een einde aan de vrede, wanneer de afvallige elfenprins Nuada
(Luke Goss) het mensenras wil vernietigen met een eeuwenoud en
onverwoestbaar mechanisch leger. De hulp van Hellboy (Ron Perlman)
wordt ingeroepen om een nieuwe oorlog te voorkomen en samen met
zijn geliefde, de pyrokinetische Liz (Selma Blair) en zijn
gekieuwde vriend Abe (Doug Jones), trekt de zoon van Satan ten
strijde tegen de wezens van de onderwereld. Maar vecht de door
mensen gevreesde Hellboy eigenlijk wel aan de juiste
kant?

Altijd fijn om een sequel te krijgen
die aan het ‘bigger, bolder, louder’-motto ook het vaak
vergeten, maar niet onbelangrijke extraatje ‘better’ weet
toe te voegen. ‘Hellboy II: The Golden Army’ bewaart de spirit van
de eerste ‘Hellboy’, maar springt beter om met het macabere
fantasy-universum en de nodige dosis humor om het allemaal speels
en charmant te houden. Duidelijk nog beïnvloed door de magische
krachten van zijn huzarenstukje ‘Pan’s Labyrinth’, heeft visuele
artiest del Toro zijn arsenaal freaky creaturen uitgebreid en
hebben de make-up- en decorontwerpers behoorlijk wat overuren
moeten kloppen. De visuele overdondering met monstercreaties (vaak
zonder CGI in elkaar geknutseld) gaat zelfs zo ver dat er tegen het
einde een lichte vorm van creature feature-vermoeidheid
opduikt, zo tjokvol zit deze film met wonderbaarlijke en griezelige
wezens. Dit gezegd zijnde, het tragisch-poëtische optreden van de
bosgeest en de kippenvelinducerende introductie van de engel des
doods zijn nu al creatureklassiekers. Ook al is het slappe
verhaaltje ondergeschikt aan het visuele en halen de actiescènes
net iets te vaak het tempo onderuit, dan nog blijft dit een
geslaagde comic-bookverfilming die meer smoel, ballen (check die
babytumor) en intelligentie krijgt dankzij de eigenzinnige
creativiteit van del Toro. Het maakt van ‘Hellboy: The Golden Army’
een sequel die evengoed aansluit op de originele ‘Hellboy’ als op
het thematisch verwante en natuurlijk ook superieure ‘Pan’s
Labyrinth’.

Maar ook al verdwaalt del Toro bijna
in zijn geschift gedetailleerde wereld (de naar Mos Eisley
knipogende trollenmarkt is een lust voor het oog), de
herkenbaarheid van het hoofdpersonage en het relativerende toontje
weerhouden ‘Hellboy II’ ervan om te verzuipen in een zichzelf te
serieus nemend fantasy-epos. Want hoe out of this world
het personage Hellboy er ook mag uitzien, hij is – ironisch genoeg
– wel degelijk één van de meest menselijke antihelden uit het
comic book-canon. Een ruwe bolster met een blanke pit die
zijn grote, sigaarkauwende mond opzet tegen zijn vijanden, maar
eigenlijk stiekem alleen maar droomt van een rustig leventje vol
chocolade en bier. Naast het visuele aspect is het personage
Hellboy ook een cruciale verbetering tegenover het eerste deel,
waar hij veel minder op de voorgrond kwam. En del Toro geeft zijn
favoriete held ook anderhalve laag diepgang mee, die behoorlijk
intelligent tussen de verhaallijn wordt gehangen. Zo wil Hellboy
eindelijk wel eens wat erkenning krijgen van de mensen die hij keer
op keer redt van de ondergang, terwijl hij zich tegelijk afvraagt
of hij wel thuishoort bij de mensen die hem vrezen. De romance
tussen Liz en Hellboy had nu niet bepaald zoveel aandacht moeten
krijgen, maar het geeft ‘The Golden Army’ wel iets sympathieks,
aandoenlijks en zelfs hartveroverends mee. Of zoals Hellboy het
zelf zegt: ‘I would give my life for her. But she also expects
me to do the dishes!’
. Wat een man!

Bij de acteurs krijgt
neanderthalersmoel Ron Perlman eindelijk de welverdiende screentime
om te bewijzen dat hij perfect geknipt is voor de rol. Hij vindt
bovendien moeiteloos zijn weg onder de vele lagen make-up, latex en
rubber om ook een zekere gevoeligheid aan het beest te geven. Ook
Doug Jones (ook al de faun in ‘Pan’s Labyrinth’) krijgt een
uitgebreidere rol als viscreatuur Abe Sapien en mag zijn geweldige
fysieke expressie gebruiken voor een mini-lovestory. Enkel een
fletse Selma Blair voelt, net zoals in de eerste film, aan als
miscasting en baddie Luke Goss doet eigenlijk weing meer
dan zijn slechterikrolletje uit ‘Blade II’ te hernemen
met een vermoeid martial-artsnummertje erbovenop. Gelukkig is er
nog de goed getimede droge humor van Jeffrey Tambor (‘Arrested
Development’) als Hellboys baas om wat scènes te stelen van Big
Red.

‘Hellboy II: The Golden Army’ is
visueel rijker, persoonlijker en grappiger dan zijn voorganger. Na
‘Pan’s Labyrinth’ bewijst Guillermo del Toro nog maar eens dat hij
heerlijk originele creaturen tot leven kan brengen, ook al is het
verhaaltje waarin de beestjes rondlopen iets te dun en
voorspelbaar. Maar wanneer een dronken Hellboy en zijn verliefde
buddy Abe ‘Can’t Smile Without You’ van Barry Manilow
meekwelen, kan je alleen maar zachtjes genieten van de avonturen
van de grote, rode loebas die op zoek is naar een beetje
aanvaarding, liefde en een paar Cubaanse sigaren. Benieuwd of del
Toro zijn eigenzinnige tentakels ook rond de langverwachte ‘The
Hobbit’-verfilming zal kunnen wikkelen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in