‘Het was tijd voor iets nieuws.’ Zo droog verklaart Tom Smith waarom de achtste Editorsplaat iets helemaal anders is. Surface, Echo & Sound laat een groep horen die de bombast heeft ingetoomd, en het bandjesgevoel opnieuw omarmt. “Er staan heel menselijke momentjes op dit album.”
enola: Het roer moest om?
Smith: (glimlacht) “Klopt. Ik denk dan ook niet dat we het harde, dansbare geluid van EBM, ons vorige album, nog hadden kunnen doortrekken. Die was de culminatie geweest, het eindpunt van een reeks van in de studio gemaakte, elektronische platen. Het voelde logisch daarna, of op zijn minst natuurlijk, om opnieuw de gitaren vast te pakken en samen in een kamer wat songs te gaan schrijven. Het werd opnieuw een beetje meer ‘bandje’, als je ’t zo wil noemen. Niets tegen EBM, we hebben er graag mee getourd, maar het was tijd voor iets anders.”
Elliott Williams (toetsen): “Ik heb dat idee voelen gisten. Het zat er al even aan te komen dat we opnieuw fysiek bij elkaar wilden kruipen om heel simpel en uitgekleed te spelen en te zien wat er gebeurde. En dat is letterlijk wat we gedaan hebben.”
Smith: “Sowieso kon Ben (Benjamin John Power, aka elektronica-artiest Blank Mass, die voor die laatste plaat deel van de groep werd) er deze keer niet bij zijn, dus zoiets als EBM zat er toch niet in. Toen we vorige zomer de studio in stapten, was het alsof we wisten wat er zou gebeuren. We zouden de dingen tijd geven om te ademen, te groeien, en te zien of er creatief iets uitkwam. En dat gebeurde ook. We waren meteen heel productief. En natuurlijk hielp het dat ik vers van die soloplaat kwam (There Is Nothing In The Dark That Isn’t There In The Light – red.), waardoor ik alweer meer op akoestische gitaar was gaan spelen.”
enola: Ik heb het gevoel dat There Is Nothing In The Dark That Isn’t There In The Light veel invloed heeft gehad op de beslissing om ook Editors eens uit te kleden …
Smith: “Ik denk het wel, ja. Meer nog dan opnieuw akoestische gitaren opnemen, was het zo touren, langs kleine zaaltjes, dat zijn sporen naliet. Ik speelde toen ook voor de helft Editors-songs, die ik daarvoor stripte van alle effecten, en dat voelde heel krachtig. I loved it.”
enola: Toen ik je sprak over There Is Nothing In The Dark That Isn’t There In The Light legde je uit dat je je songs wilde laten horen zoals jij ze schrijft. Had je het gevoel dat dat wat verloren was gegaan bij Editors?
Smith: “Neen, want het is net waar ik van hou bij Editors. Het is belangrijk dat de band een band is, en mijn ideeën groeien net als ze door ons vijven onder handen worden genomen tot ze iets zijn wat ze nog niet waren. Ik heb dat nodig, dat iedereen er samen een ding van maakt, maar dat kan natuurlijk goed of slecht uitdraaien. En soms wil ik gewoon dat het eindproduct iets meer reflecteert hoe ik het geschreven heb. Al moet ik zeggen dat ik doorgaans omver val van wat we er collectief van maken.”
Williams: “Dat vind ik ook het interessante aan Editors: wij beschouwen een opgenomen song niet als de definitieve versie, maar laten ze groeien en een eigen leven leiden naarmate de jaren vorderen. Het is niet omdat iets op plaat zus of zo klinkt, dat het zo voor eeuwig zal zijn. Het is niet meer dan een snapshot van hoe we het nummer nu zien.”
enola: Nochtans is Editors altijd een groep geweest van studionerds. Jullie studeerden allemaal studiotechniek voor jullie muziek begonnen te maken. Was het moeilijk om dat los te laten?
Smith: “Goh, er is nooit één manier geweest waarop we de dingen doen. We vinden het fijn om te evolueren, en al eens het stuur om te gooien. We voelen ons thuis in studio’s, we vinden het fijn om daar platen in elkaar te puzzelen, maar we zijn ook altijd een traditioneel bandje geweest dat gewoon graag samen speelt. Als je dan een carrière van tweeëntwintig jaar hebt, gaat het hem om een balans tussen die twee kanten, en die verschuift voortdurend. En deze keer ging het dan helemaal deze kant op, met Ed die de hele plaat op een akoestische drumkit heeft ingespeeld, en ritmegitaren onder elke song. Dat is een groot verschil met onze laatste drie albums.”
Williams: “Het was ook een bewuste beslissing om éérst samen te spelen in één ruimte, en dan pas naar een studio-omgeving te switchen. De laatste jaren was er altijd van bij het begin een computer mee, nu niet. En ik denk dat het ons goed heeft gedaan om een paar maanden elke dag te spelen zonder echt aan een opname te denken. We wilden namelijk zeker zijn dat de songs ook gewoon zo zouden werken, onder ons vijven.”
Smith: “Als Editors de laatste jaren ergens – een béétje – schuldig aan geweest is, dan wel de angst dat het te klein zou zijn. Zelfs op onze meer gitaargerichte platen wordt het nogal snel dramatisch en luid; dat is wat we zijn. Deze keer hadden we minder schrik om het minimalistisch te houden. Er zitten echt heel menselijke momentjes in dit album.”
enola: Ik kan me voorstellen dat de opnames ánders voelden, nu jullie je veel meer moesten inhouden.
Williams: “Door de manier waarop de songs zich hebben ontwikkeld, wisten we dat we niet moesten proberen elk gaatje vol te plamuren. Dat is in zeker opzicht zeker ongewoon voor ons, maar het ging vanzelf. Tom wilde na zijn solotour dicht bij huis blijven, dus we nestelden ons in een geweldige oude studio in zijn buurt. Het was eigendom geweest van een producer die nu ergens anders werkt, en heeft een live room die geweldig klinkt. Daar zijn we de songs beginnen doorspelen, en zijn we uiteindelijk gewoon beginnen opnemen. Uiteindelijk moest Justin heel weinig producen. We plugden gewoon wat microfoons in, namen de drums op, en bouwden zo de tracks op. Er is uiteindelijk wel wat elektronica op band beland, maar dan heel subtiel. Het was vooral van belang dat we de sfeer van die kamer konden vatten.”
enola: En dus is er ook een mandoline te horen op Surface, Echo & Sound. Waar kwam die plots vandaan?
Smith: “Die heb ik al van kort na de eerste Smith & Burrowsplaat, maar het was pas met deze opnamesessies dat ze plots in het spel kwam. Ik kon het niet tegenhouden.”
Williams: “Het punt is dat dat instrument ook zo goed gaat met die onderstroom van gestrumde gitaren die de rode draad van dit album is. We hebben vroeger ook al mandoline op plaat gebruikt hoor, maar dan op manieren die je niet meteen opmerkt. Hier is ze gewoon veel meer op de voorgrond beland.”
enola: Het is misschien geen toeval dan dat R.E.M., en meer bepaald hun Document, de referentieplaat was bij de opnames?
Smith: “Die groep is altijd een vergelijkingspunt voor me. Op elke plaat, maar bij deze ging het specifiek om de drums, de ruimte in veel van de songs. Ik hou gewoon van die late jaren tachtigplaten, zeker de Amerikaanse. Er hangt een breedbeeldgevoel over dat we allemaal interessant vinden, en dat Britse bands nooit zo hebben kunnen benaderen. Het heeft er inderdaad iets mee te maken dat ze nog dateren uit een tijd toen platen nog niet werden kapotgecomprimeerd, en het geluid een veel groter speelveld tussen luid en stil kreeg. Je hoort het ook in Crowded House, hoe er ruimte hangt tussen drums en gitaren.”
Smith: “Het was een kwestie van niet bang zijn. Eenmaal we begonnen, merkten we dat heel wat nummers erg directe, up-tempo rocksongs werden. Tot we zelf tot de conclusie kwamen dat het ook wat kleiner mocht. En dus mochten songs als ‘Butterfly Wings’ of ‘The Hills We Died Upon’ ook best spaarzaam gearrangeerd worden. Daar schrokken we niet meer voor terug. We durfden heel erg kwetsbaar zijn in hoe we dat nummer naar voor lieten komen. Je mag op deze plaat foutjes horen, en zowel erg stil als erg luid hebben.”
enola: En zo voelt Surface, Echo & Sound een beetje verwant aan The Weight Of Your Love, jullie meest klassiek klinkende rockplaat uit 2013.
Smith: “Die plaat kwam er dan ook na een break-up, waardoor we na de komst van Elliott en Justin opnieuw moesten leren hoe we een band van vijf mensen konden zijn. Daardoor werd het inderdaad een plaat met echo’s van de classic rockbands waar we ook van houden. We moesten even van onze discografie wegstappen toen. Nu hebben we met ook nog ‘The Back Room’ en ‘An End Has A Start’ vier meer rockachtige platen, en daarnaast ook vier eerder elektronische platen vol drummachines. Ik hou wel van die symmetrie.”
enola: Ook live grijpen jullie nu terug op een andere sfeer. Ik zag op de Lokerse Feesten hoe het vuurwerk had plaatsgemaakt voor een overdaad aan warme lichten. Ook daar mocht het iets meer organisch?
Smith: “Ik denk het. Zeker in België hebben we jaren lang met al dat vuurwerk opgetreden, en je wil niet dat het voorspelbaar wordt. Het begon een beetje zo te worden dat je bij wijze van spreken mee kon aftellen.”
Williams: “Net als de plaat wilden we ook de concerten iets minder bombastisch aanpakken. En het feit dat Nicholas (Wiles, tourend bandlid – red.) nu altijd meespeelt, geeft ons wat extra handen om echt alles live te brengen, met minder van band. Zo voelt het ook veel muzikaler, en vrijer dan we in lang zijn geweest. Het was fijn om de plaat deze zomer al te kunnen teasen. Hij voelt voor ons warm en stoffig aan, en dat gevoel wilden we ook vertalen naar de planken.”
Smith: “Eigenlijk willen we gewoon het hele idee van een band zijn omarmen, genieten van het plezier van samenspelen. We zijn ondertussen allemaal midden de veertig, een zekere leeftijd. Het voelde vanzelfsprekend, eerlijk om dat gevoel van op plaat ook naar het podium te brengen. En het gaat dan niet enkel om de nieuwe nummers. Ook de oude nummers zijn mee gaan schuiven.”
enola: Waarom moest ‘Surface, Echo & Sound’ de titel zijn?
Smith: “Het zinnetje komt uit “Call It In”. Die song kon niet anders heten, zoveel was duidelijk, maar over die drie woorden bleven we maar praten. Er was iets aan … maar ik wist niet meteen wat. Ik had er niet echt iets mee, maar ze sprongen zo uit dat nummer, misschien zelfs meer dan het refrein, en dat was interessant. Ik begon er over na te denken, over wat de nummers op de plaat verbindt, en ik kwam er op uit dat het heel vaak gaat over angst, over troost zoeken om die te overwinnen. Voor mij voelt die angst als een soort noise, het lawaai van onze tijd, iets wat we allemaal ervaren. En zo werd “Surface, Echo & Sound” voor mij de vertaling daarvan. En dus ben ik met die woorden aan de slag gegaan, en schreef ik nog een openingsnummer dat effectief “Surface, Echo & Sound” heet.”

enola: “Much Love” is een song die je al lang met je meesleepte. Waarom paste het deze keer wel op plaat?
Smith: “Goeie vraag. De initiële demo dateert al van voor onze vierde plaat. Ik schrijf eigenlijk voortdurend, en heb een koffer met schetsen die nog niet gebruikt zijn, maar dat is oké. Een song bederft niet. Die blijft gewoon liggen tot we plots wel de inspiratie hebben om hem af te werken. En zo ging het ook deze keer. Toen ik aan het kijken was wat ik de lads zou sturen voor deze opnames, sprong die demo eruit. Ik heb geen idee waarom, het was er gewoon, en ik besliste om er nog eens naar te kijken. Het vroeg wat verbouwen, een vers wat veranderen, en plots begon het uit te groeien tot iets anders, en zie. Russell en Ed moedigden me altijd al aan om “Much Love” nog eens boven te halen, maar ik twijfelde altijd. Deze keer klopte de sfeer, stemming en klank van waar we als band waren met wat het nummer in essentie probeerde te zijn.”
“Het is ook iets krachtigs om te zeggen, “you don’t mess with so much love”. Dat is het soort zin dat mensen op hun arm laten tatoeëren. Ik krijg zo vaak de indruk dat er altijd maar over de doem en duisternis van Editors wordt geschreven, en ik geef toe dat die er tot op zekere hoogte ook is, maar ik denk dat het net de momenten zijn dat er even hoop is, iets puurs als dat, die echt doel treffen bij de fans.”
enola: Je zei dan ook dat Surface, Echo & Sound voor jou gaat over ontsnappen, over vreugde vinden binnen het collectieve onbehagen van vandaag. Je wilde iets positiefs zetten tegen over deze donkere tijden?
Smith: “Daar draait het altijd om. Het is waar je de vreugde vindt, dat het belangrijk is. In een wereld die verschrikkelijk beangstigend, meer en meer fucked up is, zijn het de romantiek van relaties, mensen, kinderen, nachtjes uit, die levensbevestigend zijn. Dat is waar de hoop ligt.”
Editors staat op 19 februari in AFAS Dome, Antwerp.



