Rock Werchter 2026 :: Van vleermuizentradities en aanverwanten

Zaterdag 4 juli: Halfslachtige djembé, bedenkelijke bloedneus

Dag drie en het ruikt in Werchter eindelijk naar verschaalde mayonaise. Tijd voor een alle kanten uit geprogrammeerde dag die een antwoord op drie vragen moet opleveren: heeft Damon Albarn er vandaag wel zin in? Is hij nuchter? En krijgen we een #likeme/Gorillaz-crossover?

Mochten Joachim Liebens en de zijnen drie jaar geleden nog het hoofdpodium openen, dan levert een uitstekend tweede album (u moest al naar Boys Cry Too aan het luisteren zijn!) een volledig uur in de Barn op. Die is helemaal volgelopen voor de droompop en shoegaze van The Haunted Youth. De intro van “In My head” weerklinkt van een leeg podium met een groen glimmend gebroken hart boven. Pas na enkele minuten verschijnt Liebens, gordt zijn gitaar om en schiet een splijtende riff over de hoofden. Op plaat twee kiest The Haunted Youth nog meer voor sfeer en lang uitgesponnen gitaargalm, wat ook een optreden oplevert dat het (gelukkig) meer van sfeer dan van publieksspelletjes moet hebben.

Vier nummers ver mag een “Wajoo, The Barn op Werchter! What the fuck!” een volop meegezongen “Teen Rebel” inleiden, en na twintig minuten shoegazerij is deze popparel welkom. Want ook al doet The Haunted Youth onmiskenbaar aan sfeer, dromerige synths en dreigende gitaarwolken, er zit véél in deze band. Zo bevat pakweg “Forget Me” ook een flinke scheut punkrock en a-ha.

Het absoluut hoogtepunt is de pure post-rock van “Falling To Pieces”, opgedragen aan “iedereen die zich niet goed voelt”. Het is zeven minuten cathartisch gitaargeweld met als enige tekst de zin “Don’t Kill Yourself, I Love You”, die gefragmenteerd over de backdrop flitst. Slotsong en hartenkreet “Coming Home” krijgt homevideo’s uit Liebens’ jeugd en een uitgebreide aftiteling mee.

Het is bijna ongelooflijk hoe The Haunted Youth de voorbije jaren is gegroeid. Hoe vol vertrouwen Joachim Liebens zijn band leidt en weinig evidente songs over zijn publiek stort, hoe voldragen een setlist op basis van twee albums al klinkt. En hoe het ondanks alle professionalisme toch nog rechtstreeks uit een Hasselts tuinhuis lijkt te komen. Dit is een wereldband die nog lang niet aan zijn limiet zit, en dus volgend jaar te beleven in de Lotto Arena. Op basis van dit concert is te verwachten dat het vanaf langspeler drie op nog grotere podia en minder in Vlaanderen te doen zal zijn voor The Haunted Youth.

En dan is het vet stevig van de soep tot Albarn en de zijnen aan de bak mogen. Aan de Aperol-tent ter hoogte van de Klub C wordt gezapige loungy house gedraaid en krijgt de dj ondersteuning van iemand die live sax en halfslachtige djembé meespeelt. Dat is natuurlijk wat elke houseproducer wil: een amateursaxofonist die het beter weet. Op het hoofdpodium deden Halsey en Renée Rapp een beetje hetzelfde: gesteund door een livedrummer en glamgitarist over gezapige generische powerpop heen zingen. Een drone, wat synths, bas en gitaar- en zangmelodietjes op tape en daar dan live overheen hengsten. Het klinkt allemaal nogal dramatisch en Taylor Swift-ten-tijde-van-1989-of-Red, maar dan ongeïnspireerd. Er horen ook veel drama, publieksspelletjes, wat vuurwerk en immens veel pose bij. Ieder zijn ding, maar het voelt meer Las Vegas dan Werchter. En of Halsey aan het einde van haar set nu echt een bloedneus kreeg of niet: er valt van alles over te denken, maar dat kost te veel energie.

Dan liever Kokoroko, dat een fantastisch strandfeest bouwt in Klub C. Veel jazz, soul en funk in de mixer, gedreven door een stoet topzangers en muzikanten. De Klub loopt langzaam vol tot iedereen aan het dansen en meezingen slaat op een uitgesponnen “Sweet”. Klein misverstandje wel: we dachten dat we “Sweetie make my humpee bounce” moesten brullen, maar het bleek een heartbeat te zijn die mocht huppelen. Iets te veel FKA Twigs gisteren, dat is wel duidelijk.

Matt Berninger krijgt zonder zijn National de Barn amper half gevuld en weet de aandacht al even nauwelijks vast te houden. Jazeker, het is Die Stem en ook de teksten mogen er wezen, maar gitarist en co-songschrijver Sean O’Brien is geen Aaron Dessner. Tot overmaat van ramp zakt de eerste helft van de set door enkele nieuwe nummers (“deze schreef ik toen ik boos was op God. Ik ben nog steeds boos eigenlijk. Dit is “Martini Me Fasto” – goeie songtitel; dat wel) al snel in mekaar.

Het duurt tot “Nowhere Special” voor er echt iets gebeurt. Daarna is “Slow Show” een schim van zichzelf zonder The National (ook een prestatie met zo’n moordsong en -tekst). “Terrible Love” is echter niet kapot te krijgen, zeker niet met de hulp van een half Beirut (en hun koper). Kippenvel alom dan weer wanneer Berninger het publiek induikt en iedereen over de eigen demonen “It takes an ocean not to break” meebrult. Dat was mooi meegenomen, en ook “Bonnet Of Pins” mag er wezen, maar verder: beetje een sof. Kan er iemand ook eens nagaan hoe het met Berninger gaat, want de man stond bepaald labiel te wezen: de microfoon werd na een rondje doorheen het publiek het podium op geflikkerd en Berninger stond tijdens de song plots op het drumstel. Misschien moet iemand hem een andere hobby bezorgen dan op tournee gaan.

En nu we toch bezig zijn: wat is er met Damon Albarn aan de hand? Op Best Kept Secret stond hij straalbezopen op het podium en leek hij liever elders te zijn, op Roskilde moest een band op een ander podium stoppen omdat ze te luid speelden en dat Gorillaz stoorde. In Werchter lijkt hij er wel zin in te hebben (een man met Oasis-shirt krijgt zelfs een knuffel), maar is hij tegen setsluiter “Clint Eastwood” helemaal het noorden kwijt. Op de melodica spelen lukt nog, een halve zin zingen ook, maar niet echt op het juiste moment. Gelukkig kennen u en ik de tekst vanbuiten en doet Del Tha Funkee Homosapien mee op tape. Dat van het podium wandelen leek ook meer op struikelen.

Niettemin speelde Gorillaz een uitstekend concert, gesteund door het fantastische The Mountain, dat hun beste album is sinds 2010. Gorillaz was al een behoorlijk wereldse band, maar ze hebben er nu ook wat Indische muzikanten (inclusief sitar en bansuri) bij gekregen, die direct bij openingssong “The Mountain” mogen schitteren. Uit die nieuwe plaat krijgen we ook nog “The Happy Dictator” (met Sparks over video en PA), “Orange County”, “Damascus” (een verrassend feest featuring Omar Souleyman en Yasiin Bey) en een prachtig “The Shadowy Light”. Al ging dat laatste bijna de mist in toen Albarn eiste dat het publiek “the shadowy light” bleef zingen in een exotische toonaard, wat u ietwat beduusd probeerde, maar niet helemaal durfde.

Daartussen: alle hits die u van Gorillaz zou willen, van “19-2000”, over “Rhinestone Eyes”, “On Melancholy Hill” en “Dirty Harry” tot “Feel Good Inc.” Klein hoogtepuntje was een razend “Kids With Guns”, waarin een achtergrondzangeres in een uitgebreide outro de hoofdrol kreeg en door Albarn aangemaand werd om vanuit de frontstage te gaan zingen. Ook fijn dat Yasiin Bey (ook wel eens Mos Def genoemd), Bootie Brown en Posdnuos het laatste half uur hits aan mekaar mochten rijgen, zodat Albarn even kon gaan liggen of aan een niet nader genoemd infuus kon. Maar: uitstekend optreden dus, met dank aan de fantastische band die Albarn rond zich verzamelde, de plejade aan bizarre hits die hij als Gorillaz al bij mekaar schreef en de gesjeesde visuals van Jamie Hewlett.

En dan stonden intussen Pixies in de Barn op hun gekende wijze hun veertigste verjaardag te vieren: door er enigszins afstandelijk en aan een rottempo 23 songs door te jagen. Die zijn onverwoestbaar, maar zo zonder Kim Deal en in een onaangenaam volgelopen Barn hoeft ook niet nog een keer.

Tijd voor Twenty One Pilots, maar helaas niet met ons. Zullen we morgen afspreken voor een knallende slotdag? Afgesproken. Tot dan!

Beeld:
André Joosse, Daria Colaes, Jan Van den Bulck

verwant

recent

Los Domingos

De Spaanse cineaste Alauda Ruiz de Azúa wist met...

Philippe Pelaez & Claudio Stassi :: Julie Wood: 2. Familiegeheimen

Julie Wood ging vorig jaar van start als nieuwe...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in