Akira (4K Re-Release)

Het is oktober 1992 en in (voor zover ik me herinner, geheugen is een raar beestje) de Sphinx in Gent wordt, in het kader van de negentiende editie van het (toen nog) Internationaal Filmfestival van Vlaanderen – Gent, een vier jaar oude animatiefilm getoond uit Japan. Bijna twee uur later kom ik totaal weggeblazen en naar adem happend buiten, wetende dat ik nooit voorheen iets dergelijks op een filmscherm gezien had.

Om die gebeurtenis te duiden is het wel nodig even terug te keren naar de status van animatiefilm en het in het Westen op dat moment nog vrij onbekende anime. Hoewel titels als Snow White, Bambi en Pinocchio eigenlijk initieel bedoeld waren voor een volwassen publiek, was het toch zo dat in Europa en de Verenigde Staten animatiefilms heel sterk geassocieerd werden met kinderentertainment. Disney was bovendien erg beschermend wanneer het aankwam op uitzendrechten voor klassieke titels en wist er zich zo van te verzekeren dat het occasioneel opnieuw in de zalen brengen van films gegarandeerd nieuwe generaties kinderen aantrok (mijn eigen vroegste cinemaherinnering is mijn vader die me op vijfjarige leeftijd meenam naar een heruitgave van Bambi in de Gentse Cinema Rex, die later een pornobioscoop en casino zou worden en nu deel uitmaakt van het voorlopig in wacht gezette project van Film Fest Gent om de voormalige filmzaal om te vormen tot ‘Het Huis van de Film’). Die dominantie van Disney zou stevig onder druk komen te staan in de jaren negentientachtig toen creatievelingen als Don Bluth en Tim Burton aanliepen tegen een stugge muur van tradities bij The House of the Mouse en hun nieuwe ideeën genegeerd zagen. Bluth stak Disney vervolgens kwalitatief en aan de box office voorbij op eigen terrein met bijvoorbeeld The Secret of N.I.M.H. en An American Tail en het zou tot begin de jaren negentig duren voordat de Disneystudio’s aan een remonte zouden beginnen (het boek Staging a Comeback van Peter Kunze belicht deze Disneyrenaissance goed). De films in die remonte zouden vervolgens meer een volwassen thematiek omarmen, zoals in Beauty and the Beast en The Hunchback of Notre Dame. Toch was er ook al vroeger een tegenstroom merkbaar: met Coonskin en Fritz the Cat had de controversiële animator Ralph Bakshi bijvoorbeeld een cultreputatie verworven die hij nadien verzilverde met een adaptatie van The Fellowship of the Ring, het eerste deel uit Tolkiens beroemde trilogie. Bakshi zou in 1983 ook Fire and Ice uitbrengen, en onder impuls van het Franse tijdschrift Métal Hurlant verscheen in 1980 de compilatiefilm Heavy Metal waarin verschillende tekenaars seks, geweld en creatieve animatie verenigden. Die experimenten bleven echter sterk onder de radar van de bredere populaire cultuur.

Dat Disney in het Westen dus eigenlijk min of meer synoniem stond voor animatiefilm, wou niet zeggen dat Japanse anime hier totaal onbekend was. Aan het eind van de jaren negentienzeventig toonde – vooral de Nederlandse – televisie best wel een aantal series uit het land van de rijzende zon: onder andere een sterk gekuiste versie van Gatchaman onder de naam Strijd der Planeten (inclusief extra SF-elementen toegevoegd na het succes van Star Wars), de Japanse adaptatie van Hector Malots Sans Famille, het op jonge meisjes gerichte Candy Candy en de reeks Heidi naar de boeken van Johanna Spyri, waaraan latere grootheden Isao Takahata en Hayao Miyazaki meewerkten. Dat er een andere, grimmiger traditie bestond was iets wat hier minder bekend was. In Frankrijk besteedden nichetijdschriften zoals Mad Movies en Impact wel eens wat aandacht aan het fenomeen (ze zouden ook de sleutel worden voor het internationale succes van Hong Kong-grootheden als John Woo, Ringo Lam en Tsui Hark), maar toen Akira zijn weg vond naar het Westen, bracht die zelfs voor een in film onderlegd publiek een onbekende wereld die op het punt stond om open te gaan, ook al had de prent dan al enige reputatie gevestigd met vertoningen op de filmfestivals van Berlijn en Annecy – dat laatste wellicht als gespecialiseerd festival het enige dat al veel eerder anime had erkend. Films die nu als klassiekers worden beschouwd van Miyazaki – Castle in the Sky, Nausica of the Valley of the Wind of My Neighbour Totoro – waren ondanks groot succes in Japan in deze streken nog zo goed als totaal onbekend. Het zou nog tot 1997 duren, toen Princess Mononoke als eerste titel van de regisseur een echte internationale distributie kreeg, dat de naam Hayao Miyazaki echt begon door te sijpelen. Het is pas een paar jaar later met Spirited Away dat die vervolgens ook bij het grote publiek weerklank zou beginnen vinden.

Van bij de opening – die uitdijende nucleaire explosie die Tokio van de kaart veegt – is duidelijk dat Akira een ambitieus project is. Gebaseerd op zijn eigen manga (die vervolgens door uitgevrij Glénat in het Frans vertaald werd) vertelt deze dystopische SF-saga het verhaal van Tetsuo, een jongen die het slachtoffer wordt van geheime experimenten uitgevoerd door het corrupte militair-industriële complex dat Japan in de toekomst regeert. Zijn beste vriend – leider van een motorbende die dagelijkse gevechten levert in de desolate straten van een in vlammend neon gedrenkt ‘nieuw Tokio’ – probeert hem te beschermen, maar ziet zich uiteindelijk genoodzaakt strijd te leveren wanneer Tetsuo zijn steeds groeiende krachten niet langer onder controle heeft en muteert tot een monster.

De cyberpunkfantasie die hieruit groeit, haalt inspiratie bij Blade Runner, Metropolis, de Amerikaanse gang-cyclus en B-film-tradities van de jaren zeventig en tachtig, maar is in de eerste plaats een uniek filmisch universum geboren uit de tekeningen van Ôtomo. De grafische stijl is uiterst expressief en ruw met toch een heldere en klare lijn. Vertaald naar bewegend beeld levert dat stuwende – ondersteund door de synthesizermuziek van componist Shôji Yamashiro – actie op die vaak sublieme vormen aanneemt en in ieder geval het spektakel langzamerhand tot barokke hoogtes optilt.

Mijn eigen recensie uit 1992 heb ik niet meer – heel veel stond in die tijd nog enkel op papier – maar uit het archief van toenmalig Knack-recensent Patrick Duynslaegher blijkt dat ook hij die oktober in Gent iets totaal nieuws ontdekt had. Duynslaegher noemde Akira een van de verrassingen van het filmfestival, verwijst naar het grafische vernuft van de regisseur en vooral naar de vormgeving van Tokio: “Ôtomo heeft zijn SF-preoccupaties verpakt in een opeenvolging van afwisselend hyperkinetische aktiescènes en verstilde meditatieve apocalyptische visioenen. Tokio, een metropool waar op het vlak van stedenbouw totale anarchie heerst, wordt hier getransformeerd tot een duizelingwekkend verticale metropolis. Dankzij de perspectivistische kunstgrepen en de hallucinante dieptewerking, is het alsof de camera ons meeneemt op een verbazende tocht door dit in rijkelijke details uitgetekende architecturale labyrint”, aldus Duynslaegher. Hoe weinig de term ‘manga’ toen nog maar ingeburgerd was, mag nog eens blijken uit het feit dat de corrector van Duynslaeghers stuk bij uitgeverij Roularta initieel zowaar ‘manga’ in ‘mango’ veranderde.

Al heel lang is er sprake van een live action versie van Akira, maar in afwachting van die (wellicht?) overbodige remake die momenteel nog steeds niet van de grond lijkt te komen, kan u in ieder geval dit meesterwerk (her)ontdekken op het grote scherm in 4K.

Kinepolis organiseert vanaf 9 september in een heel aantal vestigingen vertoningen van de 4K versie van Akira.

Release:
1988

recent

Billy Corgan – A Night of Mellon Collie and Infinite Sadness

Neen, het was niet de integrale uitvoering. Het was...

Pulp :: Live!

Het lijkt wel alsof Jarvis Cocker en de zijnen...

Frans Kalf + Dressed Like Boys

5 september 2026OLT Rivierenhof, Deurne

Het is hard gegaan voor Dressed Like Boys. Stond...

Bieke Depoorter :: Bezoekerscentrum Westfront Nieuwpoort

Wie is Bieke Depoorter? Ze is geboren in 1986...

By Any Means

Tijdens de jaren negentien zestig deed de FBI beroep...

aanraders

Kokuhô

Kokuhô (Nationaal Erfgoed), de ambitieuze adaptatie van een gevierde...

The Christophers

Er wordt wel eens gezegd dat een goede regisseur...

Un Anno di Scuola

Met Un Anno di Scuola sluit Laura Samani zich...

L’Inconnue

De in 2024 gepubliceerde graphic novel Le Cas David...

Peter Hujar’s Day

Peter Hujar’s Day is niet enkel een intiem portret...

verwant

Blog Film Fest Gent 2025

Ook dit jaar zijn onze recensenten aanwezig op het...

Blog Film Fest Gent 2024

Zoals elk jaar zijn de enola-recensenten aanwezig op het...

Cinema Nova gered via crowdfunding

In Brussel viel gisteren het heuglijke nieuws te rapen...

Blog Film Fest Gent 2023

Film Fest Gent viert de 50ste verjaardag en ook...

Blog Film Fest Gent 2022

Van 11 tot 22 oktober is het weer zo...

2 REACTIES

  1. Kleine nuance, wie zoals ik naar de Franse televisie uitweek, zag in de jaren tachtig ook reeksen als Dragon Ball, Saint Seya (Les chevaliers du Zodiac), Captain Future (Capitaine Flam), Harlock (Albator),… op het kleine scherm. In Frankrijk wordt om die reden ook wel over Generation Albator gesproken. Er werd hier en daar wel in geknipt of via de dub een aantal meer volwassen uitingen gecensureerd (het meest hilarische blijft Nicky Larson vs City Hunter). De enige reeks die toen expliciet gewelddadig was, was Fist of the North Star (Ken, le survivant). Maar inderdaad, niets kon ons voorbereiden op Akira, dat ook in thuisland Japan nog steeds populair is.
    Het is ook een kleine dertig jaar geleden dat ik de film gezien heb, maar de manga is zonder meer evenzeer de moeite waard om t (her)lezen.

    • Ja, klopt idd dat Frankrijk op dat vlak voorop liep, al was het ook daar wel zo dat er idd stevig gecensureerd werd, meest opvallende blijft La Bataille des Planètes – Gatchaman – dat ook in Frankrijk bijna een totaal andere reeks werd met de inserts van de comp 7 computer, allemaal als cash-in op Star Wars, terwijl de originele Japanse versie niet eens in de ruimte zich afspeelde maar op aarde en veel meer openlijke conflicten had tussen de personages, blijkbaar was dat te moeilijk of uitdagend voor onze Europese gevoelige kinderzieltjes 🙂 Wie Franse televisie keek of Nederlandse had idd zoals ik aangeef al de kans gehad een paar van die reeksen mee te pikken, maar laten we zeggen dat Akira idd vervolgens wel de weg plaveide voor het echt openen van de wereld van manga en animé in het Westen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in